PlusInterview

IC-verpleegkundige OLVG: Die leegte bij het bed, dat is het ergste

In het OLVG groeit het aantal Covid-19-patiënten op de ic met de dag. Van de verpleging wordt het uiterste gevraagd. ‘Het is afgrijselijk te moeten zeggen: je mag niet bij degene van wie je houdt.’

Beeld Jakob Van Vliet

De intensive care van OLVG Oost heeft iPads ingekocht, in een poging een nieuwe harde maatregel te verzachten: sinds deze week is er geen bezoek meer toegestaan. De familie kan voortaan videobellen. “Zodat ze toch kunnen zien hoe hun dierbare erbij ligt,” zegt Martine Minnema (47), ic-verpleegkundige in het OLVG.

Minnema schetst een beeld van hoe dat gaat. Zij staat naast de patiënt en is helemaal ingepakt. “Spatbril, mondmasker, muts, jas, handschoenen. Dus van mij zie je alleen maar ogen en een dik, vet masker. En dan vertel ik hoe het gaat. Is de toestand van de patiënt stabiel? Is de toestand juist niet stabiel? Maken we ons zorgen?”

De familie ziet op het schermpje haar dierbare, maar die ligt doorgaans in een diepe slaap aan een beademingsapparaat. “Wat ik terug hoor, is dat het er op een video nog naarder uitziet dan in het echt. Onherkenbaar bijna. ‘Dit is niet mijn man’ of ‘Dit is niet mijn moeder,’ zeggen ze dan.”

Op die nare beelden proberen ze de naasten voor te bereiden. “Kijk eerst zelf, zeggen we dan, voordat je besluit de kleinkinderen de beelden te laten zien. Je weet: dit is de opa die op ze paste en leuke dingen met ze deed.”

Lichaamstaal

Dat ze de familie van de patiënten die door een zware, onzekere tijd gaat niet goed kan steunen, vindt Minnema op dit moment – uit de hele berg andere veranderingen – het zwaarst aan het werk op de ic. “Normaal sla je een arm om een familielid van de patiënt en vraag je: ‘Hoe is het nou met jou?’ Je kunt iemand in de ogen kijken. Er zit lichaamstaal bij. Dat is er nu allemaal niet.”

Minnema begrijpt dat de ingreep nodig is – het tekort aan beschermingsmateriaal zoals mondkapjes is immers nijpend. “Maar tegelijkertijd is het afgrijselijk zwaar om tegen iemand te moeten zeggen: ‘Je mag niet bij degene van wie je houdt.’ Dat is onmenselijk.”

Razend tempo

Nu de patiënten met Covid-19 dagelijks met honderden in de ziekenhuizen worden opgenomen, en de ic’s in een razend tempo moeten worden uitgebreid, gelden er voorschriften die voor Minnema, die al sinds 1996 op de ic staat, ook helemaal nieuw zijn. Deze week zijn er op haar afdeling grote verschuivingen geweest. De gewone ic in Oost is helemaal ingeruimd voor patiënten met Covid-19. Er liggen er nu zeker twintig en dat aantal groeit met de dag.

De verkoeverafdeling, waar normaal gesproken de mensen na een operatie kunnen ‘uitslapen’, is nu de ic B, voor patiënten zonder Covid-19 – want die lagen er ook nog altijd. Op die afdeling liggen nu acht mensen, die dusdanig versuft of in slaap zijn, dat ze van de verhuizing weinig hebben meegemaakt, vermoedt Minnema. Een volgende opschaling – ic C – staat in de planning. “Elke dag zijn er nieuwe regels, nieuwe afspraken, nieuwe dingen waar we tegenaan zijn gelopen.”

Het ic-team beweegt mee. Ze moeten wel, want er staan op de ic B andere beademingsmachines en staan de bedden dichter op elkaar dan ic-medewerkers gewend zijn.

Buddy’s

Het is aanpoten, zegt Minnema. En omdat er nog veel meer patiënten bij komen – de landelijke piek op de intensive cares wordt pas eind mei verwacht – is haar expertise, met het kruipen van de tijd en het oplopen van het aantal besmettingen, onontbeerlijk. Om die reden krijgt ze hulp van buddy’s. Waar zij normaal gesproken twee ic-patiënten onder haar hoede heeft, worden dat er nu vier. Zij, met haar geoefende ic-blik, stuurt verpleegkundigen van andere afdelingen – haar buddy’s – aan in bijvoorbeeld het ophalen en toedienen van medicijnen, zodat Minnema zelf meer patiënten kan ‘zien’.

Een rood plekje op een patiënt, een arm die niet goed ligt, het allerkleinste signaaltje, Minnema hoopt dat ze de niet-pluisdetails binnen deze werkconstructie nog registreert. En die familie, hè, daar blijft ze haar best voor doen – ondanks alle beperkingen.

Normaal gesproken is er meer ruimte om een band met de patiënt op te bouwen. “Wij vragen dan aan de familie: wat is zijn voornaam, wat zijn z’n hobby’s, naar wat voor televisieprogramma kijkt hij graag? We willen ook graag weten wie hier in ons bed ligt? Maar daar is nu, ook doordat de familie niet kan komen, geen tijd en ruimte voor.”

Deze week stond er een jonge man voor de deur van het OLVG. Het ging niet goed met zijn oma, hij wilde naar haar toe. “Ik zei: ‘Ik vind het vreselijk, maar je mag niet naar je oma.’ Dat druist zó in tegen mijn medemenselijkheidsgevoel.”

Dat gat, geen familie aan het bed, valt niet te compenseren, merkt Minnema. Maar de neiging is er des te meer. “Ik hoor het ook van de collega’s. Omdat de familie er niet bij kan zijn, willen we er nog meer liefde in stoppen.”

Martine Minnema is een van de zorgverleners die we zullen volgen in een serie over corona in de zorg, die dinsdag van start gaat. 

Martine Minnema: 'Elke dag zijn er nieuwe regels, nieuwe afspraken, nieuwe dingen waar we tegenaan zijn gelopen.’Beeld Marc Driessen

Tips of verhalen

Heeft u tips of een verhaal van een patiënt of naaste? Mail Malika Sevil:  m.sevil@parool.nl.

Roche deelt recept testvloeistof

Farmaceut Roche deelt alsnog de receptuur van een testvloeistof die nodig is voor coronatesten met de overheid. Dat heeft het Zwitserse bedrijf gisteren laten weten in een verklaring. De afgelopen dagen ontstond ophef over het bedrijf, nadat onderzoeksplatform Follow the Money had gemeld dat de farmaceut het recept niet wilde delen met Nederlandse laboratoria. Veel laboratoria in Nederland gebruiken apparatuur van Roche, maar het bedrijf was vanwege de grote vraag in de wereld de afgelopen tijd niet in staat alle testvloeistof die in Nederland werd besteld, te leveren. ‘Roche begrijpt de enorme vraag naar Covid-19-tests in Nederland en wil alles doen wat in haar vermogen ligt om patiënten en zorgverleners te ondersteunen,’ ­verklaart het bedrijf nu. 

Tijdens een debat in de Kamer klonk donderdag de roep het bedrijf desnoods te dwingen met het recept over de brug te komen. Minis­ter Hugo de Jonge sloot dwang niet uit, maar zei in overleg te zijn met Roche.

Esther de Rooij, directeur van het verantwoordelijke Roche-onderdeel in Nederland, zei in de talkshow Jinek dat een recept voor de vloeistof ‘vrijelijk beschikbaar’ was, maar in het midden bleef of dat om het recept ging dat Roche zelf gebruikt. Dat het recept nu alsnog wordt ge­deeld, helpt Nederland nog niet uit de brand, zegt Feike Sijbesma, na­mens het kabinet op zoek naar extra testmogelijkheden. Ook aan andere benodigdheden voor de tests zijn tekorten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden