Interview

Journalist Wouter Laumans: ‘Als je over misdaad schrijft, heb je een sparringpartner nodig’

In zijn boeken Mocro maffia en Wraak schreef journalist Wouter Laumans al over de nieuwe generatie criminelen in het Marokkaans-Amsterdamse misdaadmilieu. Nu volgt hij het nieuws op de voet voor Het Parool. ‘Als getogen Amsterdammer kende ik de krant al goed.’

Wouter Laumans, misdaadjournalist van Het Parool. Beeld Hilde Harshagen
Wouter Laumans, misdaadjournalist van Het Parool.Beeld Hilde Harshagen

De meeste van zijn collega’s heeft Wouter Laumans nog niet ontmoet: hij had net zijn eerste werkdagen bij Het Parool achter de rug toen eind september de coronamaatregelen werden aangescherpt. Wie niet op de redactie hoefde te zijn, mocht er voorlopig niet meer komen – en zo is de situatie nog steeds. “Een gekke tijd om als nieuweling bij de krant te beginnen,” zegt Laumans. “Ik vind het altijd fijn om even de stand van zaken door te nemen bij het koffiezetapparaat, en dat is er nu niet bij. Dat is even wennen.”

De collega met wie hij het meest samenwerkt, kende hij gelukkig al: Paul Vugts, al 22 jaar in dienst bij de krant. Een oude bekende uit het werkveld – Laumans werkte jarenlang als misdaadverslaggever bij verschillende media.

Wat deed je voordat je bij Het Parool begon?

“Ik heb een onstuimig cv; mijn hele journalistieke carrière heb ik gehopt tussen televisie en print. Ik ben ooit begonnen bij AT5 Nieuws en heb vervolgens gewerkt bij Quote, Zembla, Talpa, Nieuwe Revu, begon tussendoor een eigen bedrijf en daarna volgden WNL, De Telegraaf. Ook heb ik een tijd gefreelancet voor NRC. Toen Het Parool belde met de vraag of ik de redactie wilde versterken, hoefde ik niet lang na te denken. Als getogen Amsterdammer ken ik de krant goed, en ik vind Paul Vugts een van de beste misdaadverslaggevers van Nederland.”

Ben je altijd misdaadverslaggever geweest?

“Niet altijd, ik heb ook economische verslaggeving gedaan. Maar misdaadjournalistiek is een tak van sport die me altijd heeft geïnteresseerd, en voor de meeste printmedia heb ik me daarmee beziggehouden. Printmedia lenen zich overigens beter voor misdaadverslaggeving dan televisie: mensen uit het criminele milieu gaan niet graag on the record op tv. De aard van misdaad is heimelijk, en als journalist ben je toch afhankelijk van wat mensen je vertellen. Daarom worden er in misdaadprogramma’s vooral advocaten of politieagenten gevolgd, of gaat het om ontmaskeringen. Baanbrekende onderzoeksjournalistiek op misdaadgebied maken voor tv is lastig. Ook daarom ben ik altijd blijven schrijven.”

Welke ontwikkeling in die onderwereld zag je de laatste jaren?

“In 2012 zag je dat er heel veel bruut geweld plaatsvond in de publieke ruimte. Afrekeningen in en rond Amsterdam gebeurden op klaarlichte dag, midden in woonwijken – denk aan de dubbele liquidatie in de Staatsliedenbuurt. Achter al dat geweld bleek een grootschalige cocaïnehandel schuil te gaan: jongens die zich vroeger zouden hebben beziggehouden met overvallen, richten zich nu op georganiseerde drugshandel en gebruiken daarbij extreem geweld. Veel conflicten die we de laatste jaren in het criminele milieu zagen, zijn daarop terug te voeren. De reeks afrekeningen in de stad waarbij jonge jongens betrokken zijn bijvoorbeeld, of de vondst van de martelcontainers in Wouwse Plantage. Een ander verschil met de oude generatie is dat de conflicten en het geld niet meer regionaal van aard zijn: criminelen uit Amsterdam en Rotterdam trekken gezamenlijk op en het geld gaat niet meer naar pandjes in Amsterdam, zoals in de Endstra-tijd, maar naar Dubai. Vanaf medio 2012 heb ik op misdaadgebied eigenlijk over weinig anders geschreven dan deze ontwikkelingen. Het Parool besteedde er ook al direct veel aandacht aan. Ik zei onlangs nog gekscherend tegen Paul: toen onze collega’s nog druk waren met Willem Holleeder, zaten wij al naast elkaar in de rechtbank bij zaken over deze nieuwe generatie.”

Hoe is de taakverdeling tussen Paul Vugts en jou?

“In grote dossiers, zoals het megaproces rondom Ridouan Taghi, trekken we gezamenlijk op. Verder schrijven we allebei over bijvoorbeeld de drillrapscene, die nieuwe generatie, wat er in het milieu gebeurt. We bepalen onderling wie welke stukken schrijft. Het is hoe dan ook goed om dit werk samen te doen. Als je over misdaad schrijft, heb je een sparringpartner nodig, iemand die even goed op de hoogte is over de laatste ontwikkelingen en ook kan inschatten welke risico’s het met zich kan meebrengen als je een verhaal publiceert. Andere journalisten hoeven daar geen rekening mee te houden, maar in ons werk zit altijd een veiligheidscomponent. Daarnaast is het vaak complexe materie. Elke krant die misdaadverslaggeving serieus neemt, werkt daarom met duo’s. Ook voor Het Parool is misdaadjournalistiek een belangrijke pijler.”

Je schreef samen met journalist Marijn Schrijver twee boeken over de nieuwe generatie criminelen. Brengt misdaadverslaggeving meer risico’s met zich mee dan het schrijven van boeken over misdaad?

“Met het schrijven van boeken loop je niet voor de muziek uit: je brengt niet als eerste namen en achtergronden van criminelen naar buiten. In krantenstukken doe je dat soms wel. Maar waarvoor je ook schrijft: het is belangrijk om alles te dubbelchecken en zo gedegen, goed en integer mogelijk te werk te gaan. Niet iedereen hoeft leuk te vinden wat er in een stuk staat, maar het moet wel kloppen. Dat geldt voor alle journalistiek.”

Blijf je boeken schrijven naast je werk voor Het Parool?

“Er borrelen altijd ideeën en er zijn altijd plannen. Maar een boek schrijven waar lezers echt iets wijzer van worden, vraagt veel tijd – met Mocro maffia waren we anderhalf jaar bezig, met Wraak drie. Het is een flinke klus, waar ik een haat-liefdeverhouding mee heb. Krantenstukken zijn meer work in progress: je schrijft over de huidige stand van zaken in een rechtszaak of onderzoek, over een deel van het grote verhaal. We hebben de komende tijd vooral grote verhalen in de pijplijn zitten rondom het Marengo-proces en andere grote zaken die nu spelen. Ik heb veel zin om die te gaan maken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden