Jacqueline Makbouli op de Klapstoel.

PlusKlapstoel

Jacqueline Makbouli: ‘Ik spring ertussen, dat zit er gewoon in’

Jacqueline Makbouli op de Klapstoel.Beeld Harmen de Jong

Jacqueline Makbouli (1971) is veiligheidsadviseur bij de gemeente Amsterdam. Ze zit voor D66 in de gemeenteraad van Beverwijk en werkte jaren bij de politie. Nu strijdt ze tegen criminele ondermijning in Oost en Zuidoost.

Beverwijk

“Wijk aan Zee had geen ziekenhuis, dus ik ben geboren in Beverwijk, uit een Marokkaanse vader en een Nederlandse moeder. Mijn ouders hebben elkaar leren kennen in Genève. Toen mijn vader 16 was, werd hij uitgehuwelijkt in Marokko. Hij en zijn vrouw wilden dat allebei niet, dus vlak na dat huwelijk is hij op de vlucht geslagen. Hij zwierf door Noord-Afrika, werkte een tijdje in Libië en is uiteindelijk in Europa beland. Een avonturier was hij. Toen hij een baantje had in Frankrijk, vlak bij de grens met Zwitserland, ging hij op een avond uit in Ge­nève. Daar ontmoette hij mijn moeder, die in Zwitserland au pair was. Mijn vader leeft niet meer, dus ik ken alleen het verhaal van mijn moeder. Die zag hem en dacht: wauw.”

“Ze is heel snel zwanger geraakt. Toen heeft mijn moeder mijn vader meegenomen naar Nederland en aan haar ouders voorgesteld. ‘Pap, mam, dit is Abdel, ik wil met hem trouwen want ik ben dol op hem.’ Ze heeft niet meteen gezegd dat ze zwanger was. Dat kun je natuurlijk een tijdje verbergen. Ze hebben het toch weleens over zesmaandenkindjes? Nou, dat was ik.”

Bordeel

“Ik ben daar pas jaren later achter gekomen. Mijn grootvader van vaders kant had vier vrouwen en van één was hij gescheiden. Dat was mijn oma. Zij moest dus in haar eigen onderhoud voorzien. Ik heb er nooit zo bij stilgestaan hoe zij dat deed, ze leefde van de verhuur van de kamers in haar huis. Ik heb daar nooit vrouwen rond zien dansen. Pas na de dood van mijn vader vertelde een vriend van hem mij, alsof ik het allang wist, dat het huis vroeger een bordeel was.”

“Ik weet niet of mijn oma er zelf ook wat deed, ik denk dat ze de madam was. Al zou ik me er niet voor schamen als het anders was. Als je moet overleven, moet je overleven. Je kunt als vrouw alleen in Marokko niet bij de Blokker gaan werken of gaan schoonmaken. Er is nauwelijks werk. Als je niet de goede mensen kent, kun je op je kop gaan staan, maar dan kom je gewoon niet aan de bak.”

Bureau Balistraat

“Mijn eerste baan bij de politie. Ik was 21 toen ik er begon, heel naïef en zo groen als gras. Ik heb een spoedcursus volwassen worden gekregen: aanrijdingen, schietpartijen, kinderen die verwaarloosd en misbruikt werden. Het waren de jaren negentig, je had nog van die ouderwetse junks die heroïne spoten, gewoon op straat. Mijn eerste melding was op het Makassarplein. Jongens die ergens voetbalden waar het overlast gaf. Ik stapte uit, en zei: goedemiddag jongens! Zeiden ze: kankerwijf! Tyfushoer! Kuthoer! Huh, dacht ik, ik ben toch aardig tegen hen, hoe kan het nou dat ze niet aardig zijn tegen mij? Zo was ik opgevoed.”

Hoofddoek

“Daar ben ik echt op tegen: bij de politie en ook in het leger moet je neutraal zijn. Je bent het bevoegd gezag. Je straalt geen neutraliteit uit als je een hoofddoek draagt. Of een kettinkje met een kruis, trouwens. We hebben verregaande bevoegdheden die ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer van mensen, daar hoort geen religie bij. Ik heb niks tegen hoofddoeken, geloof wat je wilt. Ik ken een vrouw bij de politie, die doet haar hoofddoek af zodra ze aan het werk gaat. Als ze naar huis gaat, doet ze hem weer om. ­Prima, doe je ding.”

Tony

“Als agent had ik een school onder mijn hoede, een basisschool voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen aan de Valentijnkade. Ik haalde er elke dag zakken met messen vandaan. Er zat een apart jochie op school, Tony. Op een gegeven moment moest ik zijn moeder aanhouden. Er was iets met drugs, ze was zwaar verslaafd. Toen ze werd afgevoerd, vroeg ik haar: waar is Tony? Dat wilde ze niet zeggen. Tony was een jaar of 9, zijn vader zat in de gevangenis.”

“Ik ben naar hun huis gegaan, want het zat me niet lekker. De deur was zo vaak ingetrapt dat ik zo kon doorlopen. Daar lag Tony, in zijn onderbroek, in bed met een junk. Op de grond lagen gescheurde condoomverpakkingen. Dat is ook raar, bij een kind. Dus ik zei: Tony, kleed je aan, en kom mee. Gelukkig deed hij dat. Toen dacht ik: o kut, nou heb ik een kind onder mijn arm meegenomen. Ik had geen enkele bevoegdheid. Ik probeerde jeugdzorg te bellen, maar het was na vijven, dus ik kreeg een bandje. De kinderrechter nam gelukkig wel op. Tony kon terecht bij zijn oma. Later kwam ik erachter dat hij bovengemiddeld intelligent was en helemaal niet op die school thuis hoorde. Dat maakte ­diepe indruk op me: een kind met kansen, dat dan door zijn omgeving niet goed terechtkomt. In de jaren erna zag ik dat hij werd gepakt voor straatroof, voor overvallen. Toen dacht ik: we zijn te laat geweest.”

Sheriff dubbel O

“Een bijnaam waar ik trots op ben. Hij is me gegeven door de toenmalige stadsdeelraad van Oost. Kwam ik binnen, zeiden ze: daar is de ­sheriff. Dubbel O staat voor Oost, zo noemen jongeren Oost. Ik vind het wel grappig.”

Adrenalinejunk

“Ik heb het nog steeds. Bij de politie is het: je kunt een belletje krijgen en dan sta je opeens bij een steekpartij. Je wordt opgevoed met onmiddellijk handelen als er iets gebeurt. Laatst stond ik als gemeenteraadslid in Beverwijk een petitie in ontvangst te nemen over geweld onder jongeren, toen een demonstratie uit de hand liep. Ik sprong er onmiddellijk tussen, in mijn jasje-dasje. Best gek, eigenlijk, maar het zit gewoon nog steeds in mijn systeem. Als er nu iemand neervalt, kom ik eraan om te helpen.”

Tata

“De aangekondigde ontslagen zijn verschrik­kelijk. Het zat er een beetje aan te komen, maar de aantallen die nu rondzingen, zijn wel heel hoog. Dat is vreselijk voor de mensen zelf, maar ook voor de economie. Onze regio leeft van Tata. Ik hoop dat er snel meer duidelijkheid komt, want de onrust is enorm.”

Allochtonenklasje

“In de jaren negentig waren er rassenrellen in de Indische Buurt. Er stond een volledig wit politiebureau in een donkere wijk. Toen werd besloten een allochtonenklasje op te richten. Ik wist niet dat ik daarbij zat, tot bij de voorlichtingsavond werd gezegd: ‘Welkom bij onze allochtonenbijeenkomst!’ Mijn moeder was mee, die was echt verbijsterd. Die zei: ‘jij bent toch gewoon Jacqueline’.”

“Dan merk je dat Amsterdam in zijn eigen bubbel leeft. In Beverwijk speelde het helemaal niet, wie er allochtoon was en wie niet. Niet dat ik het niet belangrijk vind dat de politie divers is, maar als je elke keer het verschil benadrukt, wordt het groter.”

Britt

“Mijn alles! Ze heet Brittany van het Haagse Bloed. Die naam heb ik niet bedacht, ze is een rashond. Ik heb bij de hondenbrigade gewerkt, en zo kwam ik in contact met Mechelse herders. Ze hebben een warme plek in mijn hart. Ik heb er heel veel gehad. Soms ruilen we ze, als dat nodig is. Britt heb ik ook geruild. Je kunt een hond best ruilen, het is geen kind hè.”

“Ze is ruim 12, ze begint op d’r eindje te lopen. Maar als ze moet bijten, doet ze het. Ze blijft een getrainde politiehond. Begin dit jaar overleed mijn stiefzoon na een epilepsieaanval, vlak daarna stierf een heel goede vriendin. Dat Britt binnenkort wegvalt, maakt het nog zwaarder voor mij. Ze is mijn steun en toeverlaat.”

Kaascous

“Zo noemen mijn vriendinnen mij altijd. Een paar jaar geleden verveelde ik me: ik was minder gaan werken in Amsterdam om meer tijd aan mijn raadswerk te besteden, maar toen hield ik nog tijd over. Ik had in Beverwijk veel met ondernemers gewerkt en dat vond ik zo cool, dat ik dacht: ik wil ook ondernemen. Dus toen ben ik een Arabisch lifestylewinkeltje begonnen, Kaascous. Dat heb ik drie jaar gehad. Ik heb er veel van geleerd, maar het liep niet echt. Ik kon mijn huur betalen, dat was het.”

Wijk aan Zee

“Er komen hier steeds meer mensen uit Amsterdam wonen, die denken: Wijk aan Zee is hip, leuk, aan het strand. En dan realiseren ze zich opeens dat ze naast een staalfabriek wonen. Wij zijn dat gewend. Het is niet gezond, dat weten wij ook, maar we nemen het zoals het is. Wijk aan Zee is cool en een beetje rauw, een beetje Rotterdams. Maar dan gaan Amsterdammers er zitten klagen dat het er niet zo idyllisch is. Zo helpen zij ons imago naar de ratsmodee.”

Racisme

“De politie wilde meer allochtonen in hogere posities. Ik had de officiersopleiding gedaan en een onderzoek ondergaan waaruit bleek dat ik veel strategisch potentieel had. Kom maar op, dacht ik. Maar toen ontdekte ik wat de echte cultuur is bij de politie. Een old boys network dat vooral klonen van zichzelf zoekt. Er wordt veel met de mond beleden, de diversiteit die ze zoeken, gaat toch vooral om dienders op straat. De top blijft hartstikke wit. Dat ergerde me wel. Dus toen ik door toenmalig stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik werd gebeld dat ze een veiligheidscoördinator zocht, ben ik weggegaan.”

Ondermijning

“Ik wil die term best voor je uitleggen. Ondermijning is waar de onderwereld en de boven­wereld elkaar ontmoeten. Waar criminelen ­gebruikmaken van legale structuren zoals ­winkels of banken om bijvoorbeeld geld wit te wassen. Wat ik precies doe, kan en wil ik niet vertellen. Ik ben ambtenaar, geen bestuurder.”

Ionica Smeets

“Wat een superslimme vrouw. Ik vind het echt cool dat een jonge vrouw zich zo onderscheidt in de wetenschap, in plaats van de zoveelste grijze oude man.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden