PlusTen slotte

Koopman Henk Tjallinks (1957-2020): zijn vrijheid was zijn geluk

Henk Tjallinks, veertig jaar koopman in prentbriefkaarten, munten en postzegels op het Waterlooplein, hield van zijn vrijheid, was recht voor z’n raap, maar ook zeer zorgzaam. ‘Niets was hem te beroerd.’  

Henk Tjallinks.

“Ik heb nooit een baas gehad, en ben van plan om dat zo te houden,” zei Henk Tjallinks twee weken geleden in Het Parool. Al veertig jaar stond hij met zijn handel in prentbriefkaarten, munten en postzegels op het Waterlooplein. Tjallinks vertelde dat hij op zijn achtste was begonnen met het verzamelen van briefkaarten en dat hij op zijn twaalfde had ontdekt dat hij erin kon handelen. “Nu ben ik 62 en doe ik het nog steeds.”

Een week later kreeg Tjallinks een hartstilstand. Gewoon thuis, op de bank. Van de fles wijn die hij net had open­gemaakt, had hij nog niet gedronken.

Tjallinks kwam in 1979 op het Waterlooplein terecht via Ed Bos, die er een kraam had met boeken en prenten. “Zonder kennis van zaken verkocht ik ook weleens een partij oude ansichtkaarten. Henk kocht flink bij me in, maar zei dat ik eigenlijk veel te goedkoop was. Zo was hij: buitengewoon recht door zee. Iemand die je honderd procent kon vertrouwen.”

Ze besloten samen te werken en Bos begon de kaartencollectie van Tjallinks in zijn kraam te verkopen. Op een dag vroeg hij Tjallinks een uurtje op de zaak te passen. Dat werd al snel een dag oppassen, daarna twee keer per week, en later kreeg Tjallinks zijn eigen ­vergunning.

“Henk had wel een façade, hij kon best nors overkomen. Maar als je daar even doorheen prikte, kwam je een joviale man tegen. We deelden een tijdje een Volkswagenbus, en toen ik die eens langsbracht bij hem thuis, was er een straatfeest aan de gang. Henk bleek de spil van het hele gebeuren.”

Het echte leven

“Je hebt op de markt van die sjacheraars, die voor alles centen willen vangen. Zo was Henk niet. Hij kon ook goed geven,” zegt Jos Albers, die al 45 jaar met boeken op de markt staat, en een vriend van Tjallinks werd. “Bovendien moest hij het van zijn kaarten hebben. In heel Nederland ging hij door als autoriteit op dat gebied.”

Albers ziet hem nog zitten bij zijn kraam: een beetje door de kaarten bladeren, sjekkie erbij, in het zonnetje zitten. “Ach, wat hebben we gelachen. Op de markt kan je toch net iets meer dan bij een kantoorbaan. En Henk had een hunkering naar vrijheid. Hij vertelde weleens over de lagere school. Dat hij baalde dat hij binnen moest zitten, terwijl buiten het zonnetje scheen. Hij had toen al de drang om op pleinen te zijn, te zwerven door de stad, mee te doen met, wat wij vonden, het echte leven.”

“Zoals hij het mij altijd heeft verteld: school vond hij niet leuk, en de enige meneer met een auto in de straat zat in de kaartenhandel,” zegt zijn zoon Ricardo. “Zo begon het.” Zijn vader kon stronteigenwijs zijn, en hij was altijd recht voor zijn raap. Tegelijkertijd was hij zorgzaam. “Niets was hem te beroerd. Het is triest dat hij er niet meer is. Hij genoot van eten, drinken en lachen. Hij hield van het leven.”

Dat leven had wel degelijk een ritme: op zaterdag naar een beurs of vlooienmarkt, zondag met een kraam op de Nieuwmarkt, iedere maandag een klus bij het veilinghuis voor munten en postzegels in Nieuwegein, dinsdag en donderdag naar het Waterlooplein en vrijdag naar de bakker, de kaasboer, loten kopen bij ­Primera en boodschappen doen bij de Jumbo in Noord met zijn stiefdochter Godelieve.

Tot een week geleden. Henk Tjallinks, geboren op maandag 6 mei 1957 aan de Nieuwe Prinsengracht, stierf op zaterdag 28 maart in zijn huis in Amsteldorp. Hij werd 62 jaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden