Plus

Jeansbranche gaat recyclen: drie miljoen nieuwe broeken met forse portie oud textiel

Afgedankte kleren worden een grondstof voor nieuwe spijkerbroeken. Amsterdamse jeansmakers als Kuyichi, Kings of Indigo en Scotch & Soda nemen het voortouw met drie miljoen broeken die voor een vijfde deel bestaan uit hergebruikte katoenvezels.

Nederlandse spijkerbroekfabrikanten hebben zich donderdag vastgelegd op de productie van drie miljoen broeken met daarin 20 procent garen dat is gemaakt van oude textiel.Beeld Getty Images

Bekende jeansmerken in werelddenimhoofdstad Amsterdam beloven in hun broeken voortaan veel meer textiel uit kledingafval te verwerken. Daarvoor worden afgedankte lompen aan stukken gesneden en uit elkaar getrokken tot katoenvezels waarvan in Turkije opnieuw garen wordt gesponnen dat wordt gebruikt in nieuwe broeken.

Als eerste aanzet worden nu drie miljoen nieuwe broeken gemaakt die voor 20 procent bestaan uit gerecycled katoen. Dat heeft de jeansbranche donderdagmorgen afgesproken in een Denim Deal met staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Milieu) en de gemeenten Amsterdam en Zaanstad.

Downcycling

Op dit moment wordt hooguit 1 procent van het afgedankte textiel gerecycled en dan gaat het vooral om downcycling, zegt James Veenhoff, namens de branche betrokken bij de afspraken. Het textiel wordt dan bijvoorbeeld verwerkt tot geluidwerende materialen.

Omdat de kledingindustrie steeds weer nieuwe grondstoffen gebruikt is de ecologische voetafdruk van de sector gigantisch. Wereldwijd is de klimaatimpact zelfs groter dan die van de luchtvaart. Per spijkerbroek wordt alleen al zo’n 8000 liter water gebruikt. Daar zit volgens Veenhoff dan ook concreet de winst van de Denim Deal.

Maar indirect zouden de gevolgen nog veel groter kunnen uitvallen. De afspraken moeten de markt voor hergebruikt textiel op gang brengen. Als Turkse wevers en meer textielfabrikanten zich openstellen voor hergebruikt katoen, wordt het ook lucratiever om kleding in te zamelen voor de productie van katoenvezels.

Nieuwe norm

De sector heeft zich tot doel gesteld in elke spijkerbroek 5 procent gerecycled textiel te verwerken. “Dan wordt hergebruik de norm,” zegt Veenhoff. “Een oude, vervezelde spijkerbroek is nu waardeloos, maar straks is die misschien wel evenveel waard als nieuwe katoen.”

Veenhoff denkt dat het initiatief ertoe zal leiden dat er nieuwe handelsrelaties ontstaan tussen het einde en het begin van de kledingketen. Voorwaarde daarvoor is wel dat het grootschalig wordt aangepakt.

Een van de bedrijven die die grootschaligheid mogelijk maken is recyclebedrijf Wieland in Wormerveer. Dat sorteert jaarlijks ongeveer 9 miljoen kilo kleding uit de kledingbakken van onder meer het Leger des Heils.

Dankzij een nieuwe machine gaat dit sinds een paar jaar veel grondiger dan voorheen. Deze zogeheten Fibersort leest aan het kledingstuk af van welk materiaal het is gemaakt. De jeansfabrikanten kunnen er daarom zeker van zijn dat ze voor honderd procent katoenvezels krijgen, zelfs al zit in veel van de aangeleverde oude kleding veel kunststoffen als acryl, elastaan en polyester. “Ze krijgen het ook op kleur gesorteerd als ze willen,” zegt Hans Bon, directeur van Wieland.

Circulaire economie

De jeansmerken voelen ook wel aan dat de overheid meer recycling wil afdwingen, zo verklaart Veenhoff waarom zij hun handtekening hebben gezet onder de afspraken. Staatssecretaris Van Veldhoven wil uiteindelijk, in 2050, naar een volledig circulaire economie en wijst producenten in dat verband op hun verantwoordelijkheid. Dat kan ertoe leiden dat ze kopers van kleding een verwijderingsbijdrage in rekening zullen gaan brengen of dat er een soort statiegeldsysteem voor textiel komt.

Veenhoff ziet het stiekem wel zitten als hergebruik op die manier verder wordt gestimuleerd. Het creëert nieuwe mogelijkheden om fabrikanten die daar werk van willen maken te belonen, met een kleinere verwijderingsbijdrage bijvoorbeeld. Hij kan zich ook wel voorstellen dat de jeansbranche zelf een ‘vervezelaar’ aanschaft waarmee ze oude broeken een tweede leven kunnen geven. Bij elke levering in een winkel kan de bezorger meteen ingeleverde oude broeken weer meenemen. “Dan is Amsterdam straks een textielproducent geworden.”

Wieland broedt al op nieuwe investeringen, zoals een machine die de knopen en de ritsen van de lompen haalt. En de labeltjes, want die zijn ook vaak van polyester. “Chapeau voor Stientje,” vindt hij. “Ze heeft tegen de kledingindustrie gezegd: jullie moeten jullie eigen rommel opruimen. Maar we mogen niet op onze handen gaan zitten nu. De hele kledingindustrie in Europa is onrustig geworden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden