PlusInterview

Kamp Seedorf: ‘Alles wat wij doen, doen we met een knipoog’

Kamp Seedorf in het atelier in een bedrijfs­verzamelloods aan de rand van Almere Haven.Beeld Jan-Dirk van der Burg

Oud-burgemeester Eberhard van der Laan levensgroot op het Mercatorplein, Piet Keizer aan de gevel van Brasserie Keyzer: streetartcollectief Kamp Seedorf ‘plakt’ liever dan dat het praat over het eigen werk. ‘Verwarring stichten, dat doen we toch het liefst.’

Het leek op een wonderbaarlijke wederopstanding van een van de grootste Aja­cieden ooit. Op een grijze ­oktoberzondag schitterde Piet Keizer opeens weer op de plek waar hij een halve eeuw terug triomfen vierde en wonderschoon voetbal liet zien. Zijn beeltenis in rood en wit was levensgroot tegen het baksteen van de Marathontoren bij het Olympisch ­Stadion geplakt; afzender Kamp Seedorf, de wat raadselachtige straatkunstenaarsbende uit ­Almere.

Een maand later dook de onnavolgbare linksbuiten uit de tijd van Johan Cruijff en Rinus ­Michels ook op in het hart van de stad, aan de ­gevel van Brasserie Keyzer naast het Concert­gebouw, toevallig de uitspanning waarvan de oude eigenaren schoonfamilie van Piet waren. Maar zei Cruijff niet dat toeval logisch is? Keizer past volgens de huidige uitbaters prima bij ­Keyzer, vandaar dat het begin februari 2017 overleden voetbalgenie nu prominent aanwezig is op de hoek van de Van Baerlestraat en de Jan Willem Brouwersstraat, met de bal aan de voet, spiedend naar een afspeelmogelijkheid op het Museumplein.

Het ‘plakken’ van Piet, zoals de gabbers van Kamp Seedorf hun graffitivariant noemen, ­betreft het inlossen van een belofte aan ­burgemeester Eberhard van der Laan, vertelt Clyde, de ‘Kamper’ van het allereerste uur, die alleen met zijn artiestennaam in de openbaarheid wil. Clyde dus, van origine Amsterdammer, maar alweer jaren domweg op zijn gemak in Ally – straattaal voor Almere, geboortestad van Clarence Seedorf, naar wie de straatkunstenaars zich hebben vernoemd.

De driekoppige kern van het collectief doet zijn verhaal in een bedrijfsverzamelloods aan de rand van Almere Haven. Clyde, Mike en Eus huren er voor een schappelijke prijs een flink aantal vierkante meters, die zij tot hun atelier en uitvalsbasis hebben gemaakt. Praten met journalisten voor een verhaal in de krant doen zij zelden.

Niet dat ze publiciteitsschuw zijn, integendeel bijna, want ze zoeken zelf geregeld de pers om die te tippen over op handen zijnde plakacties. Maar aan interviews beginnen zij niet, Kamp Seedorf wenst schuil te blijven gaan achter de maskers waarmee het naar buiten treedt. Waarom dan een uitzondering voor Het Parool? “Omdat het de toffe krant van Amsterdam is die ons van meet af aan goed gezind is ­geweest.”

Diego Maradona

Wat drijft de drie, hoe denken ze, waar willen ze heen? “Waar we heen willen? Het liefst naar New York, om André Hazes of Koos Alberts te plakken op Times Square. Tokio, ook niet verkeerd, en daar dan Eenhoorn Joost of Stunt­kabouter doen. Zodat die Amerikanen en Japanners er helemaal niets van snappen. Verwarring stichten, dat doen we graag, dat doen we het liefst.”

Het Diego Maradona-altaar in het atelier van Kamp Seedorf. Beeld Jan-Dirk van der Burg

Op een naargeestig bedrijventerrein in de Flevopolder lijkt de fantasie onmogelijk tot leven te kunnen komen. Maar wie er het kampement van de Seedorfianen betreedt, wordt onmid­dellijk door scheppingsdrang overvallen. Deze bedrijfsunit is aangenaam chaotisch, ademt creativiteit, kunstzinnigheid, en voetbal. Er hangen shirtjes van Ajax, Real Madrid, AC Milan, Inter en Almere City. Een Napolitaans voetbalaltaar getuigt van bewondering voor Diego Maradona, wiens nerveus gesneden broekje met nummer 10 van de nationale ploeg van ­Argentinië ingelijst aan de muur prijkt.

Eberhard van der Laan

Dat altaar, een fijn samengaan van kitsch en voetbalwaanzin, is een replica van een veel groter heiligdom dat een kroegbaas oprichtte in de stad waar Diego glorieerde. De kleine variant in Almere komt uit het Amsterdam Museum, waar in 2014 een voetbaltentoonstelling werd ge­houden met medewerking van Kamp Seedorf. ­

Clyde: “Het verhaal gaat dat die kroegbaas eens in hetzelfde vliegtuig zat als Maradona en dat hij na de landing heeft gewacht tot zijn idool was uitgestapt. Toen is hij naar de stoel van Mara­dona gelopen en trof op de hoofdsteun een zwarte haar aan. Die heeft hij heel voorzichtig verwijderd en thuis op het altaar gelegd. Naar het schijnt naast een potje met tranen die Napolitanen hebben geplengd toen het met Maradona afgelopen was. Zo’n schitterend sterk verhaal mag je natuurlijk nooit gaan verifiëren. Stel je voor dat je het kapot checkt.”

Aan de wanden van het Kamp Seedorf­atelier hangen veel foto’s van artistieke hoogstandjes van het plakkerscollectief uit Almere. Daartussen hangt een bedankje op briefpapier van de gemeente Amsterdam, het blijkt afkomstig van Van der Laan. ‘Lieve vrienden’, schreef hij op 8 maart 2017, zeven maanden voor zijn overlijden. ‘Van alle lieve woorden en uitingen die ik heb mogen ontvangen nadat het nieuws van mijn ziekte bekend werd, ligt mijn dankwoord aan jullie het meest ingewikkeld: graffiti… Mijn gezin vond het prachtig. En ik ook. Hartelijke groet, ook van Femke, Eberhard.’

De Eberhard van der Laan in de Wibautstraat die bij vergissing door iemand van de gemeentereiniging werd verwijderd.Beeld Charlotte Odijk

Voor Clyde, Mike en Eus is de brief van Van der Laan net zo heilig als het altaar van Maradona. Toen bekend werd dat de burgemeester on­geneeslijke kanker had, plakten ze op Kamp Seedorfiaanse wijze een Van der Laan met Ajaxsjaal bij het metrostation in de Wibautstraat. Hij hing er niet lang, want een overij­ve­rige ambtenaar van de reinigingsdienst ging het illegale kunstwerk met een hogedrukspuit te lijf. De man bleek net te zijn teruggekeerd van vakantie en had niet meegekregen dat bij de ­gemeente was besloten de burgemeester van Kamp See­dorf met rust te laten.

Van der Laan zelf kon de plakactie van de belhamelkunstenaars zeer waarderen en vroeg de drie uit Almere bij hem thuis op visite. Dat werd lachen. Eus: “Het was supergezellig en de burgemeester had ook allemaal vette Ajaxverhalen. We vroegen hem. ‘Welke Amsterdammer, vind jij, zouden wij nog eens moeten plakken?’

‘Piet,’ zei hij.

Wij: ‘Piet wie?’

‘Piet Keizer…’”

Clyde: “De burgemeester begon te vertellen over de mistwedstrijd van 1966, Ajax-Liverpool, hoe hij als jongen, met zijn vader op weg naar het stadion, in het supportersgeroezemoes steeds de naam Piet Keizer hoorde vallen. ‘Het schijnt dat Keizer niet meedoet.’ ‘Heb je het al gehoord, van Piet…’ Zo ontstond bij Van der Laan een fascinatie voor Keizer. Ik vond dat ­geweldig om te horen, want Keizer was een held van mijn ouders.”

Mike: “En zelf hebben wij Keizer ook nog een paar keer meegemaakt. Onder meer bij een boekpresentatie. Daar was hij eregast en toen hij naar voren werd gehaald, vroegen ze hem of hij nog wat wilde zeggen. ‘Nou nee,’ zei Piet. En dat vonden wij toch wel mooi eigenzinnig en sterk.”

Op 5 oktober 2017 overleed Van der Laan en met instemming van de buurt en goedvinden van de gemeente bracht Kamp Seedorf op het Mercatorplein in Amsterdam-West een acht meter hoge Eberhard aan. Het monument, dat weduwe Femke in de zomer van dit jaar ont­hulde, toont de geliefde Van der Laan in al zijn hartelijkheid en alledaagsheid, met weer die Ajaxsjaal over het losgeknoopte colbert en de handen in de broekzakken.

Naast de burgemeester de boodschap waarmee hij afscheid nam van zijn Amsterdam:

ZORG
GOED
VOOR
ONZE
STAD
EN VOOR
ELKAAR

Een opgerolde Caniggia

Kamp Seedorf ontstond door Clyde, de oudste van het stel en eind vorige eeuw een bekende in de Amsterdamse graffitiscene. Zo’n tien jaar geleden was Clyde er bij nacht en ontij maar weer eens met de spuitbus op uit getrokken, terwijl hij thuis een zwangere vrouw in bed had liggen. Aan het einde van de klus vond hij zichzelf terug in een plas. “Ik was gestruikeld. Zeiknat en onder het slijk zei ik ­tegen mijzelf: wat ben je nou eigenlijk aan het doen, man? Binnenkort ben je vader. Wordt het niet eens tijd om hier mee te kappen?”

Clyde ging op zoek naar andere vormen van streetart en vond zijn ideale uitingsvorm: figuren en vormen op papier schilderen en die tegen muren plakken, in plaats van ze er met verfspray tegenaan spuiten. Een schonere manier van kunst bedrijven, milieuvriendelijker ook en tegelijk aardiger voor de verwijderaars als het artistieke werk ontoelaatbaar wordt bevonden. Wat voor lijm Kamp Seedorf gebruikt? Glas­vezellijm, veelal met een toevoeging van waterglas. Clyde: “Dat is een tip van mijn commu­nistische schoonvader. Zo iemand weet van plakken natuurlijk.”

Mike, ietsje jonger en ook ooit een Amsterdamse graffitiboy, voegde zich na enige tijd bij Clyde, waarna Eus Kamp Seedorf compleet maakte. Mike: “Wij verenigen drie generaties uit het artgebeuren. Clyde is oud, Eus is jong en ik zit daar tussenin.” De klik tussen Clyde en ­Mike was er vanwege hun Amsterdamse achtergrond meteen, jonkie Eus, Almeerder van geboorte, moest zich bewijzen, met een bijzonder plakidee en een geslaagde uitvoering daarvan. Dat hij zich Eus noemt, is vanwege Eusébio, de Zwarte Parel, voetballegende van Benfica.

Marco van Basten op een pilaar van de metro in de buurt van Strandvliet.Beeld Rink Hof

Eus heeft Portugese roots en zijn hele familie is voor Benfica. Hij besloot naar Lissabon te vliegen met in zijn bagage een opgerolde Claudio Caniggia, de Argentijnse ster die halverwege de jaren negentig heel even voor Benfica straalde en een cultfiguur werd. Na de klassieker ­Benfica-FC Porto plakte Eus zijn metershoge Caniggia eigenhandig op een muur van het Estádio da Luz en haalde daarmee A Bola, de grote Por­tugese voetbalkrant, die meldde dat een street­artgroep uit Nederland de Benficasupporters Claudio Caniggia had teruggegeven.

Thuisgekeerd in Almere oogstte Eus opnieuw applaus. Kamp Seedorf nam hem op. Clyde: “Omdat hij had laten zien dat hij onze gekkigheid begreep. Bovendien bleek hij ook aardig te kunnen zuipen.”

Hun ideeën werken de drie uit in het atelier, maar ze ontstaan in de kroeg. Kamp Seedorf is vooral muziek, en dan hoofdzakelijk hiphop, voetbal, bier drinken en snacken. Clyde: “De betere snack is ook art. Hoe kunstig kan een berenhap wel niet zijn? Zie die afwisseling in struc­turen en dan zo’n prachtig stokkie erdoor. Een mooi bakje kibbeling, waarom zouden we dat niet mogen eren? Een grove frikadel speciaal, genieten man.” Clyde toont een sticker van een nogal gecompliceerde snack. “Kijk, ons nieuwste juweeltje: de catamaran, een bakje patat speciaal met twee frikadellen erbovenop.”

Quinoasaladestraat

Wat wil Kamp Seedorf, wat is het idee achter de ideeën? Wat is de essentie? Mike: “Pfff, de ­essentie, daar vraag je me wat. De essentie ligt in het gevoel. Wij doen dingen die spontaan in ons opkomen. Wat we bedenken, komt voort uit ons gevoel. Sommigen halen de schouders op over wat wij doen, maar veel mensen staan er even bij stil. Je moet ’t zien hè, je moet ’t voelen, veel meer houdt ons werk niet in. Er is geen ­verborgen boodschap, het is wat het is, en als je dat niet ziet, houdt het op.”

Neem de bordjes met zelfverzonnen straat­namen. Kamp Seedorf mag die graag aanbrengen op plaatsen waar geen bordjes hangen. Zoals in een zijstraat van de Wibautstraat, in een buurt met een hoog hippe-fruitsappen-en-salade­barretjesgehalte. Daar plakten ze een bordje met Quinoasaladestraat. En in de Kinkerstraat, op een elektriciteitshuisje, Je Moederskut­straat. Clyde: “En het mooie is dan dat ze van de gemeente komen om onze bordjes weg te halen en ze te vervangen door bordjes met de officiële straatnamen. Maar op die plekken hingen nooit bordjes. De verwarring slaat toe. Heerlijk.”

Mike: “Soms willen mensen uitleg, maar er valt niets uit te leggen. Als we Je Moederskutstraat moeten gaan uitleggen… Weet je, je voelt ’t of je voel ’t niet. Ze vragen ons weleens wat we zijn, wat de definitie is van wat wij doen. Weten wij veel. Wij zouden onszelf niet zo snel kunstenaars noemen. Streetart, dat is ook al zo’n zwaar begrip. We denken er verder ook niet over na. Wij denken sowieso niet zo veel na. Althans, niet over alles.” Maar wat zijn ze dan? Creatievelingen, artistiekelingen? “Wat jij wil. Wij doen gewoon ons ding, we zijn doeners, ja, dat zijn we, doeners, makers.”

En vrije geesten. “Ja, dat zeker.”

Clarence Seedorf

Kamp Seedorf, stelt Clyde nadrukkelijk, is het tegenovergestelde van Banksy, de vermaarde graffitigrootheid uit Engeland, politiek geën­gageerd tot in al zijn vezels. “Hij is de totale denker, maar wij komen gewoon aanzetten met een bakje kibbeling.”

De naam, Kamp Seedorf, is die ook het gevolg van een opwelling? Clyde: “Nee, daar is wel over nagedacht. Clarence Seedorf komt uit Almere en in de ogen van zo’n beetje alle Nederlanders, vooral Amsterdammers, is Almere kut. Maar als die Amsterdammers hier dan komen wonen omdat Amsterdam te vol en onbetaalbaar is, zien ze dat Almere helemaal zo kut niet is. ‘Welkom in Ally,’ zeggen wij tegen die Amsterdammers en Seedorf vindt het hartstikke tof wat wij doen. Clarence is net als Ally ook niet altijd ­geapprecieerd, maar hij is wel de meest gelauwerde voetballer van Nederland. En een wereldvent. We hebben ’m, denk ik, al wel tien keer geplakt: in Almere, in Amsterdam, in Milaan…”

Het atelier met de shirts van Clarence Seedorf.Beeld Jan-Dirk van der Burg

De vrije geesten van Kamp Seedorf plakken spontaan, uit eigen beweging, maar ook in opdracht. Clyde, Mike en Eus gaan daarbij uiterst selectief te werk. Wat wel en niet kan, luistert nauw. De betere snack voor de Febo moet kunnen. Het Italiaanse voetbalkeepersicoon Gianluigi Buffon voor Puma ook. Een Frank Underwood leveren aan Netflix voor een nieuwe serie van House of Cards? Geen probleem. Na de première in Londen nam Kevin Spacey, ofwel Frank Underwood, zichzelf onder de arm mee naar buiten. Eus: “Die staat nu bij hem thuis. Hoe vet is dat?”

Voor Terre des Hommes maakte Kamp See­dorf een goudkoortsserie, als onderdeel van een campagne tegen het uitbuiten van kinderen in goudmijnen. Clyde, Mike en Eus schiepen een met goud behangen B.A. Baracus, van The A-Team, een Zlatan Ibrahimovic met gouden bal, een mijnwerker van goud en – grapje – een golden retriever.

Wat ze zoal niet deden? Ingaan op de aanbieding van een Duitse fabrikant van heel gezonde mueslirepen. Clyde: “Als je ons vraagt om daar een campagne voor te verzinnen, dan begrijp je niets van het werk van Kamp Seedorf.”

Eus: “We zeggen vaak nee, hoor. Misschien wel in 95 procent van de gevallen. Als het niet meteen goed voelt, als er geen humor in kan, geen zelfspot, dan houdt het al meteen op.”

Bekvechten

Van de verdiensten van Kamp Seedorf kan de harde kern niet leven, nog niet tenminste. Clyde, Mike en Eus doen er nog wat dingen naast. Is de verleiding dan niet groot om goedbetaalde klussen hoe dan ook aan te nemen? Eus: “Nee, want dan kunnen we net zo goed voor een baas gaan werken, bij een reclamebureau of zo.”

Mike: “We hebben soms best wel heftige discussies over wat we wel of niet moeten doen. Maar we komen er altijd uit, want met z’n drieën is het uiteindelijk gewoon twee tegen één en wordt er een beslissing genomen.”

Van de twistgesprekken in de kroeg, onderweg of in het atelier wordt Kamp Seedorf alleen maar sterker, is Mikes overtuiging. “Omdat je elkaar er nog beter door gaat begrijpen. Die discussies zijn interessant, omdat ze onze samenwerking naar een nog hoger niveau tillen.”

Clyde: “Dat bekvechten van ons gaat ­zelden over geld. We hebben alle drie heel sterk de overtuiging dat we geen concessies doen omwille van de poen. Zouden we dat wel doen, dan gaat de magie verloren en is het snel afgelopen. Maar het mag niet aflopen, want we willen dit tot aan onze dood blijven doen.”

Beeld Jan-Dirk van der Burg

Wat kan nog meer niet? Clyde: “Dat er tegen ons wordt gezegd dat we zus en zo moeten gaan doen. Een bedrijf dat iets van ons wil, moet het omdraaien, vragen: wat denken jullie dat jullie voor ons zouden kunnen doen?”

Mike: “Politiek kan niet. Daar doen we niet aan.”

Eus: “Maar politici kunnen weer wel. Ook de dubieuze. We hebben Kadhafi gedaan, in dat mooie legerkostuum van ’m, met al die onderscheidingen. Hebben we erbij gezet: ‘Hiphop, don’t stop’. Kijk, we gruwelden van Kadhafi’s ­daden, maar we hielden van zijn stijl.”

Clyde: “We hebben ook Poetin gedaan, met een heel schattig hondje op zijn arm. Dat werk is aan flarden gescheurd, door een woedend ­iemand die het niet begreep. We hadden er ‘Lobi da basi’ bij gezet, van de rapper Typhoon: liefde is de baas.”

Mike: “Wat wel of niet bij ons past, is ook weer zo lastig uit te leggen. Het moet Kampie zijn, zeggen wij tegen elkaar, om te lachen. Alles wat wij doen, doen we met een knipoog.”

Prince

Zoals naar Amerika gaan om in Minneapolis ­levensgroot de voetballers te plakken van een amateurclub met een voorzitter van Nederlandse afkomst. Clyde: “Dan Hoedeman heet die man, hij reageerde via Twitter heel gevat op acties van ons. Toen hij vroeg of wij niet eens naar de States konden komen om met zijn jongens aan de slag te gaan, hebben we dat gedaan. Hebben we levensgroot volstrekt onbekende voetballers afgebeeld.”

Eenmaal in Minneapolis kon Kamp Seedorf de verleiding niet weerstaan om Prince te plakken, in zijn hometown. Dat gaf nogal wat gedoe, want de muur van het fietstunneltje dat voor dit ­opwindende plakdoel was uitverkoren, bleek ­allesbehalve vlak. Clyde: “Het werd een enorm gehannes en met onze handen hebben we op ’t laatst klodders lijm op die muur gekwakt. Toen we eindelijk klaar waren, zaten we onder de lijmslierten.”

Maar Prince hing, en bleef hangen, omarmd door plaatselijke fans die hem adopteerden en via Twitter bij Kamp Seedorf te rade gingen voor het onderhoud van His Royal Badness: ‘Welke lijm moeten we gebruiken?’

Kamp Seedorf geniet snelgroeiende bekendheid, maar Clyde, Mike en Eus waken ervoor de populariteit van hun creaties op zichzelf te betrekken. Omdat de spontaniteit verdwijnt zodra het publiek weet wie er achter Kamp zit. ­Clyde: “Dan wordt het lastiger om verrassend te zijn.”

Mike: “Mensen gaan dan de werken van Kamp Seedorf koppelen aan ons en misschien ook wel verwachtingen van ons krijgen.”

Eus: “En dan wordt het onmogelijk om ver­warring te stichten, wat wij toch het liefst doen. Kom op, laat de fotograaf nu maar dat groepsportret maken. Lekker incognito met z’n vieren.’

Vieren?

“Ja, die in dat berenpak hoort er ook bij, alleen zegt hij nooit wat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden