PlusAnalyse

Is de triomf van de stad ten einde?

Het virus biedt ook mogelijkheden om de stad opnieuw uit te vinden en om te vormen.Beeld Kristel Steenbergen

Corona toont aan hoe kwetsbaar een bruisende, creatieve en dichtbevolkte stad als Amsterdam is. Veranderingen zijn nodig, om ervoor te zorgen dat Amsterdam ook na de coronacrisis succesvol is. ‘Dit is een beslissende tijd.’

Steden zijn hier en daar al doodverklaard, dat we het even weten. Het coronavirus gedijt nu eenmaal in drukke straten, mensenmassa’s, volle cafés en fietsfiles. Geen wonder dat New York, Madrid, Londen en Milaan virushaarden zijn. Zolang corona ons leven bepaalt, is het gedaan met de aantrekkingskracht van drukke steden. “Bruisende steden zijn veranderd in ­hypochondrische steden,” zegt stadsgeograaf Piet Renooy, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Burgemeester Femke Halsema zei deze week dat de versoepeling van de lockdown hier mogelijk langzamer gaat, omdat de stad, met al die mensen op elkaar, virusgevoeliger is.

Amsterdam is kwetsbaar. De stad is geen uitgesproken virushaard, maar corona treft Amsterdam economisch zwaarder dan de rest van het land, becijferde SEO Economisch Onderzoek. Dit komt doordat belangrijke sectoren als horeca en toerisme hard worden ­geraakt. De schade voor de stad komt uit op zo’n 1,6 miljard euro.

De kwetsbaarheid is niet alleen in de cijfers ­terug te zien, maar ook op straat, met name in de uitgestorven historische binnenstad. De Wallen zijn leeg, horeca en musea gesloten en de Kalverstraat, normaal de drukste straat van Nederland, trekt slechts een handjevol bezoekers. Het is pijnlijk duidelijk hoe verslaafd de economie van de binnenstad is geraakt aan toerisme.

De schade is groter dan omzetverlies in de ­horeca en toerisme. Het corona­virus is in essentie ‘antistedelijk’, schrijft rijksbouwmeester Floris Alkemade in een essay over de toekomst van het land. ‘Het stadse leven, ­gebaseerd op congestie, het samenkomen van mensen, allerlei sociale functies, wordt op zijn kop gezet.’

De 1,5 metersamenleving is een vloek voor de succesvolle stad.

“In Amsterdam loop je een kroeg binnen en kom je mensen tegen. Dit soort toevallige ontmoetingen heeft de stad veel succes gebracht,” zegt Renooy.

De pest en cholera

Een paar jaar geleden riep de Amerikaanse econoom Edward Glaeser om die reden nog de ­‘triomf van de stad’ uit in een internationale bestseller. Steden versnellen innovatie, zo luidde zijn boodschap, doordat creatieve geesten ­elkaar voortdurend tegenkomen, ze trekken ­talent aan en stimuleren ondernemerschap.

Amsterdam was zo’n triomferende stad. Iedereen wilde deel uitmaken van deze zoemende bijenkorf: studenten, toeristen, expats, talenten en kunstenaars. “Dat Amsterdam een motor was van economische groei, kwam door het bruisende vestigingsklimaat,” zegt Otto Raspe, die bij de Rabobank onderzoek doet naar regionale economieën. “Een half idee van de één werd gecomplementeerd door de ander. Al dat samenwerken is een belangrijk deel van het Amsterdamse succes. Dat is nu allemaal onmogelijk.” Met dank aan corona.

Wereldgezondheidsorganisatie WHO waarschuwde vorige week dat het coronavirus wellicht altijd onder ons blijft, zelfs als een vaccin voorhanden is. Is de rol van de drukke stad daarmee uitgespeeld? Richard Florida denkt van niet. “Steden zijn veerkrachtig,” zegt de hoogleraar aan de Universiteit van Toronto en auteur van de bestseller The Rise of the Creative Class over creatieve steden. Kijk naar het verleden: pandemieën als de pest en cholera hebben dichtbevolkte steden eerder geteisterd, zoals Amsterdam in de Gouden Eeuw. Telkens kwamen steden deze klappen te boven.

Zoals in New York

Het is veel te vroeg om de stad dood te verklaren, zegt Steven Pedigo, hoogleraar stedelijke ontwikkeling aan de Universiteit van Texas, die nauw met Richard Florida samenwerkt. Maar er staat wel het nodige op het spel. “Het is een ­beslissende tijd voor steden, een strijd van leven en dood. Veel bedrijven zullen ten onder gaan,” vertelt hij vanuit Austin. Steden keren weer terug, denkt Pedigo, maar dat zal niet automatisch gaan. “Dat vergt investeringen. En een herontwerp van de stad, waarbij we groot moeten denken.”

Groot denken, een beslissende tijd, een nieuwe kans: er ligt nogal wat op het bordje van de bestuurders van de stad. Het herontwerp van Amsterdam kent veel facetten. Een aantal ontwikkelingen is al in gang gezet door het coronavirus. In Amsterdam zal een strijd losbarsten om de openbare ruimte. Als cafés straks weer open mogen, willen ze pleinen en stukken straat gebruiken voor uitbreiding van hun terras, opdat ze toch nog wat verdienen in de 1,5 meter­samenleving. Veel stoepen in Amsterdam zijn te krap om elkaar op afstand te kunnen passeren.

De gemeente heeft al bepaald dat sommige straten dichtgaan voor auto’s en dat voetgangers over het fietspad mogen lopen en fietsers de rijbaan kunnen gebruiken. In New York is 150 kilometer straat vrijgemaakt voor voetgangers, wat een nieuw record opleverde: 58 dagen zonder dodelijk aangereden voetganger.

Deze verschuiving is in principe tijdelijk. Toch? Of zullen steden deze kans benutten om auto’s versneld uit de stad te jagen en voetgangers en fietsers voor altijd de ruimte te geven? Stadsgeograaf Renooy verwacht van wel. Nu we zien hoe kwetsbaar steden zijn voor virussen en hoe mooi straten zijn zonder auto’s, zullen gemeentebesturen gaan nadenken hoe ze meer ruimte kunnen creëren. Zeker in Amsterdam, waar het progressieve gemeentebestuur al plannen heeft om de stad autoluw te maken.

De doorbraak van thuiswerken zal ook gevolgen hebben voor de stad, voorspelt Renooy. Stedelingen zullen minder vaak naar kantoor reizen en forenzen hoeven niet meer elke dag deze kant op te komen. De drukte op straat neemt dan af, met misschien wel minder fietsfiles. Amsterdammers zullen ook beseffen dat ze niet meer dicht bij hun werk hoeven te wonen en dat is toch juist een van de aantrekkingskrachten van de grote stad: op de fiets naar je werk. Als ze kunnen thuiswerken, zullen vooral gezinnen overwegen de dure stad te verlaten, vermoedt rijksbouwmeester Alkemade, die de triomf van het platteland afkondigt. “Dat mensen het gemak van online werken ontdekken en de Randstad ontvluchten, naar een betaalbare woning met een tuin in de periferie van Nederland.”

Die trek vanuit de stad is al langer aan de gang. Elk jaar verhuizen meer Amsterdammers naar een plek elders in het land dan andersom. Tot dusverre zijn de onbetaalbaarheid en drukte de voornaamste redenen om de stad te verlaten. Daar zou straks het coronavirus aan toegevoegd kunnen worden. Een huis met tuin in een Vinex-wijk is minder virusgevoelig, ruimer en beter betaalbaar dan vierhoog-achter in Amsterdam. Niet voor niets is de bevolking van Amsterdam gekrompen sinds de corona-uitbraak. De vlucht van gezinnen naar de regio zet door, maar de aanwas van immigranten stokt.

Renooy vermoedt dat jongeren vooral in de stad zullen blijven. “Zij zullen de stad overnemen. Jongeren zoeken juist reuring en zijn minder bang voor virussen.” Het zal een versnelling betekenen van een trend die de laatste jaren al in gang is gezet: gezinnen eruit, alleenstaanden, veelal jong en internationaal, erin.

Toerismeverslaving

Er liggen meer ontwikkelingen in het verschiet, denkt Raspe, econoom bij de Rabobank. Stevige investeringen in een groene stad en duurzame economie kunnen de werkgelegenheid enigszins op peil houden. Wethouder Marieke van Doorninck heeft dat ook al bedacht: voor de overgang naar de circulaire economie zijn veel handen nodig om zonnepanelen aan te leggen en alternatieve energiebronnen aan te boren. “Hiermee hebben we een werkgelegenheidsplan dat snel kan worden ingezet,” zegt ze.

Hoogleraar Pedigo vindt dat Amsterdam moet afkicken van de toerismeverslaving. De gemeente moet een selectie maken van sterke dienstverlenende sectoren die werkgelegenheid bieden. Nieuwe media, ict en duurzaamheid liggen voor de hand. De stad zou die bedrijven moeten stimuleren en aantrekken voor een diverse en circulaire economie. De enorme inkomsten uit toerisme hebben steden lui gemaakt. “Ze zijn vergeten waar hun kracht ligt, welke banen het meeste opleveren voor de stad,” zegt hij.

Deze crisis maakt duidelijk dat internationalisatie niet alles is, zeker niet als het aankomt op consumptie en voedsel. “Amsterdam is te ­afhankelijk van lange ketens,” zegt Renooy. “Alles komt van ver: boontjes uit Afrika, kleding uit Bangladesh. Waarom komt onze groente niet uit Noord-Holland? Stadslandbouw heeft de toekomst.”

Het is een cliché dat een samenleving sterker uit een crisis komt en het is zeer de vraag of dat geldt voor Amsterdam, ooit in het postcoronatijdperk. Duidelijk is wel dat de stad moet ­nadenken over de gevolgen van deze crisis op de lange termijn. Amsterdam heeft, zoals Rabo-econoom Raspe zegt, een eigen exitstrategie ­nodig. Als dat goed gebeurt, is de triomf van de stad echt niet voorbij, verwacht hij. “Ook na deze crisis blijft Amsterdam de plek met de leukste mensen, de beste theaters en de meeste banen.”

Zo ziet de politiek het voor zich

De Amsterdamse politiek is tot dusverre druk geweest met het bezweren van de gezondheidscrisis en de lockdown, maar zo langzamerhand komt ook het postcoronatijdperk in het vizier. Diverse fracties hebben plannen gepresenteerd voor Amsterdam na de coronacrisis.

Eén punt valt direct op: de partijen zoeken oplossingen die passen binnen hun ideologie. De PvdA pleit voor een sterke overheid, de VVD wil juist inzetten op bedrijven, GroenLinks zet in op duurzaamheid, D66 op de horeca en de Partij voor de Dieren vindt het tijd voor diervriendelijke voedselconsumptie. Forum voor Democratie wil uitstel van de duurzaamheidsplannen en de I amsterdamletters weer terug in het straatbeeld.

Volgens de PvdA moet de overheid ondernemers en burgers steunen, maar ook zorgen dat de Amsterdamse economie minder afhankelijk is van toerisme. Bedrij­ven die zich in Amsterdam vestigen, moeten iets terugdoen voor de stad.

De VVD vindt dat ondernemers meer ruimte moeten krijgen: langere openingstijden, meer ruimte voor terrassen en steun voor lokale bedrijven. Amsterdammers die hun baan kwijtraken, bijvoorbeeld in de horeca, moeten zich rap kunnen omscholen en werk vinden in bijvoorbeeld zorg of onderwijs.

D66 zorgde begin deze maand voor een klein ­mediastormpje door te pleiten voor leeftijdsgrenzen, waardoor horeca en musea snel open kunnen. Fractievoorzitter Reinier van Dantzig is ook voor extra investeringen in bouw en duurzaamheid. “De stad schreeuwt om vergroening.”

Ook GroenLinks wil de vergroening van de stad versnellen. “Wellicht kunnen we hiermee de recessie enigszins dempen,” aldus fractievoorzitter Femke Roosma. Wat haar betreft gaat de gemeente ook inzetten op infrastructuur, onderwijs, zorg en omscholing plus begeleiding van mensen die hun baan kwijtraken.

Partij voor de Dieren pleit al langer voor een compleet andere inrichting van de stad: meer groen, minder groei en een diervriendelijke voedselconsumptie. “Ik geloof niet dat corona veel zal veranderen,” zegt Johnas van Lammeren. “Op dit moment worden bomen in het Amsterdamse Bos gekapt om ruimte te maken voor horeca. Het is altijd hetzelfde.”

Burgemeester Femke Halsema zal het politieke debat binnenkort openen als ze een toekomstvisie presenteert op de binnenstad na corona.

Kansen

- Spreiding mensenmassa’s
- Ruim baan voor fietser en voetganger
- Duurzaamheid als banenmachine
- Economisch divers, minder afhankelijk van toerisme
- Binnenstad weer voor de Amsterdammers
- Meer aandacht voor lokale ­producten
- Herwaardering van de zorg
- Meer ruimte in nieuwe wijken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden