Ahmed E. werd vorig jaar maart opgepakt op verdenking van terreur.

PlusAchtergrond

Is Ahmed E. uit Noord een terrorist of naïeve ‘ramptoerist’?

Ahmed E. werd vorig jaar maart opgepakt op verdenking van terreur.Beeld Gijs Kast

Een naïeve jongen die als ‘ramptoerist’ IS-filmpjes deelt of een onmisbare schakel voor Islamitische Staat? Als het woord ‘terrorisme’ valt, neemt justitie geen risico. Het verhaal van Ahmed E. uit Amsterdam-Noord.

Het arrestatieteam dat op 27 maart 2020 de dan 20-jarige Ahmed E. van de straat plukt in Sloterdijk, neemt het zekere voor het onzekere. Het gaat om een terreurverdachte. E. wordt op de grond gegooid en loopt een forse hoofdwond op. Hij zal wekenlang last houden van zijn schouder.

Gedwee geeft hij de toegangscode van zijn Samsungtelefoons af. ‘Vanwege het onderzoeksbelang moest de verdachte worden aangehouden met een ontgrendelde telefoon,’ staat in het proces-verbaal van zijn aanhouding.

Op 7 januari 2020 – ruim zeven weken vóór zijn arrestatie in Sloterdijk – krijgt de gemeente een tip over ronselen via Snapchataccounts die islamitisch geïnspireerd geweld verheerlijken. De gemeente schakelt de politie in. Drie dagen later begeven twee ‘virtuele agenten’ zich op de socialemediakanalen. Zij zien op Snapchat en Telegram antiwesterse berichten en geweldsvideo’s voorbijkomen met IS-liederen, preken, beelden van moorden, onthoofdingen en IS-vlaggen. Ook behandelt een filmpje hoe je TNT maakt.

Dat laatste filmpje deelt hij met een 15-jarige jongen die zich Theemogig noemt en die bijna dagelijks vraagt om meer materiaal, dat hij op zijn beurt verder verspreidt. Op 18 maart: ‘Zet ff wat leuks opj verhaal.’ Twee dagen later: ‘Stuur elke dag beetje filmpjes.’ 23 maart, ’s ochtends: ‘Heb j ok die filmpjes waar ze de 4 man verbranden.’ Diezelfde middag: ‘Stuur meer filmpjes waar mensen dood gaan.’

De recherche treft meer dan 3000 foto’s op E.’s telefoon aan, naast talloze filmpjes over bijvoorbeeld het maken van een granaatwerper en een bomgordel. Het onderzoeksteam bekijkt slechts een deel. Vanwege de gruwelijkheid hoeven ze van de officier van justitie niet alles te zien. Het strafdossier bevat wel een omschrijving van een filmpje waarin een peuter een in een ballenbak vastgebonden man doodschiet en daarna met het vuurwapen zwaaiend ‘Allahu akbar’ roept.

In dezelfde periode dat Ahmed E. in beeld komt van gemeente en politie verlaagt de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) het dreigingsniveau van een terroristische aanslag in Nederland van 4 naar 3 (uit 5). Is dat van invloed op het proces van een verdachte als Ahmed E.? Was hij deel van de propagandamachine van IS, die zieltjes wint om bloed te vergieten? Of is hij, zoals zijn advocaat zegt, een naïeve adolescent die een jeugdzonde beging? Het Parool volgde de rechtsgang tegen E. Een rechtsgang die illustreert hoe de overheid geen risico neemt als het om terrorisme gaat. En al komt E. snel vrij, hij is nog jaren verzekerd van de aandacht van hulpverleners.

De vraag rijst op of E. zijn daden uitvoerde voor de sensatie of dat er een serieus risico aan verbonden was. Beeld Gijs Kast
De vraag rijst op of E. zijn daden uitvoerde voor de sensatie of dat er een serieus risico aan verbonden was.Beeld Gijs Kast

E.’s aanhouding vindt plaats in een ‘moeilijke fase in zijn leven’, zegt zijn advocaat, Bram Horenblas, in een van de zittingen die in de loop van het jaar volgen. E. is geboren in Egypte en met zijn moeder zijn vader achterna gereisd naar Nederland. Hij heeft inmiddels een paar jongere broers en een zus.

Ze wonen in Amsterdam-Noord, in Banne Buiksloot, een wijk gekenmerkt door hoge werkloosheid en armoede. De focus in het gezin ligt op studie en presteren, maar er zijn problemen. E.’s vader raakt verslaafd aan cocaïne en gokken en verdwijnt uit beeld. E. belandt al op jonge leeftijd in de vaderrol. Terwijl hij zijn eigen sores heeft. De Bredero Mavo in Noord meldt hem wegens intimiderend gedrag aan bij de Opvoedpoli. Ook volgt een pandverbod.

Toch haalt hij in 2016 zijn eindexamen en een diploma op het MBO College Noord. Een docent omschrijft hem tegenover de recherche als een sociaal onhandige jongen, die door zijn medeleerlingen vooral met rust wordt gelaten.

De minderjarige kinderen staan onder toezicht van jeugdzorg. E. en zijn moeder hebben een slechte relatie met de toezichthouders. “De familie heeft een ongelooflijke pesthekel aan de jeugdbescherming,” zegt Horenblas daarover.

E.’s zus zegt door hem en haar vader te zijn mishandeld. Als jeugdzorg bij een thuisbezoek ontdekt dat ze haar toevlucht heeft gezocht tot het balkon, wordt ze naar een schuiladres overgebracht. En weer naar elders, als E. achter dat adres komt.

Op 30 januari 2020 dreigt uithuisplaatsing van de andere minderjarige kinderen. Met de toezegging dat E. en zijn vader niet meer thuiskomen, kan zijn moeder dat verhinderen. Via de Raad voor de Kinderbescherming, die E. bestempelt als een van de agressoren in het gezin, krijgt hij een gebiedsverbod.

In de rechtszaal doet E.’s moeder het later af als één groot misverstand – via een tolk, haar Nederlands is slecht. Hij is thuis welkom en behulpzaam, verzekert ze. “Als Ahmed thuis is, helpt hij zijn broer met zijn huiswerk.”

Zijn zus had psychische problemen, legt ze uit. “Ze was altijd depressief en spijbelde. Ahmed heeft steeds getracht haar over te halen weer te gaan studeren. Daarover kregen ze ruzie.”

Kruimeldiefstallen

Het verspreiden van IS-propaganda is niet het enige strafbare feit waarvoor E. terechtstaat. Volgens justitie fungeert hij begin maart 2020 als handlanger bij een poging tot diefstal. E. laat kleding achter in een pashokje in de Nike Store in de Kalverstraat. De mededader verlaat kort na E. hetzelfde pashokje met drie trainingsjacks en een trainingsbroek in een geprepareerde tas, bedoeld om het alarm te omzeilen. Dat mislukt en de mededader zet het op een rennen. Aan de hand van camerabeelden wordt de mededader nadien ingerekend.

Diezelfde maand is E. op pad om iPhones te stelen: in Lexmond, Streefkerk, Hilversum, Almere, Rotterdam en Urk. Hij doet zich voor als geïnteresserde koper bij mensen thuis die hij via Marktplaats.nl heeft benaderd. In Almere rent hij met een telefoon de woning uit. De eigenares zet de achtervolging in. Als ze hem uitscheldt (‘Vuile kanker-Marokkaan’) stopt hij, draait zich om en geeft de telefoon terug. Twee dagen later mislukt een diefstal omdat het slachtoffer – op kousenvoeten – hem achterhaalt. E. barst in tranen uit en geeft de telefoon terug.

Het valt in de categorie ‘kruimeldiefstallen’, betoogt zijn advocaat. Dat geldt niet voor het verspreiden van IS-propaganda. Justitie klaagt E. aan wegens opruien tot het plegen van een terroristisch misdrijf en training voor terrorisme, misdrijven waarvoor hij voor jaren achter de tralies kan verdwijnen.

Bij zijn aanhouding bezweert E. dat van radicalisering geen sprake is: “Dat met terreur, dat was niet serieus. Ik ga echt niets doen. Dat deed ik puur voor de sensatie.”

Licht in het donker

Hij zegt op eigen houtje te hebben gehandeld: “Niemand uit mijn omgeving weet iets van terrorisme of video’s, het is allemaal digitaal met onbekenden.”

“Ik had alleen een hele kleine groep op Telegram, maximaal dertien leden,” betoogt hij. “Ik ben het helemaal niet eens met de ideologie van IS (…) Ik zal het echt nooit meer doen, ik weet dat ik hiervoor moet boeten. Maar de kans op herhaling is echt nul.”

In de rechtszaal komt hij ook met uitvluchten: “Als iemand een boekenkast heeft, wil dat niet zeggen dat hij het allemaal gelezen heeft. Ik weet niks over het maken van gif of bommen.”

Die filmpjes? Die heeft hij niet of nauwelijks bekeken. Bovendien: “Ze zijn overal te vinden op Google.” En: “Die bestanden zijn onverwacht naar mij gestuurd.”

Voor zijn omgeving schaamt hij zich. Pas als zijn moeder eind 2020 door de rechters wordt gehoord, vertelt hij haar waarom hij al maanden vastzit. “Beschouwt u mij als een jonge jongen die even de weg kwijt was,” verzoekt hij de rechtbank op 24 december. Een paar maanden eerder heeft hij Nederland ‘een van de meest beschaafde landen’ genoemd. “Daar zou ik me nooit tegen keren. Ik respecteer de rechtsstaat, edelachtbare. Ik wil gewoon het juiste pad op gaan.”

“Ik ben onbeholpen,” snikt hij. “Ik ben niet extremistisch, geen relschopper.”

Op de vraag of hij sympathie voor IS had, antwoordt hij: “Niet op alle vlakken. Ik walg van die filmpjes. Ik was een onzekere tiener die zich veilig waande achter zijn scherm.” Zijn droom: een bestaan opbouwen als personal trainer.

Trio’s en wiet

Advocaat Horenblas benadrukt dat E. geen strafblad heeft. “Hoeveel straf verdient een jeugdige first offender überhaupt,” vraagt hij eind september aan de rechtbank. “Hij zit niet vast voor wat hij heeft gedaan, maar voor wat hij zou kunnen gaan doen.” Is E. ‘de nieuwe Mohammed B. of een jonge jongen die even de weg kwijt was?’ “Dit proces dreigt te ontsporen,” houdt hij de rechters voor. “Aan u het dringende verzoek daar iets aan te doen.”

Hij citeert een door justitie gelast onderzoek, dat het risico op gewelddadig extremisme laag inschat. En hij haalt het verhoor aan van een vriendin van E. Zij noemt hem ‘een mietje’, die begint te ‘trillen als een klein jonge­tje’ als hij een politiesirene hoort.

Met die vriendin praat E. over trio’s en wiet. Zijn telefoon bevat foto’s van kleding, vrouwen, work-out en sekstips. Voor zijn advocaat een indicatie dat E.’s radicalisering weinig voorstelt.

Horenblas: “Zowel de samenleving als Ahmed zelf lijkt in een geval als dit gebaat bij een aanpak die meer is gericht op hulpverlening en voorkoming van recidive dan op vereffening.”

Sensatiezucht

Begin 2020 breekt E. zijn hbo-opleiding af. “In die periode ontwikkelde Ahmed een fascinatie voor gewelddadige filmpjes,” zegt zijn advocaat in zijn slotpleidooi. “Hij ontkent niet deze te hebben gedeeld, maar heeft vanaf dag één gezegd dat hij dat deed vanuit sensatiezucht. Het begrip ‘ramptoerisme’ lijkt de handelingen van Ahmed het beste te verklaren (…) Dit is niet de man waar Nederland bang voor moet zijn.”

De officier van justitie ziet dat anders: “Hij heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de propagandamachine van IS. Juist door mensen als E. is IS zo succesvol.” En: “E. is een onmisbare schakel voor het succes van IS.”

De reclassering noemt E. vatbaar voor ronselaars en signaleert een hoog risico op extremistisch geweld. Die conclusie komt van een theologisch deskundige. In de rechtszaal vertelt hij over E.’s vijandigheid jegens westerse leiders en sommige moslimleiders en zijn gebrekkige vertrouwen in democratische systemen. In gesprekken met de theoloog praat hij gruweldaden van IS goed. “Hij noemde IS de enige groepering die voor de moslims is opgekomen.” De redenen voor E.’s radicaliseringsproces: de dubbele moraal jegens moslims in het Westen, de gebeurtenissen in Syrië, de coup in Egypte tegen de Moslimbroeders en de houding van de overheid – met name de kinderbescherming – jegens zijn familie.

De door Horenblas betwiste bevindingen sluiten aan bij een afgeluisterd gesprek van E. met een vriendin, waaruit justitie opmaakt dat hij diefstal van Nederlanders geen probleem vindt: “Ik dacht altijd: hun gaan sowieso branden, dus van hun mag je stelen.”

In zijn cel ontdekt justitie Arabische teksten van IS-strijdliederen, die E. schijnbaar uit zijn hoofd heeft opgeschreven. De officier van justitie zegt zoiets zelden te hebben meegemaakt.

Een zogenoemde triplerapportage (onderzoek door een psychiater, een psycholoog en een rapporteur van de sociale omgeving van de verdachte) nuanceert de alarmerende bevindingen van de theologische deskundige. Hierin is E. ‘een eenzame, identiteitszwakke en contactbehoeftige jongen’. Hij identificeert zich met de IS-ideologie. Er is ‘een zekere radicalisering’, maar zijn gedrag lijkt niet ‘sterk ideologisch onderbouwd’.

Zijn radicaliseringsproces is terug te draaien, zegt de bij het onderzoek betrokken psycholoog op de zitting van 4 februari. “Ik denk niet dat hij daar vanuit de wortel in zit (…) Ik heb nog steeds niet de indruk dat ik tegen een heel verharde jongen zit aan te kijken.”

Reclassering

Justitie eist 2,5 jaar cel, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Reclassering bepleit een trits aan bijzondere voorwaarden gekoppeld aan een deels voorwaardelijke straf, zoals een meldplicht, ­ambulante psychische behandeling met de mogelijkheid van opname, begeleid wonen, begeleiding door theologisch deskundigen, een gemeentelijk traject gericht op dagbesteding en een socialemediaverbod.

Reclassering wil bovendien een proeftijd van zeker 2 jaar. Hoe langer die periode, hoe meer drang bij de begeleiding mogelijk is. Het openbaar ministerie vraagt een proeftijd van 5 jaar, ook om een ‘steunnetwerk’ op te bouwen. Terrorismedeskundige Daan Weggemans (Universiteit Leiden) noemt 5 jaar fors. “Uiteindelijk moet iemand op een bepaald moment de mogelijkheid krijgen echt te re-integreren. Een dergelijke proeftijd staat dat mogelijk in de weg.”

Met de rechters en officier van justitie wordt E.’s toekomst na detentie besproken. Terugkeer naar zijn familie in Noord is ongewenst, is de conclusie. E. zelf denkt daar anders over. “Waarom kan ik niet beter thuis verblijven? Dat is vertrouwd. Afzonderen gaat me geen goed doen.”

Afgelopen donderdag volgde het vonnis. De rechtbank vindt de begane misdrijven ‘bijzonder ernstig’. Het verspreide materiaal kan aanzetten tot aanslagen. Daar komt E.’s ‘gebrek aan berouw’ nog bij. Bij de ‘terrorismefeiten’ speelde E.’s ‘gestagneerde persoonlijkheidsontwikkeling’ een rol, waardoor deze hem in mindere mate worden toegerekend. Hij krijgt 2 jaar cel waarvan 1 jaar onvoorwaardelijk plus alle door reclassering verlangde nadere voorwaarden, met een proeftijd van 3 jaar. De rechtbank is ook akkoord met een ‘locatiegebod’, waarbij reclassering hem kan dwingen op een bepaald moment ergens aanwezig te zijn. Alleen een volledig socialemediaverbod gaat de rechtbank te ver. De reclassering mag wel steekproefsgewijs E.’s doen en laten op sociale media controleren.

Vanwege veiligheidsredenen is verzocht de naam van de officier van justitie onvermeld te laten.

Straf om terrorisme te voorkomen

Annemarie van de Weert, onderzoe­ker en docent bij Hogeschool Utrecht op het gebied van terreur­bestrijding, noemt de rechtszaak tegen Ahmed E. ‘een typisch voorbeeld van een verschuiving binnen justitie van het veiligheidsdenken’. “Dit is anticiperende justitie. Je wil iets voorkomen. Daar­mee is Nederland een voorloper.” Ze wijst op de uit 2007 daterende ‘Wet ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven’. “Daarmee kun je aan de voorkant ingrijpen.”

“Bij E. is sprake van multiproblematiek: problemen rond thuissituatie, opleiding, werk en toekomstperspectief. Typisch een geval voor hulpverlening via de gemeente. Maar die kan mensen moeilijk in een zorgtraject dwingen. Dat is anders na een veroordeling.”

Volgens terrorismedeskundige Daan Weggemans (Universiteit Leiden) is het in een zaak als deze moeilijk de verschillende doelen van een straf te verenigen. “Er moet afschrikwekkende werking van uitgaan, maar er moet ook uitzicht zijn op rehabilitatie. De vraag is: wat is een passende straf en hoe voorkom je dat iemand weer op het criminele pad belandt?”

Weggemans vindt het ‘in het licht van de gebeurtenissen in Syrië, het kalifaat en de IS-terreur in West-Europa’ begrijpelijk dat justitie stevig ageert tegen het verspreiden van IS-propaganda. “Veiligheidsoverwegingen krijgen terecht veel gewicht. Maar deze mensen komen ooit weer vrij. En dan? In dit soort zaken leunt het OM sterk op advies van de reclassering. De zorgcomponent speelt een steeds grotere rol voor justitie.”

Het goede nieuws is dat voor terreurzaken veroordeelde delinquenten nadien veel minder vaak in de fout gaan dan veroordeelden van andere vormen van criminaliteit. Onderzoekers van de Universiteit Leiden kwamen in 2018 op recidive­cijfers van 4,4 procent versus zo’n 50 procent. Groot-Brittannië heeft soortgelijke cijfers.

Weggemans: “Mogelijk groeien mensen uit terroristische groepen, maar ook het vele toezicht en de geldende beperkingen na vrijlating van terreurverdachten kunnen een verklaring vormen. Denk aan een meldplicht, een locatiegebod, verplichte begeleiding. Dat komt allemaal terug in de zaak tegen E. Alle nadere voorwaarden zijn gericht op het wegnemen van barrières om weer in de maatschappij te functioneren.”

IS-terreur gaat door

Terreurbeweging IS is bezig met het hergroeperen van zo’n 10.000 strijders en uitbreiding van de geweld­dadige strijd, waarschuwde vorige maand het hoofd van het VN-bureau voor antiterrorisme, Vladimir ­Voronkov. Het voorbije najaar signaleerde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) al ‘verhoogde activiteit in Syrië en Irak’ van IS. De terreurgroep probeert netwerken op te zetten waarbij sympathisanten in Europa ­samenwerken met IS-leden in Syrië, aldus de NCTV. In november pleegde een IS-aanhanger een aanslag in Wenen. Ook Frankrijk was het toneel van terreur, waarbij docent Samuel Paty werd onthoofd. In Nederland kende het aantal geregistreerde misdrijven op het gebied van jihadisme en terrorisme in 2017 een piek (170 gevallen). In zowel 2018 als 2019 ging het om 90 misdrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden