PlusCoronadagboek

Ic-verpleegkundige Martine Minnema: ‘We doen weer een beetje wat we altijd deden’

Malika Sevil
Ic-verpleegkundige Martine Minnema Beeld Marc Driessen
Ic-verpleegkundige Martine MinnemaBeeld Marc Driessen

‘Nu er meer lucht op de afdeling komt, merk ik dat ik terugkijk en denk: wat heb ik nou eigenlijk allemaal meegemaakt de afgelopen tijd? Maar ook: waar gaan we naartoe? En daar kom ik nog niet helemaal uit.

Voordat Covid begon, hadden we bij ons op de ic plek voor zestien tot achttien patiënten. En eigenlijk was dat al krap. Ook toen zeiden zorgmedewerkers: we lopen tegen grenzen aan door het gebrek aan gespecialiseerd personeel. Als je dan bedenkt dat we een paar weken geleden 44 patiënten tegelijk moesten behandelen, dat is tweeënhalf keer zoveel. Daarbij zijn we natuurlijk heel erg geholpen door onze buddy’s van andere afdelingen die werden ingevlogen. Maar het is ook zoveel meer dan wat we eigenlijk aankunnen.

We hadden op het hoogtepunt drie ­ ic-afdelingen, A, B en C. Eén daarvan – B – is inmiddels gesloten, maar staat stand-by voor het geval dat. ­Gisteren hadden we op de Covid-ic (A) veertien patiënten liggen en op de non-Covid-ic (C) tien. De verwachting is dat we de komende maanden met twee ic’s doorgaan. Maar daarmee hebben we ook veel meer patiënten dan normaal. We blijven dus afhankelijk van mensen die bij ons buddy willen en kunnen zijn. De reguliere zorg begint immers ook weer op gang te komen. Gisteren hadden we vier patiënten die na een hartoperatie een nachtje op de ic bleven. Vandaag weer. Dat hadden we voor corona ook.

Je ziet op veel plekken in het ziekenhuis dat de gewone zorg weer langzaamaan wordt opgestart. Ik liep over de lichtstraat naar de ic. Ineens hoorde ik een belletje, ik dacht: ‘Dát heb ik al heel lang niet gehoord.’ Het was het oproepsysteem van de prikpoli. Ik keek en zag daar weer een aantal patiënten zitten.

De espressobar is weer open, fijn. We zijn weer een beetje aan het doen wat we altijd deden. Dat is positief, maar aan de andere kant: we zitten nog steeds in een te hoge versnelling.

We zaten voor Covid al op een hard rijdende trein, daarna zijn we vol gas gegaan en nog steeds moeten we te hard gaan om de zorg te kunnen bieden die mensen op de ic nodig hebben. Dat zet mij weleens aan het denken. Ja, ik weet dat we klaarstaan om als het nodig is veel meer patiënten te behandelen, maar hoe mooi zou het zijn als we ook eens op een normaal rijdende trein zitten.”

Dit is het laatste interview met Martine Minnema in deze reeks over zorgverleners. Dinsdag volgt specialist ouderengeneeskunde Heleen Verwijs, donderdag huisarts Marike de Meij.

 
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden