Plus

Koninklijke onderscheiding voor verzamelaar onderzoek homoseksualiteit

Jack van der Wel is als drijvende kracht achter een van de grootste documentatiecentra voor onderzoek naar homoseksualiteit koninklijk onderscheiden. Als Ridder in de Orde van Oranje-Nassau gaat hij na 41 jaar met pensioen.

Jack van der Wel, nog eenmaal in de OBA-kelder. Beeld Jakob Van Vliet

“Er was niks, helemaal niks,” zegt de 66-jarige Van der Wel op de derde verdieping van de OBA Oosterdok. Trots zit hij tussen de verzameling, onder meer in een roze boekenkast, grotendeels door hem bijeen is gebracht. Wat in de kasten staat, is slechts een deel van een collectie met meer dan 26.000 boeken en duizenden dvd’s, scripties, cd’s en cassettebandjes.

In 1978 verhuisde Van der Wel als student naar Amsterdam. Tijdens zijn coming-out wilde hij zich in de geschiedenis van homoseksualiteit verdiepen, maar er bleek nauwelijks informatie te vinden. “Het waren andere tijden. Het homoactivisme kwam op en steeds meer studenten sloten zich aan bij actiegroepen. Er werd wel onderzoek naar homoseksualiteit gedaan, maar de resultaten waren nergens te verkrijgen.”

De informatie die er was, lag verstopt in de universiteitsbibliotheken. Daarom begon Van der Wel in 1978 met andere vrijwilligers een documentatiegroep om alle literatuur boven water te krijgen. Zo ontstond het Dokumentatiecentrum Homostudies, afgekort Homodok, dat in 2000 fuseerde met het Lesbisch Archief Amsterdam en het Anna Blaman Huis tot het Internationaal Homo/Lesbisch Informatiecentrum en Archief, kortweg IHLIA.

Schoenendozen

In een kamertje van de UvA aan de Weteringschans schreef de documentatiegroep in de jaren zeventig alle literatuurgegevens op kaarten: auteur, jaartal van het onderzoek en waar de literatuur te vinden was. De kaarten werden in schoenendozen bewaard, naderhand kwamen er kaartenbakken. Het was veel werk dat ook veel tijd in beslag nam. “Om het verder uit te bouwen moest je knokken. Dat ging niet vanzelf.”

Na verloop van jaren werd er meer onderzoek gedaan en de onderwerpen veranderden. “Aan het begin was homoseksualiteit nog een onbegrepen iets en in de jaren zeventig waren er nog allerlei mythes. Zo werd er geroepen dat alle homo’s in de Tweede Wereldoorlog waren gedeporteerd.”

“In 2010 overheerste de gedachte dat iedereen gelijk werd behandeld – wat natuurlijk niet zo was. Alles was wettelijk goed geregeld, maar de attitude van mensen bleek nog altijd teleurstellend. Nieuwe problemen staken de kop op, zoals discriminatie en geweld tegen homo’s en transgenders.”

Langzaam maar zeker werd het onderzoek uitgebreider. “Er is nu meer literatuur over transgenders, biseksuelen en al die letters die symbool staan in de lhbti-gemeenschap. Die moeten we allemaal in de documentatie verwerken.”

Goede Tijden

Van der Wel is altijd doordrongen geweest van het belang van het werk. “Als je niet zichtbaar bent, besta je niet. Begin jaren zeventig werd voor het eerst een groot onderzoek gedaan naar meningen over homoseksualiteit in Nederland: een unicum. Onderzoek was altijd verstopt. Die onzichtbaarheid was het probleem. Er werd niet over gepraat, het was niet op de televisie, er waren geen homopersonages in series. Dat kwam pas veel later. Toen twee mannen met elkaar zoenden in Goede Tijden, Slechte Tijden stond heel Nederland in 2011 op z’n kop. Terwijl, wat is daar nou bijzonder aan?”

Toen de UvA de werkruimte aan de Weteringschans weer zelf nodig had, verhuisden de vrijwilligers in 1999 naar een industrieterrein in Bos en Lommer – met steun van de gemeente. Echte zekerheid kwam in 2007 toen Van der Wel de toenmalige OBA-directeur Hans van Velzen leerde kennen. “In de openbare bibliotheek van San Francisco was hij in een homo­bibliotheek geweest, dat leek hem ook interessant voor Amsterdam. Zo kreeg IHLIA, met de opening van de OBA in 2007, een vaste plek.”

Op de vraag of zijn werk de lhbti-beweging heeft geholpen, reageert Van der Wel bescheiden: “Het is in ieder geval belangrijk geweest, maar er waren altijd een heleboel mensen bij betrokken. Het is nooit een eenmanszaak geweest.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden