Kritiek op Halsema: ‘Gebedsoproep moet in Arabisch’

Als het dan toch moet, waarom dan niet in het Nederlands? De suggestie die burgemeester Femke Halsema de Blauwe Moskee afgelopen dinsdag aan de hand deed voor de versterkte gebedsoproep, komt haar op schampere reacties te staan uit islamitische hoek.

Beeld ANP

Op Twitter vraagt Sheher Khan, ­duoraadslid van Denk, zich af hoe je als oud-Kamerlid en burgemeester zo weinig kennis kunt hebben van de ­islam. Oud-PVV’er, bekeerling en Haags raadslid Arnoud van Doorn spreekt van ‘kwaadaardige domheid’.

Op z’n vroegst vanaf volgende week vrijdag, bij het belangrijkste gebed van de week, wil de Blauwe Moskee de gebedsoproep met luidsprekers versterkt laten klinken. Maar moet dat in het Arabisch?

Atatürk

“Bij de gebedsoproep vanaf een moskee wordt een rituele tekst gedeclameerd, waarvan de taal – het Arabisch –, de intonatie, toonhoogten en de inhoud vastligt in regels,” doceert Faustina Doufikar-Aerts, hoogleraar Arabisch en islamstudies aan de VU. “De gebedsoproep wordt daarom ook in alle niet-Arabischtalige islamitische regio’s en in landen daarbuiten, waar dat is toegestaan, altijd in het Arabisch gereciteerd. Omdat het een ritueel betreft wordt daar niet van ­afgeweken, voor zover ik weet.”

Pooyan Tamimi Arab deed in 2015 promotieonderzoek naar de versterkte gebedsoproep. Hij weet wel van een uitzondering op het uitgangspunt dat de oproep in het Arabisch klinkt. “Onder Kemal Atatürk werd de ­oproep in het Turks uitgesproken. Het was onderdeel van de natie­vorming waarmee hij bezig was. Zelfs voor de naam Allah was een Turks woord. Dat begon in 1932 en werd in 1950 afgeschaft.”

Het is ook voor Tamimi Arab de uitzondering die de regel bevestigt: de islamitische oproep tot gebed gaat in het Arabisch. “De meeste moslims zijn die mening toegedaan. Het ­Arabisch heeft een speciale status in de geschiedenis van de islam. Voor moslims is de taal van de Koran een van de wonderen van Mohammed. De recitatie en het geluid spelen een ­belangrijke rol.”

Latijn

De vergelijking met de katholieke mis gaat volgens hem niet op. Die werd tot in de jaren zestig van de vorige eeuw in het Latijn opgedragen. ­Nadien werd het ook toegestaan deze in de landstaal van de gelovigen te houden, in Nederland dus in het ­Nederlands.

“In theorie is het daarmee te vergelijken,” zegt Tamimi Arab. “Latijn is een religieus geautoriseerde taal. Maar in de islam heeft het Arabisch ook in de praktijk nog een heel ­belangrijke status. Daarmee valt ­Latijn niet te vergelijken. De oproep tot gebed, in het Arabisch, is echt een cruciale praktijk, die teruggaat tot de tijd van de profeet. De taal en de tekst zijn heilig. Mijn ervaring is dat de meeste moslims niet openstaan voor een gebedsoproep in een andere taal.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden