Repair Café in buurtcentrum De Meevaart in Oost, waar Dirk Jan Veldman en Cevdet Hydin zich over een lamp ontfermen.

Plus Reportage

In het Repair Café hebben ze dat strijkijzer zo weer aan de praat

Repair Café in buurtcentrum De Meevaart in Oost, waar Dirk Jan Veldman en Cevdet Hydin zich over een lamp ontfermen. Beeld Dingena Mol

Een nieuwe Sirecampagne propageert minder weggooien en meer repareren. In het Repair Café, een Amsterdamse uitvinding, maken ze het mogelijk. Na tien jaar zijn er bijna tweeduizend over de hele wereld.

Met schroevendraaiers in alle soorten en maten wekken de vrijwilligers van het Repair Café een oriëntaals aandoende hanglamp tot leven. Het is een souvenir uit India, hebben Dirk Jan Veldman (70) en Cevdet Hydin (50) begrepen van de eigenares. 

Een kabeltje was gebroken, voor de vrijwilligers van het Repair Café een fluitje van een cent. Alleen de authenticiteit van de lamp heeft een deuk opgelopen. Bij het openmaken kwam een sticker tevoorschijn: Made in China.

Het is druk in buurthuis De Meevaart in de Balistraat. Zoals elke woensdagmiddag buigen zo’n tien vrijwilligers zich over de spullen die binnenkomen: een stoomstrijkijzer, kleding, een broodrooster, zelfs een laptop. Dit is maar één van de bijna vijfhonderd Repair Cafés in Nederland. 

Precies tien jaar nadat Martine Postma in Amsterdam het bedacht, zijn er over de hele wereld al bijna tweeduizend – van Australië tot India, van Egypte tot Amerika.

Ideaalbeeld

Het Repair Café is het ideaalbeeld van de deze week gelanceerde Sirecampagne die ons aanspoort om meer te repareren en minder weg te gooien. Vooral kleine huishoudelijke apparaten als koffiezetters en strijkijzers worden massaal afgedankt als ze kapot zijn, jaarlijks liefst 18 kilo per persoon. De Sirespotjes willen daar verandering in brengen, met als slogan: Waardeer het. Repareer het.

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Spullen laten zich steeds moeilijker repareren, denk alleen eens aan de elektronica die bijna overal in zit. En zijn spullen het repareren wel waard? Voor een paar tientjes heb je een nieuw strijkijzer. Iets nieuws kopen is makkelijk en goedkoop. Repareren kost tijd en we zijn allemaal druk, druk, druk.

Wie had gedacht dat Postma dit zou tegenspreken, komt bedrogen uit. Ze is het roerend eens met de kritiek dat Sire makkelijk praten heeft. Ze snapt wel: dat wat je het meest gebruikt, slijt ook het hardst en gaat het stuk, dan wil je niet lang wachten tot het is gerepareerd. “Je wilt gewoon koffie. Dan is de verleiding groot om een nieuw koffiezetapparaat te kopen. Met Bol.com heb je het in twaalf uur in huis.”

Openschroeven

“Repareren zit niet in ons systeem, niet meer,” zegt Postma. Het lijkt nu soms wel of spullen zo worden gemaakt dat ze na een paar jaar aan vervanging toe zijn. Apparaten laten zich ook steeds lastiger openschroeven dan vroeger. De techniek was eenvoudiger en we hadden er meer handigheid in. “Ik ben nog van de generatie die alles uit elkaar haalde om te kijken hoe het werkte,” zegt vrijwilliger Veldman.

Spullen zijn ook wel erg goedkoop geworden. Door globalisering hebben fabrikanten hun productie zo gestroomlijnd dat hun prijzen minimaal zijn geworden. “Mijn opa en oma kochten in 1943 hun allereerste stofzuiger,” zegt Postma. “Die kostte hen een half maandsalaris. Dan ga je er vanzelf voorzichtig mee om. Nu heb je al een stofzuiger voor vijftig euro.”

Toen ze dit tien jaar terug bedacht, hoopte Postma de oplossing te hebben voor de wegwerpmaatschappij. Daar is ze wel van teruggekomen. “Het zal nooit een oplossing zijn voor iedereen, al hebben we straks honderdduizend Repair Café’s. Ik zie ons nu als een signaal van onderop dat er echt iets moet veranderen.”

De overheid heeft uitgesproken dat we in 2050 een circulaire economie moeten hebben waarin afval niet meer bestaat. “Daar moeten we dan ook de regels op aanpassen. Repareren moet goedkoper worden door een lagere btw, grondstoffen en spullen juist duurder.”

Meekijken

Het Repair Café wil laten zien hoe het ook kan. Vandaar ook dat van de ‘klanten’ wordt verwacht dat ze meekijken tijdens het repareren. “Wat is er aan de hand? Hoe krijg je het open? Zo worden ze aan het denken gezet en proberen ze het volgende keer misschien wel zelf. Daar moeten we aan blijven werken,” zegt Postma. “Als we niet oppassen, zijn straks alle reparatievaardigheden verdwenen. En onze grondstofvoorraden raken uitgeput.”

Idealistisch? Misschien. “Maar met auto’s kan het ook,” zegt Postma. Daar zie je ook dat er een levendige tweedehandsmarkt is. “Er zijn mensen die elk jaar het nieuwste van het nieuwste willen. En zo zijn er ook die het prima vinden om in een oud barrel rond te rijden.”

Senseo topper

Volgende maand viert Repair Café het tienjarig bestaan. De in Amsterdam door Postma begonnen vrijwilligerswerkplaatsen hebben over de hele wereld navolging gekregen. Met een starterspakket in zes talen kunnen vrijwilligers zo van start. Voor hen is ook een databank ontwikkeld met reparatieaanwijzingen per product. 

Om een voorbeeld te geven: de Senseo is veruit het meest gerepareerde apparaat. Het Repair Café neemt er zelfs zoveel onderhanden dat het fabrikant Philips precies kan vertellen wat de zwakke plekken zijn. 

Maar soms schort het ook aan het onderhoud. “Dan zien we dat mensen gewoon hun koffiezetter moeten ontkalken, of ze komen met een stofzuiger en de zak is vol. Soms moeten we de consument gewoon een beetje opvoeden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden