PlusAchtergrond

In coronatijd ergeren buren zich helemaal groen en geel

Beeld Wendy van Santen

In het oude normaal lagen buren ook al vaak met elkaar in de clinch, maar in coronatijd ergeren ze zich helemaal groen en geel. ‘De een wil een Zoommeeting, de ander muziek draaien. Zo begint het.’

Het is 20 maart 2020. Het aantal coronadoden neemt rap toe, 120.000 bewoners van verpleeg­huizen mogen geen bezoek meer ontvangen, de minister van Medische Zorg treedt uitgeput af, de ic’s in Brabant stromen vol en de rechtbank Amsterdam ontvangt een brief over een halfdode, bruin uitgeslagen conifeer. De boodschap: de poging van twee Amsterdamse buren om hun geschil zonder rechter op te lossen, is mislukt. Doe maar een uitspraak.

Wat is er loos? Welnu, de ene buur heeft een vijf meter hoge Leylandcipres. De andere buur vindt het een lelijk ding. Daar heeft hij een punt, want na een mislukte snoeibeurt is één kant van de boom dood en bruin. Haal maar weg, zegt de buurman, die stelt dat door de conifeer behalve zijn uitzicht ook zijn kwaliteit van leven ernstig wordt belemmerd. Hij wil alleen meebetalen aan een gezamenlijke nieuwe schutting van 2748 euro (exclusief schilderwerk) als ook de door hem ‘zo gehate conifeer’ verdwijnt. “Zo niet, no deal”. Uiteindelijk moet de rechter eraan te pas komen. Het vonnis: de boom moet gekapt en de kosten voor de schutting gedeeld.

Nu liepen de gemoederen in het oude normaal ook al hoog op achter schuttingen en in de trappenhuizen, maar nu we vanwege thuiswerk of gebrek aan opdrachten aan huis gekluisterd zijn, storen we ons nog meer aan de mensen die naast, boven en onder ons wonen. Een kwart heeft weleens ruzie met de buren, bleek laatst uit een enquête van Kadasterdata.nl. Ook gaf 13 procent van de respondenten aan dat ze elders waren gaan wonen, als ze vooraf hadden geweten wie hun buren ­waren.

Hetzelfde schuitje

Bij Beter Buren, het bureau dat bemiddelt bij burenconflicten in Amsterdam en de regio, zagen ze het aantal meldingen sinds de lockdown met een kwart toenemen. Waren er vorig jaar in het tweede kwartaal 365 aanmeldingen, dit jaar waren dat er 477. Vooral in Zuid, Oost en Noord zijn de aanmeldingen snel toegenomen,” zegt directeur Bente London van de stichting. “De eerste twee weken van de lockdown hadden we juist minder aanmeldingen. Toen gold nog even het sentiment ‘we-zitten-met-zijn-allen-in-hetzelfde-schuitje’, maar in april: whoop! Toen stroomden de verzoeken opeens binnen. En het blijft druk, ook nu nog.”

London kijkt er niet van op. Door de maatregelen zitten de mensen 24/7 op elkaars lip. Mensen werken, eten, slapen, spelen, leren en vertoeven vooral in en rond huis. Dat zien ze terug in de registraties. Er kwamen veel klachten binnen over bijvoorbeeld geluidsoverlast door klussers en buurkinderen. Tel daarbij op dat mensen toch banger en misschien wel prikkelbaarder worden in deze onzekere tijden, dat mensen minder bezoek krijgen en misschien last hebben van eenzaamheid – en dat dan allemaal hutje-mutje op elkaar in een stad: dat is vragen om pro­blemen. Beter Buren heeft het nog nooit zo druk gehad.

London zit aan een ovale tafel in het hoofdkwartier van het grootste bemiddelingsbureau van Nederland. Het zetelt in de Pijp en stuurt daar 250 bemiddelaars aan, die opgeteld circa 2200 ruzies per jaar proberen te sussen, al zal dat in 2020 een stuk hoger uitvallen. Bemiddelaar Astrid Coppens is ook aangeschoven. Als een boze buurman zich meldt bij een woningcorporatie, de gemeente of de politie, dan wordt die geattendeerd op Beter Buren. “Wij komen niet met een tas vol oplossingen,” zegt London. “De buren moeten zelf tot een compromis komen. We hebben eens een situatie gehad waarbij de onderburen last hadden van hun snurkende ­bovenbuurman. Hij sliep op de vloer. De buren zijn toen met hem naar een tweedehands winkel gegaan om een bed voor hem te kopen.”

Ook in coronatijd staat lawaai eenzaam aan de top van burenergernissen. Omdat mensen veel thuis zitten, gaan ze zich ook ergeren aan geluiden die er altijd al waren. “We hebben bemiddeld bij buren waar het plafond onder de butsen zat van de bezemsteel,” zegt London.

Kopje suiker

Stank en rommel scoren ook hoog op de irritatieladder. Tenminste: in de stad. De bemiddelaars komen ook op plekken als Zaanstad en daar gaan de ruzies vaker over ‘overhangende takken’ en parkeerproblemen. Niet zelden vliegen buren elkaar in de haren, omdat de één voor het huis van de ander parkeert. Gewoon in de openbare ruimte en dus volkomen legaal, maar er zijn mensen die ook het asfalt voor hun woning als territoriaal ­gebied beschouwen.

In ongeveer 20 procent van de zaken is een ‘kwetsbare’ buur betrokken, iemand met psychische problemen of bijvoorbeeld ouderen met dementie. Een aandeel dat volgens London met het jaar groeit.

Bente London heeft het idee dat mensen elkaars gedrag minder dulden, omdat ze elkaar niet meer kennen. Het klassieke kopje suiker haal je niet bij de buren, maar gewoon om 21:45 uur nog bij de supermarkt. Bovendien zijn we digitaal ingeplugd met de rest van de wereld. “Nu weten mensen wel wat hun vrienden in Australië vanavond eten – die hebben boerenkool weten te scoren – maar niet hoe hun buren heten. Dat is een verarming.”

In het rapport ‘De Buurman als vijand’ putten deskundigen van de Universiteit Utrecht uit ­literatuur over burenconflicten. Zij komen tot eenzelfde conclusie als London: ‘Waar vroeger slechts één iemand in de straat een grasmaaier had, die werd uitgeleend aan buren, heeft tegenwoordig iedereen de mogelijkheid en de middelen om zichzelf hierin te voorzien’. Buren zijn minder afhankelijk van elkaar. Coppens: “Als je denkt dat je de buurman nergens voor nodig hebt, dan is overlast het enige dat hij jou kan ­geven.”

London hoort vaak de opmerking: ‘Ik wil niks met mijn buren te maken hebben’. “Ja, dat kan zijn, maar als jij straks je been breekt en je kunt geen boodschappen doen, dan heb je toch weer de buren nodig. Zorg dus dat je ze kent. Mensen zijn altijd bang dat ze hun loonstrook moeten ­laten zien aan de buren, dat hoeft ook weer niet, maar alleen ‘goedemorgen’ en ‘goedenavond’ is te weinig.” Zij kent voorbeelden van mensen die al tijden niet meer thuis wonen vanwege de mot met de buren. Of mensen die eerst wachten tot de kust veilig is – lees buurvrij – voordat ze naar buiten gaan.

Tingeltangelding

De emoties kunnen hoog oplopen, zegt ook ­burenprofessor Michel Vols, hoogleraar openbare-orderecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Het stressniveau stijgt en de slaap verslechtert. Een stevige burenruzie is doorgaans niet goed voor de gezondheid.” Mensen kunnen er ook door geobsedeerd raken. “Elk jaar zijn er weer een paar burenmoorden. Wat begint met een windgong – zo’n tingeltangelding – in de tuin van de buren, kan iemands leven gaan ­beheersen. Mensen kunnen er helemaal in doordraaien.”

Vols wijst erop dat er sinds corona een grote stijging is van het aantal meldingen bij de politie over ‘geluidshinder overig’. Dat zijn klachten over lawaai buiten de horeca en evenementen om, een indicatie van burenoverlast dus. Dat aantal is in Amsterdam meer dan verdubbeld: van 441 vorig jaar tot 899 afgelopen augustus. Het blijft dus hoog, ook nu we meer bewegingsvrijheid hebben dan in maart en april. Ook op landelijk niveau is het aantal meldingen in deze categorie bij de politie meer dan verdubbeld.

“Een heel leger van mensen belt elke dag naar de politie, gemeente of woningbouwvereniging om te klagen over hun buren. Veel mensen hebben er een dagtaak aan om al die meldingen aan te horen.” Burenconflicten kosten dus ook nog eens veel mankracht en dus geld.

Deur dichtsmijten

Tegelijkertijd kunnen de instanties die er wat aan zouden moeten doen, in de coronacrisis veel minder te hulp schieten. “Ambtenaren werken thuis, er zijn minder mensen van wijkteams die kunnen langskomen en boa’s zijn ook met andere dingen bezig. Dit is nou niet de tijd om woonoverlast eens even flink aan te pakken,” zegt Vols.

London kijkt met zorg naar al die jubelende berichten over meer thuiswerken. “Daar zijn grote delen van de stad niet op ingericht. De één wil ’s avonds een zoommeeting houden, de ­ander wil muziek luisteren. En dat allemaal naast en boven elkaar.”

Voorlopig, zo voorspelt London, zal het aantal burenconflicten nog niet dalen. “We verwachten nog een ontslaggolf. Als mensen hun baan verliezen, raken ze in de stress en smijten ze de deur hard dicht en zetten de muziek wat harder. De buren denken dan al snel: wat een aso. En zo begint het.”

Tips van Beter Buren voor een goede relatie met je buren

- Als je een nieuwe woning betrekt, bel ook even aan bij de buren en nodig ze uit voor een kop koffie. Burenbemiddelaars horen vaak terug: “Ze zijn zich niet eens ­fatsoenlijk komen voorstellen en nu doen ze dit.”

- Houd regelmatig een praatje, want dan leer je elkaars situatie en dagritme kennen. Als je weet dat de onderbuurvrouw nachtdienst heeft gehad, dan ga je ’s ochtends niet stofzuigen.

- Geef vooraf een seintje als je gaat klussen of een feestje geeft. Als de bovenbuurman astma heeft, waarschuw dan vooraf even dat je de bbq aansteekt, dan kan hij het slaap­kamerraam sluiten tegen de rook.

- Als een buurman last heeft van jouw muziek, kijk dan samen bij welk volume de overlast begint. Of draai de bass weg, vaak scheelt dat ook.

- Geef de ander het gevoel dat je ­rekening met ze houdt. Dat scheelt al een boel.

- Kijk of je thuis iets aan geluids­isolatie kunt doen, bijvoorbeeld met kleden of gordijnen. Let ook op lawaaiige apparaten, zoals de wasmachine. Het kan enorm helpen om apparaten los van de vloer of de muur te plaatsen.

- Laat geen rotzooi slingeren in het trappenhuis. “Uw gemak kan iemand anders’ ongemak zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden