PlusTen slotte

Koos Kneus (1954-2020) zong met duizenden Amsterdammertjes over de poepluier

Duizenden en duizenden Amsterdammertjes zongen in zijn poppentheater over de poepluier van Baby Haai. Afgelopen week overleed Dick van Schaik, veel beter bekend als Koos Kneus.

Een van zijn poppen was de Blotenbillen Tante. Dat was een heks met blote billen van achteren. Die versloeg Het Monster met scheten, recht in het gezicht. ‘Doodgestinkt’, heette dat.

Ook beroemd was Baby Haai, met zijn enorme poepluier. Dan zongen alle kinderen: “Lalala-lalala, Poep-lui-er!”

Duizenden en duizenden Amsterdamse kinderen, inmiddels volwassenen en vaak namen ze dan hun eigen kinderen mee, zongen dit lied in het poppentheater van Dick van Schaik, veel beter bekend als Koos Kneus. Vorige week dinsdag overleed hij, 66 jaar oud. Uitgezaaide prostaatkanker, waar hij al jaren mee worstelde, werd hem fataal.

“Hij maakte altijd grappen, dat was zijn wezen,” zegt zijn vrouw Ina Kok. “Waar hij kwam, was er lol. Zelfs toen hij ziek was, helemaal op het eind, zat hij nog grappen te maken. Zo moedig, zo bewonderenswaardig.”

Draagbaar theatertje

Van Schaik werd geboren op een boerderij in De Meern bij Utrecht. Hij studeerde kinderpsychologie aan de VU, maar dat bleek toch niets voor hem. Met een inklapbare poppenkast, een rugzak vol poppen en een gettoblaster begon hij eind jaren tachtig een eigen, draagbare theatertje, in de speeltuin van het Vondelpark.

Kok: “Hij was zelf een soort groot kind. Hij zat altijd met kinderen te geiten en wist precies wat ze grappig vonden. Wat een flauwe grap, dacht ik soms, maar de kinderen vonden het prachtig. Hij was kind met de kinderen.”

Vanaf 1997 vestigde Poppentheater Koos Kneus in de Commelinstraat en vanaf 2004 aan het Iepenplein, allebei in Oost. Elke zondagochtend twee voorstellingen voor peuters, en op zondagmiddag en woensdagmiddag een voorstelling voor kinderen van vier tot acht.

Tientallen handpoppen per voorstelling gebruikte Van Schaik, hij wist zelf niet precies hoeveel hij er in totaal had. In de pauze werden kinderen geschminkt en na afloop werd er gezongen en gedanst en ging de discobal aan.

Nooit afzeggen

In dertig jaar als poppenspeler liet hij maar één keer verstek gaan: een zondag in 1998 toen zijn zoon Frans werd geboren. “Ik heb een beroep waarin je nooit ziek kunt zijn,” zei hij daarover in een interview met website Oost-Online afgelopen april. “Er staan vaak kinderverjaardagen geboekt en die kun je niet zomaar afzeggen.”

Door corona moest Van Schaik alsnog met zijn voorstellingen stoppen. Zijn poppen lagen werkloos in de etalage. Als kinderen voorbijliepen, bewoog Van Schaik er stiekem met een paar.

Het is een ontroerend beeld. Een man, ongeneeslijk ziek, beweegt achter glas met een paar poppen. Alles om nog maar kinderen een beetje te amuseren.

Dat klinkt als de perfecte vader. “Dat was hij ook,” zegt zoon Frans van Schaik. “Hij nam de energie van de poppenkast ook mee naar huis. Hij was altijd lollig en opgewekt, hij probeerde mijn zus en mij altijd aan het lachen te maken. Als ik hem aan mijn vrienden voorstelde, was iedereen meteen fan. En omdat hij alleen op woensdag en zondag werkte, was hij er bijna altijd voor ons. Een allround vader.”

Komende woensdag wordt hij begraven, vanwege corona in kleine kring. Maar alle Amsterdammers, klein en groot, die ooit met plezier naar Koos Kneus gingen, zijn van harte uitgenodigd om dinsdagavond tussen 19.00 en 21.00 uur afscheid van hem te nemen in de Hofkerk (Martelaren van Gorkum) aan de Linnaeushof. Ze mogen ook een tekening of een boodschap op papier voor hem achterlaten, vast ook wel met een grapje over scheetjes of een poepluier.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden