PlusAchtergrond

Is de dierentuin nog wel van deze tijd? ‘Ze beschouwen dieren als attractie, ik kan daar met mijn hoofd niet bij’

null Beeld Kristel Steenbergen
Beeld Kristel Steenbergen

De leeuwen in Artis gaan erop vooruit met een groter verblijf, maar de discussie over dierenwelzijn houdt aan. Mag de mens zich blijven gedragen als de koning van de schepping?

De vlag kon uit bij Artis. Dankzij een gulle gift van twee anonieme weldoeners blijven de leeuwen behouden voor de dierentuin, die vanwege de coronacrisis met zware financiële tekorten kampt. Omdat er geen geld was voor een nieuw verblijf dreigde Artis voor het eerst in 180 jaar een leeuwloze dierentuin te worden, maar dat kon deze week ternauwernood worden afgewend. “Voor iedereen die van Artis en van onze leeuwen houdt, is dit een droom die uitkomt,” zei directeur Rembrandt Sutorius.

Trots liet Artis weten dat er een nieuw leeuwenverblijf komt dat maar liefst tien keer zo groot wordt als het huidige in 1928 opgeleverde Kerbertterras. “Dat was destijds een heel modern verblijf, zonder hek en met water als natuurlijke barrière,” liet een woordvoerder van de dierentuin weten. Maar wat een eeuw geleden nog gold als modern en luxe, is anno 2021 veel te klein en voldoet niet meer. “In al die jaren is de behoefte van de leeuwen misschien niet veranderd, maar onze maatstaven wel.”

In die zin schuilt de essentie van het al jaren sluimerende, en om de zoveel tijd fel oplaaiende dierentuinendebat, waarin voor- en tegenstanders elkaar in de haren vliegen over de vraag of dieren wel of niet in hokken opgesloten mogen worden. Een debat dat gaat over dierenwelzijn, jazeker, maar toch vooral over hoe wij, mensen, ons verhouden tot het dierenrijk. Daarover lopen de meningen op zijn zachtst gezegd nogal uiteen.

Zo schreven verschillende dierenorganisaties begin dit jaar een brandbrief aan de Amsterdamse gemeenteraad, waarin stond dat er in Artis überhaupt geen plek meer kon zijn voor leeuwen. ‘Deze dieren horen vrij te zijn in Afrika en niet midden in de grote stad in een heel ander klimaat in een veel te klein stukje te worden opgesloten,’ schreven zij. Het opsluiten van dieren ter vermaak van mensen is respectloos en stamt uit de tijd dat ‘er nog slaven werden gehouden en dwergen, gebochelden en albino’s werden tentoongesteld’, aldus de dierenorganisaties.

Stropers

“Wie zijn wij dat we dieren mogen opsluiten?” zegt Sandra van de Werd van Comité Dierennoodhulp, een van de organisaties die de brandbrief ondertekende. “Mensen vinden het kennelijk leuk om onder het genot van een ijsje te kijken naar dieren in een kooi. Ze beschouwen dieren als attractie, ik kan daar met mijn hoofd niet bij.”

Dertig jaar geleden voerde Van de Werd al actie tegen Artis, een maand lang liet ze zich opsluiten in een kooitje voor de deur van de diergaarde. “Het ergste vond ik dat je geen moment met rust werd gelaten. Datzelfde hebben die dieren ook.”

“Dierentuinen zijn niet meer van deze tijd,” zei rechtsfilosoof Janneke Vink, gepromoveerd op dierenrechten, nadat eind vorig jaar twee uit Dierenpark Amersfoort ontsnapte chimpansees waren doodgeschoten. “Het is, naarmate we meer leren over intelligentie en cognitie van dieren, steeds slechter te verdedigen om slimme dieren in kleine hokjes te zetten,” zei ze op Radio 1. Dat kinderen iets opsteken van een bezoek aan een dierentuin gaat er bij haar niet in. “Zij zien neurotische dieren en leren dat de mens de baas is, over alle dieren kan heersen en dat als een mens een fout maakt een dier daarvoor de ultieme prijs betaalt.”

Niet iedere wetenschapper deelt dat standpunt. Integendeel zelfs, emeritus hoogleraar Duurzaamheid en Levensbeschouwing aan de ­Radboud Universiteit Jozef Keulartz wordt ‘doodmoe’ van de discussie. ‘Dat er een maatschappelijk debat is over hoe wij met dieren ­omgaan is goed, maar dan wel op basis van argumenten, en niet van emoties. Mensen die zeggen dat het zielig is dat dieren opgesloten zitten in kooitjes zijn echt blind voor de veranderingen die dierentuinen al drie decennia doorvoeren.”

Keulartz verwijst naar het in 1992 in Rio de Janeiro aangenomen biodiversiteitsverdrag, waarin afspraken zijn gemaakt over de bijdrage van dierentuinen aan de biodiversiteit. “Sindsdien transformeren dierentuinen steeds meer van openluchtrecreatieparken naar volwaardige natuurbeschermingscentra. Dierentuinen zijn cruciaal voor het behoud van bedreigde diersoorten. Tussen 1970 en 2018 is de omvang van de populaties gewervelde dieren op aarde met zeventig procent afgenomen. Bedreigde dieren moeten zien te overleven in steeds kleiner wordende gebieden, waar te weinig voedsel voor ze is en waar ook nog eens wordt gestroopt. Veel dieren zouden blij zijn als ze in een dierentuin zouden leven.”

Te warm voor de muskusos

Ook bioloog Wineke Schoo, directeur van de Nederlandse Vereniging van Dierentuinen, vindt het prima dat discussie plaatsvindt over dierentuinen. Ze kan de pro-argumenten moeiteloos opdreunen: dierentuinen zijn belangrijk voor educatie, recreatie, conservatie en wetenschappelijk onderzoek. En als het enige contra-argument dan is dat het ‘zielig’ zou zijn voor de dieren, dan ben je snel uitgepraat, vindt Schoo. “In een goed gerunde dierentuin staat het dier centraal, je zorgt ervoor dat het zoveel mogelijk zijn natuurlijk gedrag kan vertonen. Daarin zijn we enorm opgeschoven: in de vorige eeuw zat een beer in een kuil, en werden chimpansees als koppels bij elkaar in een kooi geplaatst. Toen ­Jane Goodall ontdekte dat chimpansees het liefste in groepen leven, werden ze bij elkaar gezet. Dat was in 1971. In het huidige jaguarverblijf in Artis hebben de dieren ook echt privacy, dat is onvergelijkbaar met de betegelde kooien waarin panters vroeger verbleven.”

Waarmee Schoo maar wil zeggen: de dierentuin van nu is niet meer de dierentuin van pak ’m beet dertig jaar geleden. “En over dertig jaar zal de dierentuin er weer anders uitzien dan nu. Ik vermoed dat er dan minder soorten gehouden worden. De GaiaZoo in Kerkrade heeft dit jaar afscheid genomen van de muskusossen, omdat die niet gedijen bij warm weer. En zo zullen er misschien wel meer dieren niet meer te zien zijn.”

Die beweging is geruime tijd zichtbaar. Artis had ooit zo’n 1500 diersoorten, begin deze eeuw waren dat er 900 en nu zijn het er nog een kleine 500. De ijsbeer, de neushoorn, het nijlpaard en de orang-oetan verdwenen, de focus verschoof naar kleinere dieren, onder meer door aanleg van de vlindertuin, het insectarium en Micropia. De verblijven werden groter, en anders. “We proberen zoveel mogelijk een natuurlijke omgeving na te bootsen. Ook door het combineren van soorten in een verblijf. In onze tropenkas leven vleerhonden, vogels, vissen en amfibieën. De stokstaartjes zitten bij de gorilla’s.”

Artis past zich wel degelijk aan aan de veranderende tijdgeest maar gaat, zo zegt de woordvoerder, niet mee met de ‘waan van de dag’. “Het is niet zo dat als de Partij voor de Dieren zegt ‘spring’, wij vragen ‘hoe hoog’.” En toch worden dierentuinen in het defensief gedwongen.

Onder het kabinet Rutte-II werden wilde dieren in circussen verboden, het Dolfinarium in Harderwijk ligt al geruime tijd onder vuur vanwege het hoge ‘circusgehalte’. In Zwitserland en België zijn er al geen dolfinaria meer. In New York proberen dierenactivisten olifant Happy via een gang naar de rechter te bevrijden met als argument dat Happy doodongelukkig is. Costa Rica wil alle dierentuinen daar sluiten.

Zo’n vaart zal het voorlopig niet lopen in Nederland, vermoedt Goof Lukken, docent Toerisme en Leisure aan Breda University. “Al was het maar omdat het sluiten van dierentuinen heel ingewikkeld is. Als je kiest voor een uitsterfbeleid, waar de meeste tegenstanders van dierentuinen voor pleiten, dan ben je alleen al een eeuw verder voor alle dieren overleden zijn. De discussie over dierentuinen mag dan wel scherper worden, ze zijn nog altijd heel erg populair. Jaarlijks trekken de dertien dierentuinen in Nederland 10,5 miljoen bezoekers.”

Massa-extinctie

Haalt de dierentuin 2050? Lukken denkt van wel, maar de organisaties zullen zich wel meer moeten specialiseren. “Niet elke dierentuin zal in de toekomst olifanten hebben, of leeuwen. Dat besef zal ook bij bezoekers moeten groeien: een dagje dierentuin gaat niet alleen maar om het afstrepen van de big five.”

De functie van de dierentuin als plek waar met uitsterven bedreigde diersoorten behouden blijven, zal de komende decennia bovendien alleen maar belangrijker worden, is de verwachting. Het utopische idee dat alle dieren ooit weer vrijgelaten kunnen worden in hun natuurlijke habitat lijkt in ieder geval ver weg. “En weet je waarom? Omdat die dieren in wat wij de ‘vrije natuur’ noemen, maar wat in wezen ook omheinde reservaten zijn, bedreigd worden door mensen,” zegt Keulartz. “We begeven ons op het randje van de zesde massa-extinctie, waarbij wereldwijd massaal diersoorten uitsterven. In die situatie kun je niet zonder dierentuinen.”

null Beeld Eva Janssen
Beeld Eva Janssen

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden