PlusKlapstoel

Johnas van Lammeren van de Partij voor de Dieren: ‘300.000 ballonnen oplaten? Are you fucking kidding me?’

Johnas van Lammeren: ‘Mijn broers roepen altijd dat alles mij komt aanwaaien. De golden boy, zeggen ze. Ze hebben geen idee.’ Beeld Harmen De Jong
Johnas van Lammeren: ‘Mijn broers roepen altijd dat alles mij komt aanwaaien. De golden boy, zeggen ze. Ze hebben geen idee.’Beeld Harmen De Jong

Johnas van Lammeren (1973) was gemeenteraadslid voor de Partij voor de Dieren in Amsterdam. Na twaalf jaar verruilt hij de stad voor een wethouderspost Dierenwelzijn en Openbare Ruimte in Amersfoort. Een gesprek aan de hand van steekwoorden: over het pientere pookje, valse honden en de Paaseilanden.

David Hielkema

Delft

“Daar ben ik geboren, mijn vader studeerde er elektrotechniek. De hele Van Lammerentak, tot diep in de geschiedenis, bestaat uit ingenieurs die de interessantste dingen hebben uitgevonden. Het pientere pookje van DAF is van een overgrootvader bijvoorbeeld – hoefden bestuurders niet meer te schakelen.”

“Mijn vader was 28 jaar toen hij mij kreeg, mijn moeder 26, ik was de derde van drie jongens. Na drie maanden vertrokken we naar Adelsdorf, in Duitsland, tegen de Tsjechische grens. Daar ging mijn vader werken bij een waterkrachtcentrale. Duurzame energie. Maar ik ben vanaf mijn vijfde opgegroeid in Beugen, een Brabants dorpje. We woonden in een boerderij, zonder vee.”

Landa

“Die hond heeft iedereen in het gezin gebeten. We reden naar Duitsland en kwamen langs een boerderij waar rottweilerpups te koop waren. Die bleken uitverkocht te zijn, maar we mochten de moeder wel meenemen. Mijn ouders hebben de hond achterin de auto gestopt, met drie kinderen. Bleek het een kettinghond te zijn. Wisten zij veel. Mijn ouders hadden altijd de minst gedomesticeerde honden. Vaak vals en een mix van rottweilers. Ze hebben me vaak genoeg gebeten, ik heb littekens op mijn arm en been, maar ik ben niet bang en heb ongelofelijk veel respect voor die beesten.”

Ballonnen

“Die mogen in Amsterdam niet meer de lucht in. Het was tijdens de troonswisseling van Willem-Alexander, in 2013. Eberhard van der Laan vertelde dat hij driehonderdduizend ballonnen wilde oplaten. Are you fucking kidding me? Honderd ballonnen vind ik ook wat van, maar driehonderdduizend? Tijdens een commissievergadering heb ik hier meteen een punt van gemaakt en dat werd opgepikt door het journaal. Na veel protest is het uiteindelijk niet doorgegaan. Later zei Eberhard dat dankzij mij die dag straaljagers boven Amsterdam vlogen. Bijzonder, want normaal komen er geen gevechtsvliegtuigen boven de stad.”

Atriumcafé

“Daar werkte ik als barman. Ik studeerde technische bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam en woonde met een maatje dat werkte bij het Atrium. Na de Bijlmerramp in 1992 zei hij dat ze mensen nodig hadden, want heel veel studenten woonden in Zuidoost. Die hadden wel andere dingen aan hun hoofd dan werken.”

Corpsbal

“Die bijnaam kreeg ik in het Atriumcafé. Ik zat bij dispuut Areiopagos van Lanx. In het café schonk ik bier aan de linkse politicologen Jasper van Dijk van de SP en Mei Li Vos van de PvdA. Grappig, hoe klein de politieke wereld is. Door de politicologen heb ik trouwens flink leren ouwehoeren. Op z’n Amsterdams ook. Als Brabander uit een dorp van driehonderd mensen kende ik dat niet.”

De Telefoongids

“Ik werkte begin deze eeuw bij KPN. Daar deed ik iets met data, maar het bedrijf had zich vergaloppeerd en iedereen die geen winst maakte moest KPN verlaten. Rücksichtslos werden we via tienminutengesprekken ontslagen, hele afdelingen tegelijk. Voor het eerst was ik werkeloos, maar na twee weken werd ik bij de Telefoongids aangenomen. De Google van die tijd waren we. Het geld kon niet op, er was geen concurrentie, de winstmarges waren oneindig. Het ging nergens over. Ik stuurde verschillende afdelingen aan en ben daar tot 2019 gebleven.”

One-issuepartij

“Wat kan ik zeggen? De Partij voor de Dieren wil een leefbare aarde voor al haar bewoners, is het formele antwoord. Noem het one-issue, noem het links, rechts, ik geloof het allemaal wel. Het grote publiek is in 2017 pas verder gaan kijken dan de titel. Je roept dat natuurlijk met zo’n naam ook een beetje over je af en ik denk dat het een snelle groei in de weg heeft gestaan. Maar het gaat beter, al zijn we er nog lang niet.”

CDA

“Onze aartsvijand in de Tweede Kamer. Het CDA wilde vasthouden aan het oude intensievelandbouwsysteem, wij niet. Toen ik in 2010 de gemeenteraad in kwam, zei ik dat ik groter wilde worden dan het CDA. Dat is ook gelukt. Al vrij snel. Zij hebben nog maar één zetel, wij drie. Het is een goede bestuurspartij met slechte denkbeelden. Met Diederik Boomsma van het Amsterdamse CDA kon ik goed samenwerken, alleen op het gebied van dierenwelzijn moet hij iets intelligenter worden.”

Vegetariër

“Ben ik op mijn veertiende geworden. In Brabant. Het was in die tijd ongelofelijk ingewikkeld, ik was aan het pionieren. In mijn studietijd heb ik het even losgelaten, tot we het bij KPN een keer over duurzaamheid hadden en iemand me op mijn lunch wees. Hij had gelijk. Sindsdien eet ik geen vlees en vis meer. Dat was rond de eeuwwisseling. Stapje voor stapje ben ik veganist geworden.”

Varkensgeluiden

“Werner Toonk van de VVD maakte knorgeluiden tijdens de eerste raadsvergadering. Was dit het niveau van de Amsterdamse gemeenteraad? Waar ging dit over? Maar ik houd wel van wat show. Ik heb er niet op gereageerd. Marijke Shahsavari van het CDA had voor een bontdiscussie expres bontkleding aangetrokken. Ik was toen al 37, dus dacht wel: wat denk je dat je bij mij bereikt?”

Mannetje inhuren

“Het liefste huur ik nooit iemand in. Ik kan alles beter. Bijna alles – als je kunt stuken, ben je buitenaards. Echt niet normaal. Op de boerderij deden we alles zelf. Riolering, het dak opknappen, elektriciteit: we deden het allemaal zelf. Lassen? Ik kan wel op een vent wachten, maar ik kan het zelf ook proberen. Ik vind het moeilijk als mijn vrouw zegt dat we een mannetje moeten inhuren. Klussen is geestelijk ook heel ontspannen.”

Raadslid van het Jaar

“Ik had nog nooit wat gewonnen in mijn leven, dus dit was wel meteen de hoofdprijs. Mijn broers roepen altijd dat mij alles komt aanwaaien. De golden boy, zeggen ze dan. Ze hebben echt geen idee. Ik ben duizend doden gestorven achter de microfoon toen ik voor het eerst in de raad zat. Ik kreeg fysieke reacties. De eerste jaren heb ik al mijn vakantiedagen gebruikt voor de raad. In de zomer gingen we ook niet met vakantie. Toen onze zoon in 2010 kwam, was ik bezig met het huis verbouwen, de babykamer op orde krijgen, raadslid zijn, werken bij de Telefoongids. Ik sliep amper. De prijs in 2018 was een beloning.”

Ja/Ja-sticker

“Door mijn motie moeten mensen nu actief aangeven of ze ongeadresseerde folders willen ontvangen. Eerst gold het alleen voor Amsterdam, maar een journalist van De Correspondent pikte dat op en schreef daar een heel goed artikel over. Toen hadden meer steden interesse. Dat hielp ook om Raadslid van het Jaar te worden in 2018. De periode 2014-2018 was mijn vruchtbaarste periode: het vuurwerkverbod, controle op subsidies, blaadjes die niet meer weggeblazen mogen worden in parken.”

Ons’ Lieve Heer op Solder

“Daar had ik een fantastische woonruimte naast. Eind jaren negentig belde een moeder van een dispuutgenoot me op. Zij was makelaar en zei dat ze een antikraakpand had waar ik samen met een vriend kon wonen. Ze had geen idee voor hoelang, maar ik moest die avond nog een bed en matras neerzetten. Er werd in die tijd nog stevig gekraakt. Mijn vriendin kwam na een paar maanden. Inmiddels is ze mijn vrouw, met wie ik een zoon van twaalf heb. Ik heb haar trouwens op het Atrium leren kennen. Dat had ik natuurlijk moeten vertellen bij het steekwoord Atriumcafé!”

Rutger Groot Wassink

“Goed politicus. Rutger en ik konden het heel goed vinden toen we samen in de oppositie zaten. Maar in 2018 zijn we gaan botsen. Ik ben het fundamenteel oneens met het beleid van GroenLinks op het gebied van biomassa. Het is zo’n domme keuze. Ook dat ze het nog steeds verdedigen. Dat vind ik irritant. Als twee stevige politici knal je dan met elkaar, terwijl je allebei strijdt voor een groene wereld. Maar bij mij zit er niks persoonlijks. Bij hem misschien wel. Ik denk dat we samen goed bier kunnen drinken.”

Kapitein Stokhuijzen en Roggeveen

“Mijn voorouders. Oude kapiteins. Scheepvaart heeft er altijd ingezeten bij ons. Roggeveen heeft de Paaseilanden ontdekt. Hij vervoerde goederen, geen mensen. Naar hem heb ik mijn boot vernoemd, een oude wadder. Met vrienden ga ik volgend jaar de Atlantische Oceaan over zeilen. Zij hebben een catamaran en zochten nog iemand voor de hondenwacht, shifts in de nacht. Ik heb hier heel veel zin in. Een droom.”

Kamerdebatten

“Die zet ik altijd op als ik aan het werk ben. Het is een hobby. Ik ben er ooit mee begonnen om het spel beter te begrijpen. Zo kijk ik ook naar de politiek: het is een spel. De kunst van het verwoorden en in moeilijke gevallen nog kunnen draaien: ik vind dat heel knap.”

Caruso

“De hond van mijn ouders. Doof, oud, blaft naar alles en iedereen, maar het is een fantastisch dier. Hij was eigenlijk van mijn vader. Papa, ik lijk steeds meer op jou, van Stef Bos. Dat is ook zo. Ik rijd dan in de auto van mijn vader, met de hond van mijn vader, naar het huis van mijn vader. Ik ben dan aan het klussen. Ik zie mezelf in mijn vader. Die hond is daar heel tekenend in. Het staat ook voor meer: dat je de verantwoordelijkheid draagt voor een dier. Mijn vader had hem uit het asiel gehaald in Frankrijk en had niet gepland om dood te gaan. Van die hond kun je dan makkelijk af, maar je kunt het ook gewoon fiksen. Ik mis mijn vader. Elke dag.”

Amersfoort

Hier word ik wethouder Dierenwelzijn, Openbare Ruimte en Klimaatadaptatie. Namens de Partij voor de Dieren laten we zien dat we meer zijn dan de eeuwige oppositiepartij en dat we de verantwoordelijkheid nemen om dingen beter te maken. De twee biomassacentrales in Amersfoort zijn niet mijn keuze, maar ze staan er inmiddels. Het is in het verleden gebeurd, ik ben het er niet mee eens, maar het kan niet zo zijn dat ik daarom dit werk niet kan doen. Je gaat de politiek in om dingen te veranderen.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden