Plus

Ivo van Hove grijpt terug naar novelle voor Dood in Venetië

Vergeet de film, vergeet de opera. Ivo van Hove gaat in Dood in Venetië, vanaf 4 april in Carré, terug naar de novelle van Thomas Mann. De regisseur wil de toeschouwer ertoe verleiden een wereld te betreden die hij nooit dacht tegen te komen.

Scène uit Dood in Venetië Beeld Jan Versweyveld

Ivo van Hove was 13 jaar toen hij Death in Venice zag, de film van Luchino Visconti uit 1971. Hij was een puber uit het Vlaamse dorpje Kwaadmechelen, een hechte gemeenschap van keuterboeren en mijnwerkers. "Ik ging er speciaal voor naar de grote stad Antwerpen. De film maakte diepe indruk op me."

Nu, bijna een halve eeuw later, tekent Ivo van Hove (60), directeur-regisseur van het Internationaal Theater Amsterdam (ITA), voor de regie van Dood in Venetië in de bewerking van Ramsey Nasr. De acteur vertolkt tevens de rol van Gustav von Aschenbach, de hoofdpersoon uit de novelle van de Duitse schrijver Thomas Mann (1875-1955).

Alleen het boek van Mann - dus niet de film en de opera uit 1973 van de Engelse componist Benjamin Britten - vormt de basis van de productie, die door Van Hove wordt gekarakteriseerd als 'muziektheater'.

Zelfs de muziek van Gustav Mahler, die de film van Visconti zo'n droeve schoonheid verleent, klinkt straks niet in Koninklijk Theater Carré, waar Dood in Venetië donderdag in première gaat.

"De film en opera zijn beide meesterwerken," zegt Van Hove, "maar wij kiezen echt voor een andere versie, die teruggaat naar de oorspronkelijke novelle. Wij creëren met Dood in Venetië onze eigen theatrale wereld."

Laat dat maar gerust over aan de Vlaming die van ITA een grensoverschrijdend goed gezelschap heeft gemaakt en behoort tot de mondiale top van (toneel)regisseurs.

Deze zomer regisseert hij Mozarts opera Don Giovanni voor de Opéra Garnier in Parijs - vervolgens staat Kurt Weills opera Rise and Fall of the City of Mahagonny op het prestigieuze Festival d'Aix-en-Provence op het programma. In New York neemt hij de klassieker West Side Story op Broadway onder handen en in september beginnen de repetities van de Nederlandse versie van Lazarus, de musical van David Bowie, die in het najaar is te zien.

Groot laboratorium
"ITA is al vijftien jaar mijn familie en wat betreft mijn werk één groot laboratorium. Dat koester ik zeer." En inderdaad - ook met Dood in Venetië schuwt Van Hove experiment en vernieuwing bepaald niet. "Ik streef in deze voorstelling naar een perfecte symbiose van theater en muziek."

Van het Koninklijk Concertgebouworkest, dat met ruim veertig musici is vertegenwoordigd, klinken werken van Anton Webern en Arnold Schönberg, vernieuwers die begin 20ste eeuw braken met de heersende mores in de klassieke muziek. Er is echter ook muziek te horen van ­Richard Strauss en Claudio Monteverdi, die ­danig contrasteert met het verontrustende, dikwijls atonale werk van eerder genoemde componisten. Met bewerkingen van de Amerikaan Nico Muhly introduceert het ITA een van de talentrijkste jonge componisten van het moment. Van Hove: "Ik doe in mijn werk een beroep op alle zintuigen van de toeschouwer."

Thomas Mann vertelt in Dood in Venetië het verhaal van Gustav von Aschenbach, een schrijver met een schrijversblok. Van Hove: "Hij is ontevreden met zijn leven en zijn kunstenaarschap. Hij mist de hartstocht, het engagement, de passie van weleer. Hij gaat eropuit, de wereld in, om uiteindelijk te belanden in Venetië. Het is een autobiografisch verhaal. We weten uit de memoires van zijn echtgenote Katja dat hij daar in 1911 was."

In de Italiaanse stad raakt de schrijver gefascineerd door de schoonheid van de 14-jarige Poolse jongen Tadzio, een betovering die tot een allesverterende obsessie verwordt - zozeer dat Von Aschenbach de cholera-epidemie in Venetië negeert. Die kost hem uiteindelijk het leven. In werkelijkheid moet de jongen 10 zijn geweest en zorgde Manns erotische voyeurisme voor een crisis in zijn huwelijk.

Ivo van Hove: 'Ik doe in mijn werk een beroep op alle zintuigen van de toeschouwer.' Beeld Ivo van der Bent/Lumen

Van Hove: "Voor onze toneelversie heeft Ramsey Nasr een parallelverhaal bedacht. Bij ons staat óók Thomas Mann op het toneel. Hij creëert Von Aschenbach, die beleeft wat hij nooit zou durven beleven."

"Ik wil de toeschouwer verleiden een wereld te betreden waarvan hij vermoedde er nooit mee in aanraking te zullen komen. Je voelt, als Von Aschenbach de jongen bespiedt en opgaat in die extatische roes: dit is niet goed, dit mag niet. Het dubbelzinnige van Mann is dat hij dat verpakt in ongelooflijk mooie taal en er kunst van maakt."

Bowies zwanenzang
De tweede, belangrijke nationale muziekproductie die hij dit seizoen aanpakt, is de musical Lazarus, David Bowies zwanenzang.

Van Hove werd in 2014 gebeld: of hij met de Britse zanger-muzikant van gedachten wilde wisselen over diens laatste project, een musical. "Doodsbang was ik. Je ontmoet de man die een belangrijk deel van je leven heeft bepaald. Bowie was een jeugdheld, maar ik moest niet de idolate fan uithangen. Hij zocht iemand om mee samen te werken - geen groupie. Ik respecteerde Bowie, hij mij. Die houding bepaalde onze samenwerking."

Bowie, die geen musical wilde maken in de traditie van Broadway, viel voor de reputatie van Ivo van Hove als verrassende en innovatieve vakman.

"Bowie is fysiek een klein manneke, maar met een groot charisma, en een absolute gentleman. Ik was nog niet thuis na het eerste gesprek of ik kreeg een mailtje: 'You're in...' Hij hield zijn mededelingen altijd kort. Drie weken later kwamen we weer bijeen. Ik zag op tafel stapeltjes papier liggen: de musical.

"Bowie las de tekst zelf voor. Hij, die bekendstond als enorm vooruitstrevend, had een cd-deckje meegenomen dat echt niet meer van deze tijd was. Zelfs niet van mijn tijd. Vertederend. Hij zette de muziek aan en las de gehele eerste akte voor.

"Ik zweette peentjes, want toen kwam de onvermijdelijke vraag: wat vind je ervan? Ik ben altijd eerlijk en aan mijn gezicht is altijd te zien wat ik ervan vind. Ik realiseerde me: je bent wie je bent, hij heeft je niet uit idolatie benaderd."

"Ik heb toen - veel tijd om na te denken had ik niet - instinctief gereageerd. Gezegd dat ik vond dat de hoofdpersoon, Newton, te laat werd geïntroduceerd. 'Ik mis een openingssong waarin we hem neerzetten...'"

Wereldhit
"Dat werd Lazarus, een wereldhit. Ik wist meteen toen ik de ruwe demoversie hoorde: een klassieker - ook omdat het natuurlijk om hem ging. Ik ben fier dat ik hem heb gestimuleerd nieuw werk te schrijven voor de musical."

Ivo van Hove denkt dat David Bowie - die in januari 2016 zou overlijden - nog niet ziek was toen zij elkaar in juni 2014 voor de eerste keer troffen. "Toen hij in oktober van dat jaar Lazarus componeerde, vermoedde ik dat hij het wist. "Look up here, I'm in heaven... Dat gaat over terugkijken op het leven.

"Ik trof hem nog vaak. Hij kwam, als hij zich goed voelde, steevast naar repetities. Hij sprak nooit over zijn ziekte - ik nam me voor er nooit naar te vragen. Bowie beschermde zijn intimiteit, je gaat op zo'n moment niet pulken. Daar was David een veel te lieve man voor."

Dood in Venetië, Internationaal Theater Amsterdam en Koninklijk Concertgebouworkest, Carré, 4-13/4

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden