Plus

Khadija Arib: 'Van zelfreflectie ga je echt niet dood'

Khadija Arib (1960) is voorzitter van de Tweede Kamer. Honderd jaar geleden werd in Nederland het vrouwenkiesrecht ingevoerd en dat wil ze vieren.

Khadija Arib Beeld Harmen de Jong

Hedami
"Klaprozen in de lente. Met de andere kinderen naar de horizon rennen om de ondergaande zon te pakken en dan verdwalen. Toen ik twee jaar was, vertrokken we naar Casablanca, maar elke vakantie gingen we terug. De vader van mijn vader was er kaïd: dorpshoofd."

"Hij bezat veel grond en had ook veel mensen in dienst. Verder was het leven er heel basaal: zelfgebakken brood, fruit, kippen, honden en schapen. De mensen hebben er nu televisie en telefoons. Dat was er toen allemaal niet. Wij hadden een radio op batterijen."

Black label
"De favoriete drank van mijn vader. Hij dronk graag en was gek op vrouwen. Een verwend kind, een knappe man. Geld heb ik niet van hem geërfd, maar wel mooie haren. In Marokko had hij alles verpest en via een broer kwam hij terecht in Rotterdam. Daar woonde hij in een pension met allemaal mannen."

"Ze gingen bij de boer langs om zelf kippen te slachten en gooiden de aardappels met schil en al in de pan, want ze hadden nooit geleerd te koken. Jonge mannen met zwarte krullen. De Nederlandse vrouwen vonden het wel spannend. Mijn moeder hield ontzettend veel van hem, maar ze wist ook: op deze man kan ik niet rekenen. Hij gaf geld uit aan feestjes en danseressen. Pas later heeft ze me verteld dat ik in Marokko een halfbroer heb. Mijn vader heeft hem nooit gezien."

Schiedam
"Mijn vader en moeder stonden elke nacht om vier uur op om de bus van de Rotterdamse wijk het Oude Noorden naar het troosteloze Schiedam te nemen. Daar werkten ze in een wasserij, mijn moeder als naaister."

"Ik kan me van het ­vakantiewerk dat ik er deed nog goed de vieze lakens uit de ziekenhuizen herinneren. Het was er bloedheet. Ik moest met stoommachines wasgoed persen, maar mijn vader zat op de ­afdeling waar de vuile was werd geselecteerd. Ontlasting, bloed, alles zat ertussen. En denk maar niet dat je beschermende kleding had."

MVVN
"De Marokkaanse Vrouwen Vereniging Nederland. Die heb ik in 1982 opgericht toen ik actief was bij het Komitee Marokkaanse Arbeiders in Nederland, het Kman. Elke zondag hadden we arbeidersschool. Ze waren erop tegen dat we de MVVN oprichtten. Mannen en vrouwen, dat was dezelfde strijd tegen het kapitalisme. Maar de meeste vrouwen wilden gewoon taallessen."

"Wij maakten ons druk over vrouwen die thuis opgesloten zaten. Voor een verblijfsvergunning was je afhankelijk van je vader of je man. Als een vrouw werd mishandeld, moest ze het land uit. Later heeft het Kman ons geaccepteerd, maar op affiches werd de MVVN alleen in een héél klein lettertje vermeld."

Sabra
"De naam van een cactus, een plant die alles overleeft: droogte, regen, hitte en kou. En de naam van mijn dochter. Ik was erg betrokken bij Sabra en Shatila, de Palestijnse vluchtelingenkampen in Beiroet, waar falangisten in 1982 een bloedbad aanrichtten. Dat heeft me zo geraakt. Ze draagt de naam met trots. Via haar heb ik drie kleinkinderen. Heerlijk. Het dwingt me een normaal leven te leiden als ze bij me zijn. Aan het einde van de dag kun je me opvegen."

George Clooney
"Het is er nog steeds niet van gekomen, hahaha. Toen ik Kamervoorzitter werd heb ik gezegd dat ik graag alle staatshoofden wil ontvangen, maar liever George Clooney de hand zou schudden dan de Marokkaanse koning. Twee weken later kwam hij naar Amsterdam, maar moest ik naar de Kamer. Een mooie man hoor. Met een prachtige vrouw, de mensenrechtenadvocaat Amal Clooney. Die is veel interessanter."

Gevangenis
"De meeste mensen met wie ik politiek actief was gingen niet naar Marokko. Maar ik dacht: ze kunnen mij Marokko niet ontnemen. In 1989 ging het mis. Het vliegveld werd afgezet, mijn naam werd omgeroepen. Ik heb eerst met mijn drie kleine kinderen op het vliegveld vastgezeten, de volgende dag werden we afgevoerd naar een gevangenis in Casablanca, waar we in een cel met acht mannen kwamen. Ze wisten alles over me: met wie ik omging, wie op bezoek kwamen, dat mijn ex ook kon koken. Heel eng. Ze zeiden dat ik dertig jaar gevangenis kon krijgen. Ik ben nooit aangeklaagd, maar in 1994 durfde ik pas weer terug naar Marokko."

John Bercow
"Order, order! Ik heb hem vorig jaar bezocht, nog voor hij beroemd werd. Gewoon: even kijken hoe hij het doet. In Engeland mag je elkaar in het parlement niet voor leugenaar uitmaken, dan word je uit de zaal verwijderd. Nou, dan zou ik niemand meer overhouden. Ik vind hem een bijzondere man. Hij heeft gezag en humor. Ik bewonder hem, maar tegelijkertijd denk ik: je hart! Het is zo intens hoe hij het doet."

"Zo zou ik niet willen opereren als voorzitter. Ik ben bezig iets te organiseren met Bercow, een clubje met de nieuwe voorzitter van de Franse Assemblée en Wolfgang Schäuble, de voorzitter van de Duitse Bondsdag, en misschien nog iemand uit België. Dat we ervaringen uitwisselen."

Omgangsvormen
"Ik ben niet van de school dat iedereen zich moet inhouden, maar soms lopen de emoties een beetje te hoog op. Dan gaan die mannen ­elkaar de maat zitten nemen. We zitten in een tijdperk dat de druk op Kamerleden hoog is: ze moeten zichtbaar zijn, want anders vliegen ze van de kandidatenlijst."

"Maar wat me werkelijk zorgen baart, zijn die filmpjes die Denk maakt van collega's, waarin halve waarheden worden getoond. Ze hebben het ook bij mij ­gedaan. Je wilt niet weten wat voor bagger je over je heen krijgt. Ik spreek ze erop aan, maar dan moet je wel voor rede vatbaar zijn. Dat is niet iedereen. Terwijl: een beetje zelfreflectie, daar ga je echt niet dood aan."

Parlementair geheugen
"Ik stam uit de vorige eeuw. Met Geert Wilders en Kees van der Staaij zit ik 21 jaar in de Tweede Kamer. Interessant gezelschap, hè? Misschien moeten we het maar eens met zijn drieën gaan vieren dat we het al die jaren hebben volgehouden. Wij zijn nog de enigen die goed weten hoe het werkt met de procedures."

"De Kamer heeft een geheugen nodig, omdat wij bestaan uit ­gewoonten en tradities. Het is mooi als je weet hoe het ging. Ik zie weleens moties voorbij­komen, waarvan ik denk: waarom? Die heb ik vijftien jaar geleden al eens ingediend."

Vrouwenkiesrecht
"Twee jaar geleden had Ronald Plasterk als ­minister van Binnenlandse Zaken bedacht dat ze honderd jaar kiesrecht zouden vieren. De Ridderzaal was al gereserveerd. Ik heb geweigerd. In 1917 was er helemaal geen algemeen kiesrecht, want de vrouwen mochten nog niet meedoen. Plasterk was heel boos. Hij probeerde me te overtuigen: de vrouwen mochten het sluitstuk zijn. Maar ik dacht: we doen het met zijn allen of we doen het helemaal niet. Gelukkig kreeg ik volop steun van mijn collega in de Eerste Kamer, Ankie Broekers-Knol."

"Nederland was laat. Gek hè? Toen ik uit Marokko kwam, was mijn beeld dat men hier vooropliep, maar toen ik kinderen kreeg, besefte ik hoe traditioneel het nog was: voor de crèche in de Spaarndammerbuurt moest ik eindeloos op de wachtlijst. Honderd jaar vrouwenkiesrecht wordt ook niet echt groots gevierd. In de Kamer hebben we een buste neergezet van Suze Groeneweg, het eerste vrouwelijke Kamerlid. Dat was er nog niet, terwijl het Kamergebouw vol staat met beelden van mannen."

Koran
"Het was een discussie onder mijn voorganger: of de Koran ook op de voorzitterstafel moest staan, naast de Bijbel. Ik heb eigenlijk geen idee wat er allemaal staat en hoe het daar terecht is gekomen. Het enige wat ik altijd bij me heb, is het reglement van orde. Met wat ik verder wel of niet geloof, heeft niemand wat te maken."

Dienstauto
"Op de dag dat ik benoemd was als Kamervoorzitter, stond ik op Station Lelylaan op de trein te wachten, toen ik me realiseerde dat ik een dienstauto had. Die stond voor mijn huis te wachten. Ik ben maar snel teruggegaan met lijn 17. Je hoort weleens van ministers met een dienstautosyndroom: dat ze bang zijn om ooit weer tussen de mensen te moeten zitten in de trein. Daar heb ik geen last van. Alle collega's mogen meerijden, of het nou Martin Bosma of Thierry Baudet is."

"Gezellig: dan praten we over de kinderen, over vakanties of over collega's.
Ik zet ze voor de deur af. Als ze uit Amsterdam komen, tenminste, want ik ga ze niet naar Limburg brengen."

Amsterdam
"Niet dat ik ambities heb, maar ik vond het zó leuk dat ik in een enquête van Het Parool over de nieuwe burgemeester bijna bovenaan eindigde. Ik hou van Amsterdam en dat is kennelijk wederzijds. In al die jaren Kamerlidmaatschap heb ik nooit in Den Haag geslapen, ook niet als het debat tot vier 's nachts duurde. Eén keer hebben ze een hotelkamer voor me ge­reserveerd. Ik heb me er even opgeknapt, maar dat was alles."

John Reid
"Ik herken me wel in de scheidsrechtersrol die hij speelt. Hoe vaak ben ik niet bij Thierry langs geweest: joh, moet dat nou zo? Laatst zag ik De rijdende rechter op tv: men vermoedde dat een getrouwde buurman iets had met de buurvrouw en daar werd over gekletst. Het liep helemaal uit de hand. Ik dacht: het is toch bijzonder, dit soort dingen komt overal voor. Dan doet het er helemaal niet meer toe welk geloof of welke etnische achtergrond mensen hebben. Dan zijn we allemaal gelijk."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.