PlusInterview

Koloniale dodenherdenking staat stil bij leed én kracht van voorouders: ‘Wij hebben ook ons verdriet’

Rishma Khunsing. Beeld Sophie Saddington
Rishma Khunsing.Beeld Sophie Saddington

Onder de naam ‘Een liefdevol verzoek’ vragen leden van de Surinaamse, Antilliaanse, Indonesische en Ghanese gemeenschap aandacht voor hun voorouders in de koloniale tijd. Komende dinsdag, op de Dam.

Patrick Meershoek

Het is geen provocatie, integendeel. Het is een liefdevol verzoek, vertelt Rishma Khubsing over haar initiatief om op 3 mei, de avond voor Dodenherdenking, om vanaf vijf uur ’s middags op de Dam de voorouders te herdenken die vielen in de voormalige koloniën onder Nederlands bewind.

“Ik ben van huis uit gewend om op 4 mei twee minuten stil te zijn voor de Nederlandse oorlogsslachtoffers. Dat is een kwestie van respect. Maar waarom is er eigenlijk geen moment in het jaar om onze voorouders uit de koloniale tijd te herdenken? Wij hebben ook ons verdriet.”

Khubsing is 40 jaar en psychotherapeut en weet dus het een en ander over de verwerking van verdriet. Ook de alternatieve dodenherdenking op de Dam is bedoeld om collectief te helen, om een bijdrage te leveren aan een betere verhouding tussen de verschillende groepen in de samenleving.

“Ik droom van een jaarlijkse plechtigheid op 3 mei om het leed van de voormalige koloniën te herdenken. Een dag later staan we stil bij de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. En op 5 mei vieren we samen in verbondenheid de bevrijding en de vrijheid.”

Stoomcursus koloniale geschiedenis

De ceremonie op de Dam belooft een stoomcursus koloniale geschiedenis te worden. De Surinaamse gemeenschap wordt vertegenwoordigd door inheemsen, Afro-Surinamers, Hindoestanen en Javanen, groepen die elk op hun eigen manier een ritueel eerbetoon brengen aan de voorouders.

Maar ook de Ghanese gemeenschap is van de partij, net als de Antilliaanse en de Indonesische. Als sprekers hebben zich aangemeld stadsdeelvoorzitter Tanja Jadnanansing van Zuidoost en oud-parlementariër Kathleen Ferrier.

Khubsing zal tijdens de rituelen denken aan háár voorouders, die na de afschaffing van de slavernij naar Suriname werden ontvoerd om op de plantages te werken. “Dat gebeurde onder valse voorwendselen. Sommige voorouders verkeerden in de veronderstelling dat ze op de boot naar Sri Lanka stapten. In plaats daarvan gingen ze naar Paramaribo. De slavernij was afgeschaft, maar de plantages waren er nog, net als de eigenaren die mensen nodig hadden om het werk te doen dat voorheen was gedaan door de tot slaaf gemaakten.”

Honderd gulden en een lapje grond

Dat ronselen van goedkope arbeidskrachten gebeurde met weinig respect voor de menselijke waardigheid. “Het is natuurlijk niet te vergelijken met de slavernij toen de arbeiders op de plantages letterlijk eigendom waren van de eigenaar,” benadrukt Khubsing. “Maar de manier waarop er met de Hindoestaanse contractarbeiders werd omgesprongen, was ook krenkend voor het ego. De mensen kregen een contract voor vijf jaar. Daarna konden ze kiezen: of terug naar India, of blijven. In het laatste geval kregen ze honderd gulden en een lapje grond.”

De voorouders van Khubsing bleven en vestigden zich in Suriname. Haar ouders verhuisden naar Nederland, het land van de koloniale bezetter. “Mijn ouders keken op tegen Nederland. Nederlanders, dat waren witte mensen. De donkere mensen waren buitenlanders. Mijn ouders spraken Hindi tegen elkaar, maar eisten van de kinderen dat zij Nederlands spraken. Dat was in hun ogen een voorwaarde om hier succesvol te kunnen zijn. Ik sprak goed Nederlands, maar wilde per se Hindi leren. Dat was onderdeel van mijn culturele identiteit.”

Bruin en niet zwart

Zoals haar voorouders bij toeval in Suriname waren beland, zo leek Khubsing als opgroeiend kind per toeval in Nederland te zijn terechtgekomen. “Omdat het verhaal van de koloniën zo weinig bekend is, hadden veel mensen geen idee dat er een band was tussen Suriname en Nederland. We hebben een tijdje in Limburg gewoond. Daar werd ik in een winkel een keer aangesproken als zwarte. Ik begreep er niets van. Ik was nooit eerder aangesproken op mijn huidskleur.”

Zelfvertrouwen putte Khubsing uit The Cosby Show, en Noraly Beyer die op televisie vertelde wat er in de wereld was gebeurd. “Ik probeer kleurenblind te zijn. Wij Hindoes zien mensen als de dragers van een ziel die afkomstig is uit een goddelijke bron. God is als een zon, de mensen zijn de zonnestralen. We zijn allemaal met elkaar verbonden. Het uiterlijk is bijzaak, dus ook de huidskleur is onbelangrijk. Maar mensen van kleur delen ook een ervaring met elkaar, over hoe het is om te leven in een land met een dominant witte cultuur.”

Trauma en kracht

De behoefte aan verbondenheid leidde een jaar geleden tot een bescheiden pilot met een alternatieve dodenherdenking op de Dam. Het was coronatijd, dus het bleef bij een korte ceremonie met nog geen dertig aanwezigen. “Het was heel spannend en heel emotioneel,” vertelt Khubsing over de plechtigheid. “De Hindoestanen brachten een vuuroffer aan de voorouders en er was een spokenwordoptreden. De politie was aanwezig en hielp ons na afloop onze spullen naar de parkeergarage te brengen. Dat ontroerde me ook.”

De organisator onderstreept dat de herdenking gaat over wat de voorouders is aangedaan, maar ook over hoe zij overeind zijn gebleven in barre omstandigheden. “Er is een trauma, maar er is ook kracht. Mijn overovergrootvader werkte op de plantage Mariënburg, waar de contractarbeiders voortdurend staakten en in opstand kwamen. Ze lieten zich niet klein maken. Daarom vind ik het belangrijk hem en de andere voorouders te eren.”

Lachend: “Ook uit eigenbelang. Als ik mijn voorouders eer, zullen mijn achterkleinkinderen later ook aan mij denken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden