PlusKlapstoel

Jeroen Geurts, de nieuwe rector van de VU: ‘Professor Barabas was mijn grote voorbeeld’

Jeroen Geurts: 'Ik ben goed in mezelf zijn.' Beeld Harmen de Jong
Jeroen Geurts: 'Ik ben goed in mezelf zijn.'Beeld Harmen de Jong

Jeroen Geurts (1978) is neurowetenschapper. Hij is hoogleraar translationele neurowetenschap en was voorzitter van ZonMw, dat gezondheidsonderzoek financiert. Zaterdag wordt hij geïnstalleerd als rector magnificus aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Vera Spaans

Berg en Terblijt

My hometown. Of nou ja, town. Er zijn niet veel inwoners. Berg is een dorpje op een heuvel en Terblijt is onder aan die heuvel, één lange straat met boerderijen. Ik heb in beide gewoond. Ik was zo’n kind dat echt op straat geschopt moest worden: buiten spelen met andere kinderen vond ik nooit zo leuk. Ik zat uren te knutselen en tekende strips, nog best leuke trouwens, over avonturiers die de wereld gingen veroveren. Ik heb er geen heel warme jeugdherinneringen aan. Het is vooral de plek waar ik weg wilde, ik heb Limburg echt achtergelaten. Mijn ouders scheidden toen ik vier was. Mijn moeder had het moeilijk, mijn vader had een nieuw gezin, ik voelde me een beetje verloren.”

“Als mensen me vragen wanneer ik wist dat ik homo was, zeg ik altijd: ik wist het pas zeker toen ik Marijn leerde kennen, op mijn twintigste. Maar laatst vond ik een dagboekje van toen ik veertien was, en daar stond in: ‘Als ik per ongeluk homo ben, dan ga ik dat nooit van mijn leven vertellen en dan blijf ik mijn hele leven lang single.’ Daar schrok ik wel van, toen ik dat las.”

Professor Barabas

“Ik herinner me dat ik bij mijn oma ging logeren met een koffertje vol zorgvuldig geselecteerde Suske en Wiskes. Professor Barabas was mijn grote voorbeeld. Ik wilde uitvinder worden. Zo’n tijdmachine, overal heen kunnen waar je maar wilde, dat sprak me wel aan.”

“Het was goed geweest als professor Barabas een donkere vrouw was geweest. Maar of ik me er dan even goed mee had kunnen identificeren, weet ik niet. Het was wel leuk geweest als hij homo was geweest, maar misschien was hij dat ook wel. Ik heb hem nooit met een vrouw gezien.”

McDonald’s

“Mijn eerste baantje. Ik mocht er geen hamburgers flippen, en ook voor de kassa was ik niet snel genoeg, ik was een wat slungelige tiener. Toen bleek dat ik alleen tafels mocht afnemen, heb ik ontslag genomen. Later heb ik in het ziekenhuisrestaurant van het UMC Maastricht gewerkt. Dat was wel leuk. Ik was weer te traag om mensen te bedienen, dus stond ik in de afwaskeuken en dat vond ik prima. Ik werkte samen met een goede vriend. Ik studeerde inmiddels in Amsterdam en had een kamer in Leiden. In het weekend kwam ik terug naar Limburg om te werken en even mijn ouders te zien. In die spoelkeuken verdiende ik precies genoeg voor de trein heen en weer.”

Schapenbrein

“Toen ik dat voor mijn neus kreeg, in mijn derde jaar van biomedische wetenschappen, was ik meteen verkocht. Geweldig. Veel ingewikkelder dan de lever of de darmen, waar we ook mee werkten. Ontleden, plakjes snijden, dat werd later mijn vak. Mijn eerste onderzoek was naar ALS. Superheftig. Ik weet nog dat ik dacht: er is hier al heel veel onderzoek naar gedaan, we zijn niet veel verder, gaan we dit wel oplossen? Dat had ik bij MS minder. ALS is een doodvonnis, bij MS hebben we mensen kunnen helpen van ‘u gaat dood aan MS’ naar ‘u gaat dood met MS’. Dat is een grote stap.”

“We hebben twee mooie ontdekkingen gedaan. We hebben gezien dat in de grijze stof van de hersenen veel afwijkingen zitten die cognitieproblemen bij MS verklaren, en we hebben de discussie geïntroduceerd dat MS niet primair een auto-immuunziekte is, maar in de hersenen begint. Mensen met MS die terugkijken op hun leven zeggen vaak: ik was als kind al onhandig, struikelde vaak over mijn voeten. Terwijl ze pas twintig jaar later de diagnose kregen. Dat klopt met onze theorie dat de geleiding in het brein al vroeg afwijkend is.”

Jonge Akademie

“De jongerenafdeling van de KNAW, een sociëteit voor wetenschappers. Vijftig jonge onderzoekers tussen de 35 en de 45. Zeker ook een borrelclub, maar we praatten ook over de ontwikkelingen in de wetenschap. Toen ik er voorzitter was, maakten we ons druk over de cultuur: ik vond dat we met zijn allen een veel te hijgerige, competitieve wereld hadden gebouwd. Later is dit teruggekomen in het programma Erkennen en waarderen. In 2019 zeiden universiteiten, UMC’s, financiers en de KNAW: de cultuur moet om. De volgende generatie wetenschappers wil niet door in dit systeem met enorme werkdruk en een veel te nauwe definitie van talent. Dat programma is mijn kindje geworden als bestuurder.”

Amstelveen

“Mijn man, Marijn van Ballegooijen, kon hier wethouder worden, dus zijn we verhuisd. We woonden vlakbij, op de Zuidas, in één van die oranje torens, maar we moesten voor zijn functie echt binnen de gemeentegrenzen wonen. Ik vond het wel goed, het werd op de Zuidas ook steeds drukker, met kotsende cafégangers.”

“Ik krijg van Amstelveen vooral de PvdA-kant mee. Marijn is bezig met mensen die onder de armoedegrens leven. Die heb je ook in Amstelveen – dat wist ik eigenlijk niet, ik dacht dat Amstelveen een heel rijke gemeente was. Marijn is een echte PvdA’er. Kansenongelijkheid kan hij moeilijk verkroppen. Daar hebben we vaak gesprekken over. Dat idee van: als je hard werkt, kom je er wel, daar moeten we vanaf. Sommige mensen komen er domweg niet, ook al doen ze nog zo hun best. En dan kun je wel zeggen: ik heb mezelf ook door alle vermoeidheid en onzekerheid omhooggewerkt, maar ik heb wel kunnen studeren en had ouders die van me hielden. Ik had gewoon een heel goede basis.”

Regenbooggezin

“Een cadeautje op latere leeftijd, ik was 41 toen ik papa werd. Marijn en ik wilden altijd al kinderen, maar dat werd heel ingewikkeld. Nu hebben we een zoon van twee, samen met twee moeders. Het was supermoeilijk om te besluiten wie de biologische vader werd. Ik wilde nog best samen in één potje doneren, maar Marijn vond dat we een redelijke afweging moesten maken. Ons mannetje maakt geen onderscheid, wij zijn allebei zijn papa’s. Wel heeft hij ons op een gegeven moment neergezet en gewezen: papa-pappie. Ik ben papa, Marijn is pappie.”

Het zingende paard

“Een paard is gemaakt om te draven, niet om te zingen. Het is de titel van een boekje dat ik heb gemaakt met Harm van der Gaag over de hyperexcellente, overstrekte wetenschapper die schijnbaar alles moet kunnen. Goed onderwijs, goed onderzoek, valoriseren, publiceren. Ik ken schrijnende verhalen van mensen die hun kinderen niet hebben zien opgroeien omdat ze per se carrière in de wetenschap wilden maken.”

“Tja, misschien ben ik zelf wel een zingend paard. Ik ben niet altijd het goede voorbeeld geweest. In 2016 schreef ik het boekje Letter to my students. Daar staat in: niet mekkeren, schouders eronder, ga ervoor, als je dromen hebt, jaag ze na. Heel meritocratisch. Als ik dat nu lees, schaam ik me een beetje en denk ik: het wordt tijd voor een tweede brief. Dat je vooral moet groeien als mens, en dat je dat meteen ook een betere academicus maakt.”

Proefdieren

“Ik heb één keer, als student, een rat geopereerd die ik uiteindelijk ook dood heb moeten maken. Daar was ik zo van over de rooie dat ik een andere stage heb gezocht. Ik kan het niet, beesten doodmaken. Maar ik ben niet onrealistisch, ik ga als rector straks niet zeggen: alle proefdieren moeten eruit. Ik vind wel dat je een goed verhaal moet hebben waarom je ze gebruikt. Ik vind het moreel een groot vraagstuk of je als diersoort een andere diersoort die minder hoog in de bewustzijnsboom staat mag gebruiken om je eigen gezondheid te bevorderen. Ik neig naar ja, maar we moeten tegelijkertijd harder dan nu op zoek naar alternatieven.”

De Nieuwe Ooster

“Mensen die hun lichaam ter beschikking stellen aan de wetenschap, worden binnen 24 uur weggehaald bij hun nabestaanden en krijgen geen begrafenis. Dat vonden wij, van het anatomisch lab van Amsterdam UMC, inhumaan. Dus hebben we gevraagd of er geen veldje mocht komen op de Nieuwe Ooster, met een kunstwerk, waar de as van de lichamen kon worden uitgestrooid. Elk jaar houden we daar nu een herdenkingsdienst, voor corona werd die door honderden mensen bezocht. Op het bankje bij het kunstwerk zie ik af en toe wel mensen zitten. Is er toch iets van een grafsteen.”

Rector

“Een mooie baan waar alles in zit wat ik zoek: contact met mensen, het verbinden van disciplines, nadenken over wat een goede academicus maakt, hoe je kennis kunt inzetten voor het oplossen van maatschappelijke problemen. De VU is voor mij eigenlijk de enige logische plek. Het gereformeerde, neocalvinistische van vroeger is verworden tot een uitgangspunt van diversiteit en zingeving. Mijn eerste taak, toen ik nog niet eens rector was, was het openen van de Pride Library, een stuk in de universiteitsbibliotheek met allemaal lhbti-boeken. Je mag bij de VU zijn wie je wilt zijn.”

Picasso

“O ja, ik heb een appgroep die zo heet! We zaten bij Picasso in Den Bosch te eten, Rianne Letschert, Annelien Bredenoord, Sjoerd Repping en ik, mijn vriendjes van de Jonge Akademie. Af en toe gaan we lunchen. Gezellig, maar het is ook intervisie. Jeetje, daar zitten we dan, als jonkies in de academische wereld. Annelien en Rianne zijn ook rector magnificus, Sjoerd is hoogleraar en bestuurder. De uitdaging als leider is authentiek zijn en blijven. Ik denk dat ik er wel goed in ben, in mezelf zijn. Maar je krijgt veel kritiek, je staat in de spotlights. Het is veiliger een rol te spelen en te zeggen: ik ben de bestuurder, de wetenschapper, de rector, ik laat een stukje van mezelf zien en daar moeten mensen het maar mee doen. Maar dat werkt niet en dat is maar goed ook. Een leider moet het lef hebben om te laten zien wie hij is.”

Jade Olieberg

“Zij heeft in allerlei films gespeeld, hè? Ik kan films enorm waarderen. De laatste die we zagen ging over Winston Churchill. Als je de film mag geloven, was hij een enorme bully, maar hij had ook rake quotes: ‘Success is not final, failure is not fatal, it is the courage to continue that counts.’ Ik moet misschien toch eens iets van hem lezen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden