PlusAchtergrond

In Cruquius wonen millennials voor nostalgisch genot

De voormalige Sigmafabriek moet het hart worden van Cruquius, waarvan de bouw nu hard gaat. Het laatste oostelijke haveneiland wordt wakker gekust met veel warme in baksteen opgetrokken appartementsblokken en een vleugje industriële nostalgie.

De lakstokerij van de voormalige Sigmaverffabriek. Zo’n fantasievolle ruïne is nergens anders in Amsterdam te vinden. Beeld Dingena Mol
De lakstokerij van de voormalige Sigmaverffabriek. Zo’n fantasievolle ruïne is nergens anders in Amsterdam te vinden.Beeld Dingena Mol

Wie op zoek is naar een absurdistisch decor voor een modereportage of filmopname, spoede zich naar de lakstokerij van de voormalige Sigmaverffabriek aan de Cruquiusweg. Zo’n fantasievolle ruïne is voorlopig nergens in Amsterdam te vinden. Het is moeilijk voor te stellen maar deze bouwval waar het gras uit het dak pulkt, buizen en betonnen palen uit de muren steken, en binnenin een ketel herinnert aan het lak stoken, moet over pakweg twee jaar drie woningen herbergen. Zelfs krakers en zwervers haalden hun neus op voor dit gebouw. Maar het kan verkeren. De toekomstige bewoners worden getrakteerd op een van de meest idyllische uitzichten, het sluisje in de Nieuwe Vaart.

Hoewel de Sigmafabriek nog in de steigers staat, is dit het gedroomde middelpunt van Cruquius, nog niet lang geleden een bont bedrijventerrein – van afvaldumps tot makers van hang- en sluitwerk. En de verffabriek dus, die door architect Harry Abels vakkundig tot appartementen en ateliers wordt verbouwd. Inmiddels is de lage vleugel gerenoveerd met zogeheten renovatiekozijnen, dun en grijs die mooi in de gevel wegvallen.

Rondom de oude fabriek heeft Abels (samen met IAA Architecten) enkele woontorens ontworpen in een industriële stijl, dat wil zeggen zonder opsmuk, pragmatisch en eenvoudig. Warme rode baksteen, met de ruwe kant naar buiten, voegen in dezelfde tint en strakke betonnen lateien. Het ensemble steekt af bij de witte hoogbouw aan de overkant van de Cruquiusweg, een gebaar om duidelijk te maken dat deze oostkant van de stad in het teken stond van nijverheid en productie. Hier werd de palmolie uit ‘Ons Indië’ afgeleverd en dus ook de lijnolie en pigmenten om verf te bereiden.

Vettewinkel

Niet vreemd dat Sigma hier in 1934 neerstreek. Toen heette het bedrijf nog Vettewinkel. Dat begon met verfmengen en -kleuren in een pand aan de Oudezijds Kolk halverwege de 19de eeuw, waar de letters nog op de pui staan. Het is nu onderdeel van het Barbizon Hotel. Vettewinkel verhuisde vervolgens naar de Haarlemmer Trekvaart en betrok daarna de Cruquiusweg. Architect G. Langhout, jaartal 1934. Dat was een fabriek zoals een fabriek moet zijn: robuuste betonnen constructie, efficiënte indeling en een trappenhuis met stalen balustrade in het hart. Magazijn en laboratorium trokken in de jaren vijftig in wat nu een gemeentelijk monument is, een vierkant torentje. De stijl is ‘brutalistisch’. Rechttoe, rechtaan, met andere woorden.

In samenspraak met Monumentenzorg mocht Abels dit gebouw verhogen met twee verdiepingen in een staalskelet. Het penthouse lijkt een kolfje naar de hand van een vermogende ondernemer gezien de prijs en het uitzicht.

Afgezien van de inbreng van Monumentenzorg heeft de gemeente in en op Cruquius niets te zoeken. Het heeft de stedenbouwkundige invulling overgelaten aan Amvest, dat er, mogen we vaststellen, een gelikte woonwijk van heeft gemaakt. Geen stedenbouwkundig plan was het uitgangspunt maar ‘spelregels’ waaraan de ontwikkelaars en architecten zich dienden te houden. Tram of bus zullen er niet komen en dat is ook niet nodig aangezien de huurders en kopers de parkeergarages wel weten te vinden. Het is millennial-stedenbouw, gericht op het ik en het eigen genot. Zorgelijk zal daarom de verkeersafwikkeling in de piekuren zijn, en het gemis aan voorzieningen.

Gereconstrueerd

Niet dat de architectuur op Cruquius verwerpelijk is, integendeel, want geleverd door respectabele bureaus als LEVS, KCAP en Geurst en Schulze. Ook de openbare ruimte klopt tot in de puntjes: de bakken van cortenstaal, ontworpen door Bureau Lubbers, zijn in het Sigma-plandeel klaar om planten te ontvangen.

Dat Cruquius een interessante toevoeging aan de stad is, komt door dat industriële verleden, van laden en lossen, van geuren en kleuren en gelukkig hebben Amvest en consorten dat gerespecteerd. De kantoren van Insulinde zijn gereconstrueerd of geherinterpreteerd naar de stijl die ze in de 19de eeuw moeten hebben gehad. De lakstokerij mag dan nu de schitterendste bouwval zijn, er zal in ieder geval een pui met fabrieksramen blijven bestaan en twee schoorstenen, misschien om de open haard te stoken. O nee, verboden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden