Amsterdam Bewaar

Indringend boek over Marokkaanse jongens uit West

Andersson Toussaint voerde twee jaar lang gesprekken met Marokkaanse Amsterdammers en bracht onbekende feiten aan de oppervlakte. Zoals 'de rochelbrigade' van 50 tot 60 rellende jongens, die vorig jaar het De Mirandabad in een chaos veranderde. Foto Jaap Augustinus
Andersson Toussaint voerde twee jaar lang gesprekken met Marokkaanse Amsterdammers en bracht onbekende feiten aan de oppervlakte. Zoals 'de rochelbrigade' van 50 tot 60 rellende jongens, die vorig jaar het De Mirandabad in een chaos veranderde. Foto Jaap Augustinus © UNKNOWN

AMSTERDAM - 'Haatkoppen' zijn het. In een sterk staaltje 'stadsantropologie' laat Paul Andersson Toussaint zien waar de 'proletenmentaliteit' van veel Marokkaanse jongens in West vandaan komt, maar ook hoe andere jongens zich daaraan ontworsteld hebben.

Dat is even schrikken. Het gisteren verschenen boek Staatssecretaris of seriecrimineel begint met een karakterschets van de jongens die hele buurten in West op stelten zetten. Ze zijn nurks en verongelijkt. Aan de Nederlandse samenleving hebben ze een broertje dood, dat ze geen werk hebben verwijten ze iedereen behalve zichzelf.

En dan gaat het niet om een klein deel van de Marokkaanse jongens. Volgens de officiële cijfers is circa dertig procent crimineel. Maar volgens het boek loopt het aantal dat in Amsterdam in aanraking komt met de politie op tot zeventig procent. Dat cijfer komt van een enkele, niet bij naam genoemde bron op het stadhuis, maar toch.

Andersson Toussaint voerde twee jaar lang gesprekken met Marokkaanse Amsterdammers. In zijn boek legt hij een wereld bloot die niet vaak aan de oppervlakte komt. En nog onbekende onverkwikkelijkheden bovendien, zoals de 'rochelbrigade' van 50 tot 60 rellende jongens, die vorig jaar op een warme Pinksterdag het De Mirandabad in een chaos veranderde.

Ook beschrijft hij dat stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch van Slotervaart direct na zijn aantreden een jongerencentrum heeft moeten schoonvegen omdat het een thuisbasis van crimineeltjes was geworden. Opmerkelijk is verder dat de veel geprezen buurtvaders bij Marcouch op weinig waardering kunnen rekenen. Ze zijn juist onderdeel van het probleem en kunnen beter gaan werken, vindt Marcouch.

Door de opsomming van problemen is het boek een logisch vervolg op het in 2007 ook door 'Politie & Wetenschap' geïnitieerde en alleen al om de botte titel Het Marokkanendrama fel bekritiseerde boek van Fleur Jurgens. Een debat naar aanleiding van het boek liep toen uit op een verhitte discussie.

Dat was gisteravond in De Rode Hoed wel anders. Zijn zelfs de 'ontkenners' inmiddels overtuigd, na het aanhoudend benoemen van problemen, tot in de Tweede Kamer aan toe? Zouden we het onderhand eens zijn, vroeg gespreksleider Felix Rottenberg zich af. Daar zit wel wat in, dacht Farid Azarkan van het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders.

Maar hij zei er meteen bij dat hij in Den Haag dan ook gehoor wil krijgen als hij het probleem van de hoge jeugdwerkloosheid onder Marokkanen op de agenda wil zetten. Want aan de begeleiding van deze jongeren schort het ook.

''Ik word schijtziek van het benoemen,'' zei GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi. Het is tijd voor oplossingen. ''Maar dat gaat nog een tijd duren. Dit is geen fastfooddemocratie. A la minute-oplossingen zijn onmogelijk,'' vindt hij. ''Het belangrijkste is dat linkse partijen blijven geloven in hun verhaal en zich niet laten wegzetten als 'ontkenners'. Ik ben van de afdeling verheffing.''

Maar ook het boek is niet alleen maar alarmerend. Er gaat ook een belangrijke boodschap van hoop vanuit. De op de opvoeding gerichte aanpak van Marcouch begint zijn vruchten af te werpen. Het laat ook zien dat jongens die opgroeiden buiten de met veel Marokkanen bevolkte buurten, die uit een klein gezin kwamen of werkende, betrokken ouders hadden, wel goed terecht zijn gekomen.

'Een pak rammel op cruciale momenten', rolmodellen in hun omgeving, intelligentie; als de geïnterviewden terugkijken op hun puberteit kunnen ze stuk voor stuk verklaren waarom zij niet op het slechte pad zijn gekomen. Of hun leven hebben gebeterd, want ook zij behoren soms tot de zeventig procent door een misstap in hun jeugd.

Een eyeopener is verder dat zij eerst veelal het isolement hebben moeten zoeken, om zich te onttrekken aan hun oude vriendengroep. Die wilde hen alleen maar in de op Nederland kankerende 'krabbenmand' houden. 'Ze zijn er wel, maar ze zitten achter hun computer en de boeken thuis. Of in de moskee,' schrijft Andersson Toussaint.

''Laat je zien,'' zei hij gisteren daarom in hun richting, tot besluit van het debat in de Rode Hoed. ''Ook voor de Wilders-stemmers.'' (BART VAN ZOELEN)