Plus

Hoogleraar Sako Musterd: ‘Amsterdam dreigt uit te groeien tot stad voor superrijken’

De verschillen tussen arm en rijk nemen toe in Amsterdam, zegt scheidend hoogleraar Sako Musterd. Hij deed tientallen jaren onderzoek naar tweedeling. ‘Amsterdam dreigt uit te groeien tot een stad voor de superrijken.’

Meer dan 75 procent van de Amsterdammers woont in een gemengde wijk. Beeld Yoko Heiligers

Tweedeling in de stad en de opkomst van voorheen mindere buurten – in wetenschappelijke termen: gentrificatie – zijn inmiddels onderwerp van maatschappelijk en politiek debat, maar Sako Musterd (65) schreef al over deze feno­menen toen Amsterdam nog niet wist dat ze bestonden.

In de jaren tachtig, toen de stad bijkwam van leegstand en leegloop, kochten ontwikkelaars pandjes in de Jordaan, knapten die op en verkochten ze aan mensen met hogere inkomens. “Dat waren de eerste tekenen van gentrificatie,” zegt Musterd, hoogleraar stadsgeografie aan de UvA, die na een wetenschappelijke carrière van 43 jaar met pensioen gaat.

Dure espresso macchiato

Deze gentrificatie was volgens Musterd de redding van de Jordaan, die, net als andere delen van de stad, dreigde te verpauperen en zelfs te worden gesloopt. Inmiddels hebben meer buurten zo’n opleving doorgemaakt: de Indische Buurt, De Pijp, Spaarndammerbuurt, Hoofddorppleinbuurt, delen van Noord.

In eerste instantie wordt deze opwaardering bejubeld, maar het proces kent ook een omslagpunt. Gentrificatie trekt hogere inkomens, die meer kunnen betalen. De prijzen stijgen, de horeca en winkels richten zich vooral op deze kapitaalkrachtige nieuwkomers, waardoor de buurt onbetaalbaar wordt voor mensen met ­lagere inkomens, die daar al heel lang wonen. Dat leidt weer tot uitsluiting en boosheid: niets zo frustrerend als een onbetaalbare espresso macchiato in de voormalige buurtkroeg.

Sako Musterd (65), hoogleraar stadsgeografie aan de Universiteit van Amsterdam. Musterd gaat na een carrière van 43 jaar met pensioen.

Inmiddels is Amsterdam dit omslagpunt allang voorbij, zegt Musterd. “De stad moet voor iedereen bereikbaar zijn, niet alleen voor de welgestelden. Maar dit proces laat zich moeilijk stoppen.”

Musterd, die onlangs met een koninklijke onderscheiding afscheid nam van de universiteit, begon zijn loopbaan aan de VU, promoveerde daar op de stedelijke ontwikkelingen in Tilburg en is sinds 1995 hoogleraar stadsgeografie aan de UvA. Hij schreef 515 publicaties en is inmiddels ruim 13.000 keer geciteerd in wetenschappelijke werken.

Hij deed veel onderzoek naar tweedeling, in Amsterdam, maar ook in andere steden. Die heeft twee gezichten, zegt Musterd: de verschillen tussen arm en rijk en die tussen Amsterdammers van verschillende herkomst.

Amsterdam doet het helemaal niet slecht in vergelijking met andere steden, zegt Musterd. De verschillen tussen Amsterdammers van Nederlandse en van niet-westerse herkomst zijn weliswaar aanzienlijk, maar niet alarmerend.

De stad kent zogenoemde witte en zwarte wijken, waarbij meer dan 70 procent van de bevolking een Nederlandse dan wel een niet-westerse achtergrond heeft. Maar tegelijkertijd woont maar een klein deel van deze groepen in dergelijke wijken. Meer dan 75 procent woont met en naast elkaar in gemengde wijken. Een belangrijke nuancering, vindt Musterd, net als de constatering dat deze tweedeling in herkomst niet toeneemt.

Dit geldt niet voor tweedeling tussen hoge en lage inkomens. Die is nog gematigd, maar neemt snel toe. “Daar moeten we op letten, veel meer dan op de verschillen in herkomst,” aldus Musterd, “want dit gaat heel hard.”

Sjiek en sjofel

De groeiende verschillen komen in zijn ogen voort uit de ‘liberalisering van onze samen­leving’, waarbij marktwerking voorop staat. Neem de woningmarkt. “Huizen zijn uit­gegroeid tot handelswaar, waardoor prijzen stijgen, vooral op de aantrekkelijke plekken in de stad. Hierdoor ontstaan exclusieve wijken die onbereikbaar zijn voor lage inkomens.”

Beeld Yoko Heiligers

Amsterdam was ooit een egalitaire stad, maar die tijd is voorbij, constateert de emeritus hoogleraar. “De kloof neemt toe, net als in Parijs, Londen of Stockholm.” Dat is reden tot zorg, al moeten we, volgens Musterd, wel accepteren dat mensen van nature graag wonen tussen soortgelijken. Ook de zelfverklaarde wereld­burgers in Amsterdam is wat dat betreft niets menselijks vreemd: ze zeggen wel dat ze de diversiteit van de stad zo aantrekkelijk vinden, maar ondertussen wonen ze het liefst naast buren die net zo zijn als zij en sturen ze hun kinderen naar een school met leerlingen die net zo zijn als zij. “Sjiek en sjofel willen helemaal niet altijd bij elkaar zitten,” zegt Musterd.

Ingewikkelde strijd

Dit is geen reden tot nervositeit, zolang het niet leidt tot een sterke concentratie van armoede en problemen in buurten. In vergelijking met andere grote steden doet Amsterdam het vrij goed, maar ook hier bestaan wijken met bijvoorbeeld veel jeugdcriminaliteit. Dit leidt tot onvrede en vraagt om actie van de overheid.

Voor het gemeentebestuur is de strijd tegen groeiende ongelijkheid een belangrijk thema. Een ingewikkelde strijd, zegt Musterd, gezien al die krachten die momenteel loskomen in de stad, zoals de overspannen huizenmarkt, stijgende prijzen en verkoop van sociale huur­woningen in de meest aantrekkelijke wijken. Binnen de Ring zijn betaalbare woningen schaars. “Het is van belang dat Amsterdam stevig inzet op betaalbare woningen in de stad. Als de gemeente niet ingrijpt en dit proces doorgaat, groeit Amsterdam uit tot een stad voor de superrijken.”

Segregatie in getallen

Grote vraag is: hoe groot is de segregatie eigenlijk in Amsterdam? Bestaat daar een getal voor, zoals we ook de economische groei of het welbehagen van Nederlanders kunnen vastleggen in een cijfer?

Ja, dat is er.

De tweedeling op basis van herkomst ligt in Amsterdam tussen de 40 en 50, op een schaal van 100, blijkt uit onderzoek van stads­geograaf Willem Boterman, die is begeleid door Sako Musterd. Nul is helemaal geen tweedeling, 100 is volledige segregatie. Met name Amsterdammers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond leven vaker in dezelfde buurt en scoren rond de 50. Amsterdammers van Nederlandse herkomst wonen meer gespreid over de stad en komen uit op 30.

Deze tweedeling naar herkomst is tussen 2011 en 2016 wel afgenomen, onder Turken en Marokkanen respectievelijk 4 en 6 procent. De tweedeling op basis van inkomen ligt lager, tussen de 20 en 40, maar neemt wel toe. Vooral de hoogste (top-10 procent) en de laagste inkomens (onderste 30 procent) leven vaker apart van andere inkomensgroepen. De segregatie van de hogere middeninkomens steeg tussen 2011 en 2016 het snelst, 17 procent.

Herkomst

In een Europese studie is ook de sociaal-economische segregatie gemeten in Oslo en Stockholm. Ook daar neemt die toe.

Nog even over de gehanteerde cijfers en de schaal. Hierbij wordt gekeken naar de bevolkingssamenstelling van de stad en de reprensentatie in wijken. Stel: in Amsterdam wonen 1000 mensen, van wie 200 met een Marokkaanse en 800 met een Nederlandse herkomst. Als deze verdeling terugkomt in de wijken, dan is segregatie nul. Dan wonen in, pak ’m beet, De Baarsjes 20 Amsterdammers met een Marokkaanse herkomst, naast 80 met een Nederlandse. Als in De Baarsjes 100 Marokkanen wonen en niemand anders, is de segregatie 100. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden