PlusExclusief

Jan Roijé (1936-2023) speelde nog even mondharmonica, en ging heen

Jordanees Jan Roijé was een Blauw-Witman tot in zijn vezels. Eerst als prof, later als amateur, veteraan, bestuurslid en erelid. En altijd zijn mondharmonica dicht bij de hand.

Hans van der Beek
Jan Roijé overleed op 86-jarige leeftijd. Beeld privéarchief
Jan Roijé overleed op 86-jarige leeftijd.Beeld privéarchief

Jan Roijé was een nietsontziende linksback. Een schaver werd dat in die tijd genoemd. Over hem werd gezegd: waar Jan Roijé heeft gespeeld, kan nooit meer een paard grazen. Dat gold ook voor het Olympisch Stadion.

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig speelde Roijé in het destijds roemruchtige Blauw-Wit. Kampioen in de eredivisie werden ze nooit, in 1962 wel een keer tweede – en, heel belangrijk, ruim voor Ajax.

Zijn zoon Jan Roijé jr: “Mijn vader was een beetje robuust, ja, maar onpasseerbaar. Hij heeft nog veel robbertjes uitgevochten met Sjaak Swart en Coen Moulijn.” Zijn nicht Anja Peppels-Van Raalte: “Hij speelde toen al als een wingback, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet.”

Vorige week zaterdag overleed Jan Roijé, afgelopen vrijdag is hij in besloten kring gecremeerd. Op tien dagen na werd hij 87 jaar.

Pyjama’s op de markt

Roijé werd geboren in de Jordaan, zijn ouders hadden een textielzaak in de Tweede Lindendwarsstraat. Roijé nam de zaak over, tot hij midden jaren zeventig overstapte naar de markt, in Haarlem en Wormerveer. Tot zijn 75ste stond hij daar een paar keer per week met zijn ondergoed en pyjama’s.

Diezelfde, zowat eeuwige trouw kende hij ook in zijn huwelijk. Op 15-jarige leeftijd leerde hij op de kweekschool detailhandel Willy Weverink kennen. Ze bleven hun hele leven samen, in april zouden ze 65 jaar getrouwd zijn geweest. Ze kregen twee kinderen, Jan jr en Jacqueline.

Maar een misschien wel even grote liefde was voetbalclub Blauw-Wit. Roijé brak door in een tijd dat spelers nog een knaak per training verdienden, en een tientje voor elk punt. Als ze verloren, kregen ze helemaal niks.

Maar ze speelden wel om de week in een volgepakt Olympisch Stadion. Roijé speelde met mannen als Barry Hughes, Martin Koeman (de vader van) en Erwin Sparendam, een van de eerste Surinaamse voetballers in Nederland. Peppels-Van Raalte: “Na afloop van de wedstrijd kwamen ze nog mee naar huis. Het was een echt vriendenteam, zo zie je dat tegenwoordig niet meer.”

Halverwege de jaren zestig waren de gloriejaren voorbij. Blauw-Wit degradeerde enkele divisies en werd noodgedwongen een amateurclub – die verhuisde naar sportpark Sloten. Maar Roijé bleef zijn club trouw en maakte als dertiger nog mee dat zijn club van de onderste regionen van het amateurvoetbal jaar na jaar promoveerde, uiteindelijk naar de hoofdklasse.

Scheidsrechters dollen

Ook daarna was de liefde nog niet voorbij. Roijé speelde tot zijn 60ste in het veteranenteam, hij werd elftalbegeleider, bestuurslid en uiteindelijk erelid. Bij elke thuiswedstrijd van het eerste zaten hij en zijn oude maten op de tribune, te zingen en bij voorkeur tegenstanders en scheidsrechters te dollen. Roijé jr: “Ze waren nogal luidruchtig.”

Peppels-Van Raalte: “Hij was echt een gangmaker. Een heel fijne, aardige vent. Hij hield van gezelligheid en lol. Dan stond hij meteen vooraan.”

Niet zelden kwam dan ook zijn onafscheidelijke mondharmonica tevoorschijn, vooral voor sinterklaas-, kerst- en clubliederen. Roijé jr: “Ik schaamde me vroeger weleens als hij weer met die mondharmonica op tafel ging staan. Mijn vader was geen doorsneeman.”

Vorig jaar werd bij Jan Roijé kanker geconstateerd, al snel met uitzaaiingen. Zijn zoon: “Hij kon niet meer zijn wie hij wilde zijn. Hij was altijd zo’n stoere, grote man.”

Er werd gekozen voor euthanasie. “We zaten allemaal in de kamer en hij wees naar een mondharmonica, zijn Hohner. ‘Geef me die kleine,’ zei hij. Hij speelde nog twee liedjes. Nog vele jaren zullen we samen drinken, dat vaak wordt gezongen bij Blauw-Wit, en O denneboom. Een kwartier later was hij er niet meer.”

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden