PlusAchtergrond

Kooplui vrezen opheffing Bos en Lommermarkt: ‘Dan ga ik failliet’

De opheffing van de Bos en Lommermarkt per 1 juli 2021 is nog geen gelopen race. Het stadsdeelbestuur had de knoop al door willen hakken, maar liet deze week weten dat nog enkele weken uit te stellen. De kooplui – er zijn nog 19 over – houden de moed erin.

‘Ik ken m’n klanten, zij kennen mij’

Abdeslam Belfqih.Beeld Lin Woldendorp

Abdeslam Belfqih (37) verkoopt hoofddoeken ‘Dubai Style’, zoals hij de glitterstof heeft gedoopt waar zijn klanten wild van zijn. Tegen een vrouw voor de kraam: “Nee, zuster, die kun je in Turkije echt niet krijgen.” Twee keer per jaar vliegt hij met zijn vader naar Hongkong voor inkopen. “Zo hoef ik de marges van de groothandel niet te betalen én ik heb unieke spullen.” Zijn broer staat sinds kort een deel van de week op de Dappermarkt, maar daar is weinig vraag naar dure hoofddoeken: “Je moet nooit zakken met de prijs. Hij staat op de Dappermarkt alleen met de goedkopere voorraad, maar dan nog staat hij vliegen weg te jagen.” Hoewel hij is geboren en getogen in de Dapperbuurt, ligt zijn hart in Bos en Lommer: “Hier ken ik mijn klanten en mijn klanten kennen mij. Als ik weg moet, is het kapitaal dat ik heb opgebouwd in één klap weg.”

‘Veel geschreeuw en weinig wol’

Claus van der Goot.Beeld Lin Woldendorp

Visboer Claus van der Goot (53) is een echte Spakenburger: niet lullen, maar poetsen. Storm, sneeuw of hagel, hij staat er, al is hij de enige op het hele plein. Bang om te investeren is hij evenmin: anderhalf jaar geleden schafte hij een nieuwe bakwagen aan, die met inrichting en al twee ton kostte. Toen begon hij ook met kant-en-klaarmaaltijden en vissalades to go: “Er loopt hier een allochtone middenklasse die goed te besteden heeft.” Maar voor vijf euro per kilo koop je er ook nog gewoon verse ansjovis, die de Turken hamsi noemen en de Marokkanen boqueroni. En natuurlijk heeft hij warme kibbeling, vers uit de pan. Hij is een einzelgänger, met de rest van de kooplui bemoeit hij zich zo min mogelijk: “Veel geschreeuw, weinig wol.” Als de markt wordt opgeheven, wil hij een van de drie staanplaatsen beneden bemachtigen, want aan zijn klanten is hij wel gehecht.

‘Ik ben ’s avonds Uberchauffeur’

Dinesh Kumar Jipat.Beeld Lin Woldendorp

Dinesh Kumar Jipat (30) is een jongen van de markt, zijn ouders stonden op de Vespuccimarkt. Toen die werd opgeheven, verkasten ze hierheen. Van jongs af aan hielp hij mee in kledingkraam van zijn ouders en begon op zijn achttiende zelf met kleding. Maar vier jaar geleden switchte hij naar groente. “Hoe? Gewoon goed kijken hoe anderen het doen.” De formule is simpel: veel en goedkoop, ’s zaterdags staat hij wel eens met twaalf kramen. Het is hard werken, soms rijdt hij naar Rotterdam Spaanse Polder om in te kopen, want daar is het goedkoper dan op de Centrale Markthal. Maar ja, dan moet hij wel om twee uur op. Normaal gaat hij ’s winters met zijn ouders twee maanden naar India, dan is de handel toch slecht. Dit jaar niet: “Ik heb een taxi gekocht voor de zekerheid. Maar nu moet ik ’s avonds werken als Uberchauffeur om de lening af te lossen.”

‘Waar halen ze het lef vandaan?’

Leo Hessing.Beeld Lin Woldendorp

Leo Hessing (58) heeft zijn kraam bij de entree van het plein, meteen rechts als je de trappen opkomt. In de wieg ging hij al mee naar de markt; zijn vader stond op het Gulden Winckelplantsoen met aardappelen. Hessing schakelde over op groente, inmiddels doet hij vooral nog fruit. Alles aan hem is klassiek: zijn grote handen, zijn trui (ook in de winter), zijn gulle lach, Amsterdamse tongval en zijn vriendelijkheid. Alleen als ze aan zijn markt komen, wordt hij witheet: “Wij hebben dit plein nooit gewild, maar we moesten en zouden hier gaan staan. Waar halen ze nu de gore moed vandaan om ons weg te sturen?” Maar dan lacht hij alweer: “Mijn vader zaliger zei al: ‘We hebben altijd te eten, al is het brood met suiker. Brood kunnen we kopen en voor suiker ga ik desnoods naar het koffiehuis om klontjes te halen.’ En zo is het.”

‘Als we weg moeten, ga ik failliet’

Mariska van den Brink.Beeld Lin Woldendorp

Mariska van den Brink (49) verkoopt luxe stoffen, haar klanten zijn vooral vrouwen met een migratieachtergrond: “Hollanders zijn de Turken van vroeger, die vinden alles te duur. Maandag sta ik op de Noordermarkt en dinsdag op de Dapper, maar de zaterdag in Bos en Lommer is zonder meer mijn beste dag.” Haar assortiment is groot, ze heeft minimaal drie kramen nodig om alles uit te stallen, een spotje zorgt dat haar handel mooi is uitgelicht: “Ik heb eigenlijk een winkel op de markt.” Vanwege de dreigende opheffing is ze naar de kamer van koophandel geweest voor begeleiding. “Zegt zo’n vrouw van begin dertig dat ik het prima voor elkaar heb en waarom ik het niet in Utrecht probeer. Alsof ik de klantenkring die ik hier in een kwart eeuw heb opgebouwd zomaar mee kan nemen. Nee, als de Bos en Lommermarkt wordt opgeheven, ga ik keihard failliet.”

‘Ik heb een taxipas aangevraagd’

Yama Omar.Beeld Lin Woldendorp

Yama Omar (44) afschilderen als patatbakker zou hem tekort doen: zijn tent met zitjes en vrolijke sfeerverlichting is de huiskamer van de Bos en Lommermarkt en een geliefd trefpunt voor dames uit het bejaardenhuis om de hoek. In 2000 kwam hij als vluchteling naar Nederland, hij bracht koffie en thee rond op de markt en spaarde zoveel hij kon. Toen zijn verblijfsvergunning rond was, kocht hij een kleine patatwagen. “Eerst had ik alleen diepvriesfriet, maar die smaakt niet. Met YouTube leerde ik patat bakken. Ik begin ’s morgens om zes uur te schillen, alles is zelf vers gemaakt.” Als zijn vrouw helpt, ligt hun zoontje van negen maanden in de verwarmde slaapkamer die hij achter in zijn vrachtwagen heeft gemaakt. Zijn opvolger? “Misschien wel, als deze markt tenminste blijft bestaan. Ik heb een taxipasje aan­gevraagd, maar dat is alleen plan C.”

Is er nog hoop voor de Bos en Lommermarkt?

Afgelopen week had het stadsdeel­bestuur de knoop willen doorhakken over de opheffing van de Bos en Lommermarkt. Maar woensdag liet portefeuillehouder markten Melanie van der Horst (D66) in een brief weten dat ‘de waardevolle reacties’ tijdens de inspraak nopen tot uitstel met minstens ‘enkele weken’. Daarmee staat de eerder door het stadsdeel vastgestelde datum van 1 juli 2021 voor de opheffing van de markt mogelijk op losse schroeven. Vooral de petitie van buurtbewoners en winkeliers – ‘Bos en Lommermarkt niet afschaffen maar aanpassen’ – lijkt een doorslaggevende rol te hebben gespeeld. De petitie wordt ondersteund door de ondernemersvereniging van de Bos en Lommerweg. Volgende week overlegt Van der Horst met onder andere de commissie van marktkooplui en de CVAH, de belangenvereniging ambulante handel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden