Plus Adieu aardgas

Infraroodpanelen leveren een behaaglijk soort warmte

Waarop draait straks in Amsterdam de verwarming als cv-ketels en gaskachels uit de gratie raken vanwege het klimaat? Deze keer: infraroodpanelen.

Beeld Laura van der Bijl

Het is een behaaglijk soort warmte, zegt Jasper Doornik, die zijn huurappartement in de Zeeheldenbuurt al twee winters warm houdt met vier infraroodpanelen. "Alsof de zon op je schijnt." En dat heel plaatselijk en gedoseerd. "Daar waar je gaat zitten is het snel warm. Dat is vooral prettig als je 's ochtends net uit bed komt. Je hebt dan niet, zoals met de cv, dat je de verwarming om 7 uur moet aanzetten zodat om half acht de hele kamer lekker warm is."

Omdat de straling zo direct op hem neerdaalt vanuit de panelen aan het plafond volstaat een kamertemperatuur van 19 graden, zegt Doornik. "Sterker nog, als ik thuiskom en ik zet de thermostaat op een hogere temperatuur omdat ik het snel warm wil stoken, zit ik gewoon te zweten."

Dat is het grote voordeel van infraroodpanelen: ze verwarmen niet de lucht in de kamer, maar alles wat zich in de kamer bevindt, de bewoners incluis. "Je krijgt ook niet van die droge lucht in je huis." Een puntje van kritiek: niet iedereen vindt de op fotolijstjes lijkende panelen even mooi. Maar ja, zegt Doornik, "eerst stond hier een gaskachel in de kamer."

Lage energierekening
Dat de infraroodpanelen hem goed bevallen, is des te opmerkelijker omdat hij woont in een huis uit 1890. De portiekwoning is wel geïsoleerd, maar niet zo naadloos als nieuwbouw. Toch blijkt een onconventioneel elektrisch alternatief voor aardgas hier dus aardig te voldoen.

"De isolatie is oké," zegt Doornik zuinigjes, maar hij kan zich goed voorstellen dat de panelen het in slecht geïsoleerde woningen niet kunnen bolwerken. Tocht is funest voor infraroodverwarming. "Bij de voordeur hebben we daarom een tochtgordijn opgehangen."

Beeld Laura Van Der Bijl

Verwarming door infraroodstraling wordt vanouds geassocieerd met zolders en tuinhuisjes. Denk aan de roodgloeiende straalkachels van vroeger. Die waren bedoeld voor plekken waar je niet vaak komt, al was het maar omdat ze enorme stroomslurpers waren.

Ook de nieuwerwetse infraroodpanelen staan bekend als bij-verwarming. Zeg maar: voor de studeerkamer. Bij Doornik thuis blijkt infraroodverwarming dus ook geschikt voor een typisch Amsterdams twee- of driekamerappartement. "Uiteindelijk wil ik graag een groter huis. Daar lijkt me dit niet de beste oplossing."

Het verbruik van de infraroodpanelen blijkt mee te vallen. Ja, met gemiddeld 275 kilowattuur per maand verbruikt Doornik meer stroom dan een heel gezin. In de koudste maand piekt het verbruik zelfs naar 1000 kilowattuur. Toch is zijn energierekening met zo'n 100 euro per maand lager dan het landelijk gemiddelde, want hij krijgt geen gasrekening. Warm water komt van een doorstroomverwarmer, een elektrische geiser. Koken doet hij op inductie, dus ook elektrisch.

Voordeligste alternatief
De infraroodpanelen worden warm aanbevolen door duurzaamheidsorganisatie Urgenda. Behalve de woning in de Zeeheldenbuurt heeft dochter Thuisbaas al honderden woningen van het aardgas gehaald. In kleine, dicht op elkaar gelegen Amsterdamse appartementen zijn ­infraroodpanelen vaak het voordeligste alternatief, volgens Marjan Minnesma, directeur van Urgenda.

De woningen moeten wel behoorlijk geïsoleerd zijn. Dubbelglas is een eerste vereiste, net als isolatie van de kruipruimte voor woningen op de begane grond. "We doen het vooral in appartementen tussen andere woningen in. Die vormen dan jouw isolatie."

Om de CO2-uitstoot naar nul te brengen is het natuurlijk wel een voorwaarde dat alleen groene stroom wordt gebruikt voor de infraroodverwarming. Doornik doet dat in elk geval. Ook is hij extra geld kwijt aan de verzwaarde aansluiting die bij hem thuis nodig was omdat hij zijn meterkast deelt met zijn bovenburen. Dat kost hem per jaar 70 euro meer. "Dat vind ik het grootste nadeel: dat we krachtstroom nodig hebben."

Volgens ThermIQ, de leverancier van de infraroodpanelen, is dat vaak niet nodig. "Het kan prima op een gemiddelde meterkast," zegt Rob Polman, die 'chief comfort officer' op zijn visitekaartje heeft staan. "Het is juist niet de bedoeling dat alle panelen tegelijk voluit staan." Als je in de keuken bent, zet je daar de infraroodverwarming aan. Ga je naar de huiskamer, dan zet je daar het paneel hoger.

In proeven met Ymere en Eigen Haard worden de infraroodpanelen nu getest in verschillende Amsterdamse huurwoningen. "We proberen het zelfs met een zevental panelen in een slecht geïsoleerde woning." Voor de corporaties is het aantrekkelijk dat de investeringen te overzien zijn. "Met 3500 tot 4000 euro en misschien wat isolatiekosten kom je een heel eind."

Polman vindt de infraroodpanelen bij uitstek geschikt voor grotestadsappartementen, ook als renovatie nog even op zich laat wachten. Aan de andere kant: "Als het te tochtig is, moet je dit niet willen."

Wetenschap
Opvallend is dat ook de wetenschap inmiddels openstaat voor verwarming door infraroodpanelen. Op papier is het een slecht idee, zegt Andy van den Dobbelsteen, hoogleraar aan de TU Delft. Elektriciteit is erg inefficiënt om warmte mee op te wekken. De warmtepomp is een uitzondering: die maakt van elk kilowattuur stroom 3 tot 4 kilowattuur aan warmte door warmtebronnen uit de bodem of de buitenlucht aan te spreken.

"Infraroodpanelen zijn efficiënter dan ouderwetse elektrische stralingspanelen, maar meer dan 1 kilowattuur aan warmte krijg je er per kilowattuur stroom niet uit. Dus als het niet strikt nodig is, liever niet. Maar ze kunnen dus wel een oplossing zijn voor woningen waar een warmtepompsysteem en stadsverwarming geen optie zijn."

"Ik was er eerst in principe niet voor," concludeert hij, "maar het is toch wel een effectieve stralingsverwarming voor kleine ruimtes zonder radiatoren of vloerverwarming. Dus bij renovaties is het in sommige gevallen geen slechte oplossing."

Grappige, leuke optie
Ook hoogleraar Energy Technology David Smeulders van de TU in Eindhoven noemt het 'grappige, leuke opties' en 'helemaal niet zo verkeerd'. Hij vergelijkt het met zonneschijn op wintersport. Dan kan het onder het vriespunt toch lekker aanvoelen.

"Het is een heel andere manier van verwarmen." zegt hij. Daarom lenen de infraroodpanelen zich ook niet voor de sommen waarmee deskundigen voor de warmtepomp het rendement berekenen per kilowattuur stroom. Althans, dat leidt hij af aan de enthousiaste gebruikers van infraroodpanelen en hun stroomverbruik. Dan blijkt de efficiëntie heel aardig in de buurt te komen van die van een warmtepomp.

"Gesprekken met gebruikers zijn een goede indicator," zegt Smeulders. "Ze vertellen me wel dat je een goed geïsoleerd huis moet hebben. Als er een koude trek door het huis gaat, werkt het niet."

In de Zeeheldenbuurt is Doornik dus zo'n enthousiaste gebruiker. Nu hij erover nadenkt schiet hem nog wel één nadeel te binnen. "Soms werk ik thuis aan tafel en dan merk ik dat de infraroodstraling niet door het bureaublad heen komt. Dus dan zit ik daar met ijskoude poten en ga ik toch maar met de laptop op de bank zitten." Maar hij heeft er al wat op bedacht. "Ik heb gehoord dat er ook kleine infraroodpanelen zijn voor onder het tafelblad."

Zonder gas
Stadsverwarming, warmtepomp of andere duurzame alternatieven voor de cv-ketel en de gaskachel. De ­actuele opties, in zeven afleveringen.

1. Groengas
2. Aquathermie
3. Zonnewarmte
4. Restwarmte van datacenters
5. Geothermie
6. De warmtepomp
7. Infraroodpanelen
8. Routekaart voor een stad zonder gas

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden