John Brobbel met zijn partner Jeroen de Groot. ‘Ik lig maar te wachten.’

Plus Achtergrond

John Brobbel wachtte 7 weken in het ziekenhuis op een verpleeghuisbed

John Brobbel met zijn partner Jeroen de Groot. ‘Ik lig maar te wachten.’ Beeld Dingena Mol

De doorstroom van ouderen met geheugenproblemen van ziekenhuis naar verpleeghuis wil maar niet vlotten. John Brobbel hield zelfs zeven weken een bed onnodig bezet.

Een patiënt ligt gemiddeld vijf dagen in het ziekenhuis, maar John Brobbel (86) heeft het tienvoudige gehaald: vijftig dagen. Zeven weken lang. Niet omdat hij aan de beademing of hartbewaking ligt, nee, Brobbel verblijft tergend lang in het ziekenhuis omdat geen verpleeghuis hem wil. 

Dus houdt hij, tegen wil en dank, een bed in het BovenIJ Ziekenhuis bezet. “Ik lig maar te wachten.” De partner van Brobbel, Jeroen de Groot (46), probeert het gevoel van het vacuüm uit te leggen, als Het Parool het stel in het ziekenhuis bezoekt. De teller staat dan op zes weken.

Alles staat stil. Het is een leven in ledigheid, zegt De Groot. “Alsof je in een wachtruimte zit.” Plannen maken kan niet, want de heren weten niet wanneer Brobbel verhuist – en vooral waarheen. Deze week is hij geplaatst in woonzorgcentrum Nieuw Vredenburch in West, maar op het moment van het interview was alles nog mogelijk: “Verpleegkundigen hebben zelfs in de buurt van Den Haag gezocht. En in Utrecht. Maar nergens is plek.”

Brobbel, van huis uit geestelijk verzorger, zit in een rolstoel. Hij heeft longkanker, is vanwege een herseninfarct halfzijdig verlamd en zet de goede woorden in de verkeerde volgorde. “Kan je het nog volgen?” Op een tafel ligt een onaangeroerde sinaasappel en in een vaas staat een bos bloemen die op zijn eind loopt. Brobbel zoekt telkens naar het woord ‘herseninfarct’.

Wachten op bezoek

In een ziekenhuis genezen ze mensen, maar Brobbel kan niet meer beter worden, dus hij heeft daar niets te zoeken. Met een lelijk woord heet dat ‘verkeerdebeddenproblematiek’. “John wordt uitstekend verzorgd, maar hij ligt alleen op een kamer en heeft fysiek en mentaal niets te doen. Hij wacht heel de dag op die anderhalf uur dat ik hem mag bezoeken. 

En ik moet als partner lijdzaam toekijken hoe hij steeds somberder wordt.” In een verpleeghuis krijgt hij niet alleen de zorg die hij nodig heeft, maar ook afleiding, activiteiten, kortom, een dagbesteding. Bovendien houdt Brobbel nu een duur ziekenhuisbed bezet. “Ze willen me natuurlijk niet te lang hebben. Ik ben een dure klant.”

Brobbel is niet de enige kwetsbare oudere Amsterdammer die wekenlang in een ziekenhuisbed wacht op een kamer in het verpleeg­huis. Van de circa vijftig patiënten van het BovenIJ die jaarlijks doorstromen naar een verpleeg­huis, moet ongeveer een derde lang wachten. “Dan kan het zomaar een maand duren,” zegt Susanne Smorenburg, die zich in het BovenIJ Ziekenhuis bezighoudt met de doorstroming van patiënten.

In een hokje passen

In elk ziekenhuis kennen ze vergelijkbare gevallen. In het OLVG zijn het er circa honderd per jaar die noodgedwongen langer dan twee weken liggen, maar cijfers voor heel Amsterdam zijn er niet. Wel signaleren zorgkoepel Sigra en de ziekenhuizen dat bepaalde groepen patiënten moeilijk onder te brengen zijn bij verpleeghuizen. 

Dan gaat het om daklozen en drugsverslaafden, maar vooral ook chronisch zieke ouderen met geheugenproblemen. Volgens Smorenburg moet een patiënt in een ‘hokje’ passen, om makkelijk door te kunnen doorstromen. Zo is er geen hokje voor patiënten die veel zorg nodig hebben en bij wie dementie wordt vermoed, maar bij wie het nog niet is vastgesteld.

Datzelfde ziet Suzanne Leijnse, coördinator van het transferbureau van Amsterdam UMC, locatie VUmc. Ook zij spreekt over ‘hokjes’. “We moeten de patiënten in het ziekenhuis al voorsorteren: deze meneer gaat uiteindelijk weer naar huis toe, deze mevrouw moet revalideren in het verpleeghuis en die patiënt moet blijvend in een verpleeghuis worden opgenomen.” 

Dat voorspellen is bij deze groep echter heel moeilijk, zegt internist Prabath Nanayakkara, hoogleraar acute interne geneeskunde van Amsterdam UMC. De patiënt komt heel ziek binnen, maar dat zegt nog niks over het herstel. “Is de patiënt zo ziek vanwege de al bestaande kwetsbaarheid? Of is hij zo ziek door de acute ziekte?”

Geen stempel

De specialist zal een patiënt in die paar dagen dat die in het ziekenhuis ligt bijvoorbeeld niet op dementie kunnen onderzoeken. Iemand kan in het ziekenhuis namelijk ook verward zijn door een delier. Dat geeft een vertroebeld beeld. En daar gaat het mis, zegt Smorenburg. Want het Centrum Indicatiestelling Zorg geeft dan geen stempel waarmee de patiënt naar een verpleeghuis mag.

Veel patiënten worden daarom eerst in een eerstelijnsverblijf ondergebracht, zegt Smorenburg. Dat is bedoeld voor mensen die na herstel weer naar huis gaan. De kwetsbare ouderen gaan dus van het ene verkeerde bed, naar het volgende verkeerde bed. “Maar er is geen andere optie. 

De wetgeving zet ons klem met deze groep patiënten. Ze kunnen niet in een verpleeg­huis gaan wonen, want ze krijgen geen indicatie. Maar ze kunnen ook niet naar huis, want ze zijn daar te slecht voor.”

Ook John Brobbel is uiteindelijk in een eerstelijnsverblijf terechtgekomen, met uitzicht op het Amstelpark en een roze koffie-inloop. Op de eerste ochtend was hij even in paniek, omdat hij niet wist waar hij was, vertelt Jeroen de Groot. 

“Maar toen hij eenmaal gewassen bij de muziekochtend zat, was het goed. John heeft behoefte aan zingeving en contact met mensen. Dat is natuurlijk ingewikkeld in een ziekenhuis. Daar zit je toch vooral te wachten op bezoek.”

‘Te veel in bed liggen is niet goed’

Het aantal tachtigplussers verdubbelt tot 2040. Er zijn dus hard oplossingen nodig om de acute zorg daarop voor te bereiden, zegt hoogleraar acute ouderenzorg Bianca Buurman. 

Kan het schadelijk zijn voor een patiënt als hij te lang in het ziekenhuis ligt? Dat kan zéker, zegt Bianca Buurman, hoogleraar acute ouderenzorg. “Zeker als het ouderen met geheugenproblemen zijn. Die kunnen ontregeld raken omdat ze niet in een vertrouwde omgeving liggen. Daarbij liggen mensen in het ziekenhuis veel in bed, terwijl het juist goed is als ze bewegen. Daarvoor is in het verpleeghuis meer aandacht: er zijn activiteiten, ze eten aan tafel en ontmoeten elkaar.”

In dat kader lepelt Buurman een schokkend feit op: bijna een derde van de ouderen verslechtert in het ziekenhuisbed zodanig dat de patiënt er bij ontslag slechter aan toe is dan voor de opname. Het is dus zaak ouderen die ‘klaar’ zijn in het ziekenhuis zo vlot mogelijk uit te plaatsen, en om ouderen, die zich bijvoorbeeld na een val, melden bij de spoedeisende hulp, tijdelijk elders goed op te vangen.

Buurman heeft in Zuidoost ’s lands eerste wijkkliniek voor ouderen opgericht, waar patiënten naartoe kunnen worden verwezen. Daar werkt een team dat gespecialiseerd is in ouderenzorg. Zo zijn er meer initiatieven die de ziekenhuizen én de patiënten moeten ontlasten. Locatie VUmc plaatst 470 patiënten per jaar over naar de Transferafdeling van Amstelring, wat volgens het ziekenhuis ‘enorm veel lucht geeft’. 

Ook zijn er de laatste jaren eerstelijnsverblijven met circa 280 plekken bijgekomen waar ouderen kunnen herstellen. Er zijn stappen gezet, zegt Buurman, maar er is nog veel te verbeteren. Zo gaat een kwart van de patiënten in een eerstelijnsverblijf alsnog naar een verpleeghuis. “Die mensen zaten dus op de verkeerde plek. Dat is triest, want dan moeten ze nog een keer verhuizen. Ik denk dat er meer echte verpleeghuisplekken in de stad nodig zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden