PlusAchtergrond

Kleinzoon krijgt alsnog levensverzekering van in Sobibór vermoorde opa uitbetaald

De in Sobibór vermoorde Joodse winkelier Joël Komkommer sloot midden in de oorlog een levensverzekering af. De Monitor, een onderzoeksjournalistiek programma van KRO-NCRV, ontdekte dat de polis nooit is uitbetaald. Nu gebeurt dat alsnog.

Joël en Rachel Komkommer.Beeld Lin Woldendorp

Opa Joël Komkommer (1901) bestierde met zijn vrouw Rachel (1901) een comestibleswinkel op Rapenburg. Het echtpaar behoorde tot de gegoede middenstand. “De aanloop in de winkel moet goed zijn geweest. Hij had wat vermogen opgebouwd. Mijn grootvader was een lieve man, die goed voor zijn familie zorgde. Midden in de oorlog, in 1942, sloot hij een levensverzekering af, zodat zijn zoon het later goed zou hebben,” vertelt kleinzoon Joël Komkommer (66).

Voor hem op de tafel liggen drie fotoboeken met vooroorlogse vakantiekiekjes uit de bergen, een reisje naar Parijs en foto’s van de winkel op Rapenburg 79, met hun zoon Isaäc en winkelbediende ‘tante’ Wil Bonsen. Het echtpaar, dat op de Foeliedwarsstraat 2 om de hoek van hun kruidenierswinkel woonde, maakte tal van tripjes. Op een van de foto’s zijn ze, met andere mensen, gefotografeerd voor een fontein, ergens in het buitenland. Waar de foto’s zijn genomen en wie erop staan, weet kleinzoon Komkommer niet.

Auschwitz overleefd

Over de oorlog werd niet graag gesproken door zijn moeder, die Auschwitz had overleefd, noch door zijn vader Isaäc, alias Dick Scheffer, de acteur bekend van zijn bijrollen in Flodder, De Lift, Soldaat van Oranje en Turks Fruit. Pas nadat beiden waren overleden, vond Komkommer de fotoboeken in een kast.

Hij ging op zoek naar zijn familiegeschiedenis. Van zijn grootouders, die een Sperre hadden bemachtigd waarmee ze voorlopig waren uitgesloten van deportatie, wist hij slechts dat ze tijdens een razzia in mei 1943 waren opgepakt en naar Sobibór gedeporteerd werden, waar ze een maand later werden vermoord.

Weggevoerd

“Mijn vader, die toen veertien was, kwam net uit school. Tante Wil hield hem tegen. Mijn vader zag nog om de hoek hoe zijn ouders werden weggevoerd.”

Toen datajournalisten van de KRO-NCRV eerder dit jaar over de verhalen achter de van Joden geroofde panden in de Tweede Wereldoorlog publiceerden, vroeg hij hen om hulp. Komkommer: “Ik wilde weten wat er met het winkelpand van mijn grootvader was gebeurd.”

Geroofd vastgoed

In de zogeheten Verkaufsbücher, die door de Duitse bezetter werden bijgehouden met de adressen van het geroofde vastgoed, de namen van Joodse eigenaren en de kopers - louche ondernemers en vastgoedhandelaren - kwam Rapenburg 79 niet voor. Het pand is waarschijnlijk door zijn grootvader gehuurd.

De comestibleszaak aan Rapenburg.Beeld Lin Woldendorp

Wel werd correspondentie aangetroffen in het dossier van de familie Komkommer uit het Nederlandse Beheersinstituut, dat na de oorlog belast was met het opsporen van onder meer vermogens van gedeporteerde of ondergedoken Joden. Uit die correspondentie bleek dat grootvader Komkommer een levensverzekering bij de Algemene Friesche had afgesloten. De verzekerde som van de polis was nooit uitbetaald. Toen Wil Bonsen enkele jaren na de oorlog voor Isaäc, die bij haar thuis ondergedoken had gezeten, om uitbetaling vroeg, kreeg ze nul op het rekest.

Geroyeerd

De Algemene Friesche had Komkommer wegens het niet betalen van de polis in maart 1943 geroyeerd en was niet bereid de premie uit te betalen. ‘Komkommer kwam pas op 9 mei 1943 in Westerbork. Er kan dus niet gesproken worden van overmacht, omdat hij in maart 1943 nog in de gelegenheid was zijn premie te voldoen,’ antwoordde de maatschappij destijds.

Joël Komkommer had zijn geld en bezittingen moeten inleveren bij de roofbank Lippmann, Rosenthal & Co. En was, blijkt uit de gevonden archiefstukken, ook niet meer in staat zijn leveranciers te betalen. “De correspondentie met de verzekeraar weerspiegelt de kille en zakelijke houding ten aanzien van de kwetsbare Joodse bevolking,” zegt onderzoeker Miranda Grit van De Monitor. 

Bijna 60.000 gulden

De onafhankelijke Stichting Individuele Verzekeringsaanspraken Sjoa, die namens de verzekeraars onderzoek doet naar dit soort polissen en levensverzekeringen, besloot dat het geld, een bedrag van bijna 60.000 euro, alsnog moet worden uitbetaald. “Het is heel bijzonder dat zo’n groot bedrag, bijna 75 jaar na de oorlog, nog wordt uitgekeerd,” zegt Grit. De stichting Sjoa heeft de laatste twintig jaar meer dan 2200 polissen uitgekeerd, ter waarde van in totaal 8,5 miljoen euro. De gemiddelde waarde per polis was 2500 euro.

Komkommer is er blij mee: “Het gaat me niet om het geld of om rechtvaardigheid. Ik ben meer te weten gekomen over mijn familie. Ik wist niets van mijn grootouders af. Het ontroert me dat mijn opa midden in de oorlog nog een levensverzekering afsloot voor zijn zoon. Zo krijgen we een beeld van hem. Hij komt tot leven.”

Kleinzoon Joël Komkommer.Beeld Lin Woldendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden