Prent waarop te zien is hoe de lijkbaar van Daniël Raap wordt vernield.

PlusAchtergrond

In de nacht van 15 januari 1754 werd de gehate porseleinhandelaar haastig begraven

Prent waarop te zien is hoe de lijkbaar van Daniël Raap wordt vernield.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

Na de dood van Daniël Raap verschenen er hatelijke testamenten en spotprenten en gingen de Amsterdammers feestend de straat op. In de nacht van 15 januari 1754 werd de gehate porseleinhandelaar haastig begraven in de Oude Kerk.

Peter De Brock

Het jaar 1754 is nog maar een paar dagen oud, als Daniël Raap ‘ernstig ongesteld’ wordt. Het nieuws dat de porseleinhandelaar in zijn huis aan de Vijgendam aan bed is gekluisterd gaat als een lopend vuurtje door de stad. Hoewel nog in leven, verschijnen er rap spotprenten en hatelijke testamenten. Een slimme zet van drukkers, die inspringen op de impopulariteit van de doodzieke middenstander.

‘De zeer beruchte en wijdvermaarde Daniël Raap, gewezen aanvoerder en opperhoofd van de muitelingen in 1748, overleden aan waterzucht, nadat hij al verschillende malen was afgetapt,’ noteert ambtenaar Jacob Bicker Raye op 10 januari in zijn stadskroniek. Er breekt een spontaan volksfeest uit.

Schotel met een afbeelding van de Amsterdamse porseleinhandelaar Daniël Raap. De schotel is afkomstig uit China en gemaakt rond 1750. De afbeelding van Raap is er in Europa op aangebracht.  Beeld Sepia Times/Universal Images Gro
Schotel met een afbeelding van de Amsterdamse porseleinhandelaar Daniël Raap. De schotel is afkomstig uit China en gemaakt rond 1750. De afbeelding van Raap is er in Europa op aangebracht.Beeld Sepia Times/Universal Images Gro

Waarom was de porseleinhandelaar zo gehaat onder de Amsterdammers? Immers, het was juist Daniël Raap geweest die zich had opgeworpen om met democratische hervormingen de macht van de oude regentenfamilies in het stadsbestuur te breken. In de achttiende eeuw was hun macht zo groot, dat ze elkaar de meest lucratieve baantjes bezorgden.

Sluimerende weerzin

Na het Pachtersoproer van 1748, waarbij de Amsterdammers in gewelddadig verzet kwamen tegen de zelfverrijking door belastingpachters, sluimerde de weerzin tegen de regentenkliek door. Als een van de leiders van een nieuwe burgerbeweging eiste Raap onder meer vrije verkiezing van burgemeesters, schepenen en bewindvoerders van handelscompagnieën en openbare verkoop van alle kleinere stedelijke baantjes.

Het stadsbestuur wilde aanvankelijk niets weten van het eisenpakket van Raap en zijn Doelisten, zo vernoemd naar hun vergaderplek in de Kloveniersdoelen. Uiteindelijk gingen de regenten akkoord met een paar afgezwakte eisen, die Raap presenteerde met goedkeuring van stadhouder Willem IV.

De Oranjetelg profiteerde zelf nog het meest van deze deal, het stadsbestuur droeg de lucratieve posterijen aan hem over. De burgerij verkreeg toezeggingen op het benoemingsrecht voor de schutterij, herstel van de oude gilderechten en het einde aan de misstanden bij benoemingen van ambtelijke baantjes.

Maar omdat sommige beloftes volgens het stadsbestuur bij nader inzien in strijd waren met de oude stadsprivileges, bleef veel bij het oude. Raap diende een nieuw en strenger eisenpakket in, waaronder de vervanging van alle magistraten. De meer radicale Doelisten dreigden met geweld.

Uiteindelijk reisde Willem IV af naar Amsterdam om de rust te herstellen. De stadhouder werd feestelijk binnengehaald door drieduizend Oranjegezinde timmerlieden van de scheepswerven op Kattenburg, de met scheepsbijlen bewapende stoottroepen van de Doelisten. Helaas bleek de prins meer sympathie te koesteren voor de regentenfamilies, bij wie het ook beter dineren was.

Openstaande rekeningen

Onder druk gezet door de Bijltjes ontsloeg de stadhouder alsnog het complete stadsbestuur. Uiteindelijk moesten slechts drie bekende families het veld ruimen. Met dank ook nog aan de uitvoerder van de zuivering. Deze Mattheus Lestevenon van Berkenrode vereffende bij zijn opdracht een aantal openstaande rekeningen van zijn eigen invloedrijke regentenfamilie met die van de concurrerende families Corver, Munster en Six.

De summiere zuivering viel slecht bij de radicale Doelisten, die tot in de slaapkamer van de stadhouder verhaal gingen halen. Willem IV haalde de druk van de ketel met de toezegging dat de leden van de schutterij zelf hun officieren mochten kiezen. Een belofte die hij de dag na zijn vertrek uit Amsterdam snel weer introk.

Ets met een afbeelding van de heimelijke, nachtelijke begrafenis van koopman en orangist Daniël Raap in de Oude Kerk. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam
Ets met een afbeelding van de heimelijke, nachtelijke begrafenis van koopman en orangist Daniël Raap in de Oude Kerk.Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam

De Amsterdammers voelden zich verraden door de prins en vonden in de gematigde leider van de Doelisten een gemakkelijke zondebok. Raap werd na de dolksteek van de stadhouder regelmatig ten onrechte beschuldigd van het aannemen van ambtelijk baantjes. Beschuldigingen die hij telkens weer ontkende in advertenties.

De avond voor de begrafenis is het onrustig voor zijn huis op de Vijgendam, bij de Dam. Ruiten worden ingegooid en een door demonstranten ingehuurde straatmuzikant door een gerechtsdienaar weggestuurd. Waarna de stoet luid jubelend en spotliedjes zingend door de stad trekt. In nepbegrafenisbriefjes wordt de bijzetting van het lijk van de ‘muytemaker’ op het Galgenveld aan de overkant van het IJ aangekondigd.

Ook op de dag van de begrafenis is er al vroeg een enorme volksoploop op de Vijgendam. Er wordt een vaandel omhoog gestoken: ‘D. Raap. Landverrader.’ De voor de deur opgestelde lijkbaar wordt vernield, de brokstukken meegenomen als souvenir.

Gewapend escorte

Volgens stadschroniqueur Jacob Bicker Raije voorkomt de inzet van vier gewapende burgercompagnieën dat ‘het gepeupel’ het lijk van Raap met geweld uit huis haalt om het in stukken te scheuren. Pas als na middernacht de rust op straat wederkeert, geeft het stadsbestuur toestemming voor de begrafenis. Het lijk wordt overhaastig gedumpt op een koekslee met daarvoor het witte paard gespannen, dat normaliter ter dood veroordeelden naar het schavot op de Dam rijdt.

Begeleid door een gewapende escorte van twintig dienders, twee onderschouten en een paar ratelwachten wordt in alle stilte koers gezet naar de Oude Kerk. Daar wordt Daniel Raap om half drie ’s nachts haastig begraven. Of in de woorden van tijdgenoot Jacob Bicker Raye ‘als een beest in het graf gesmeten.’ In het begraafregister van de kerk wordt genoteerd: ‘Daniël Raap van de Vijgendam, om de muytsiekte des volks onder ’t geleijde van gewapende burgers ’s nagts ten 3 uuren bijgeset.’

Anti-Joodse maatregelen

Niet alleen Jacob Bicker Raye heeft de tumultueuze tijden rond 1748 beschreven. Ook de Jiddische kroniekschrijver Abraham Braatbard (1699-1784) was zich ervan bewust in een turbulent en uniek tijdvak te leven. Hij aanschouwde de Doelistenbeweging vanuit een gekleurd Joods perspectief. Daniël Raap was volgens hem een booswicht. De door Raap gewenste herinvoering van de oude gilderechten zou vooral Joodse Amsterdammers treffen, die van oudsher geen toegang hadden tot de meeste gilden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden