Plus Achtergrond

Honderdjarige KLM niet altijd de beste vriend van Amsterdam

In honderd jaar groeide KLM uit tot wereldspeler, met zijn bakermat als trekker. Maar de relatie met Amsterdam was lang op zijn minst koeltjes. ‘Ik verdedig Schiphol niet. Dat is helemaal niet nodig.’

De hoek van het Kleine-Gartmanplantsoen met daarvoor het kantoor van KLM. Beeld Collectie Stadsarchief Amsterdam:

KLM-oprichter Plesman, geboren en getogen Hagenaar, wordt in de 34 jaar dat hij de maatschappij leidt nimmer fan van Amsterdam en dan vooral niet van het hoofdstedelijke vliegveld Schiphol. KLM ziet van haar begin af niets in ‘badplaats’ Schiphol, op de drassige poldergrond van Haarlemmermeer.

Maaldrift

De commissarissen van de maatschappij, zakenlui en reders, hebben een veel betere plek voor ogen: Maaldrift in Wassenaar. Op een stuk grond dat - niet geheel toevallig - eigendom is van een van hen. De maatschappij laat er alvast een houten loods laten neerzetten met de bedrijfsnaam op het dak.

Toch maakt de maatschappij haar eerste vlucht op 20 mei 1920 vanaf Schiphol. De Engelse vliegers die de maatschappij bij gebrek aan Nederlandse verkeersvliegers inhuurt, zien na een proeflanding niets in Maaldrift. Te winderig, te klein en te dicht bij zee, is hun oordeel.

Voor Plesman is de verhuizing tijdelijk. Hij kiest het Rotterdamse Waalhaven als tussenoplossing en presenteert in 1924 een nieuw Vliegveld Holland bij Delft. Dat blijkt financieel een stap te ver, zowel voor KLM als voor de Nederlandse regering..

Slechte bereikbaarheid

Maar Plesman blijft Schiphol, dat in 1926 helemaal in handen komt van de gemeente Amsterdam, afkammen. Hij ruziet met het stadsbestuur dat volgens hem weigert het vliegveld beter toegankelijk te maken. Hij hekelt de slechte bereikbaarheid van Schiphol via kruip-door sluip door weggetjes, twee tolhuizen en een ‘veel te smalle brug’ over de Ringvaart bij Sloten: “Die brug vertoont sporen van vele spatborden en autolantaarns die het tegen de brugleuning hebben moeten afleggen.”

In 1936, net nadat Schipholeigenaar Amsterdam voor zes miljoen gulden eindelijk betonnen landingsbanen heeft aangelegd, lanceert Plesman doodleuk zijn volgende plan: een Centraal Vliegveld bij Leiderdorp. Goed bereikbaar uit elk van de vier grote steden, vindt hij, alhoewel een stuk verder van Amsterdam dan Schiphol.

In politiek Den Haag klinkt brede goedkeuring, maar dat pikt de hoofdstad niet en dat pikken de Amsterdammers niet. ‘Zal de Haagsche vlieger opgaan?’ luidt de tekst op een pamflet van het Algemeen Amsterdamsch Comité tot behoud van Schiphol. ‘Trek op bij duizenden met uw vaandels’.

Nationale luchthaven

En dat doen ze. Tussen de tien en twintigduizend Amsterdammers demonstreren vervolgens voor hun vliegveld. De regering buigt en wijst pal voor de Tweede Wereldoorlog Schiphol alsnog aan als nationale luchthaven. ‘We moeten de fout van 1920 niet nog eens herhalen’, waarschuwt Plesman tevergeefs, wijzend op de oorspronkelijke keuze voor het polderveld.

De KLM-topman legt zich er niet bij neer. Terwijl Schiphol na de Tweede Wereldoorlog voor dertig miljoen gulden wordt herbouwd, komt hij in 1948 met zijn derde voorstel: een vliegveld even ten zuiden van Schiphol bij Burgerveen.

Deze keer gooit Plesman het niet alleen op de centrale ligging maar ook op de beperkte uitbreidingsmogelijkheden van Schiphol en de voorspelling dat Amsterdammers meer last krijgen van vlieglawaai. De Amsterdamse burgemeester Arnold D’Ailly vergelijkt de aanhoudende KLM-hetze in deze krant met een ziekte: ‘Plesmania’. “Ik verdedig Schiphol niet. Dat is helemaal niet nodig.”

Het plan sterft met Plesman, die op oudejaarsavond 1953 overlijdt. In 1960 worden plannen van Schipholtopman Jan Dellaert overgenomen om een nieuw Schiphol Centrum te bouwen, pal naast het oorspronkelijke vliegveld. Dat wordt in 1967, met instemming van toenmalig KLM-president Gerrit van der Wal geopend.

Hoofdkantoor

Ook het hoofdkantoor van de in Den Haag opgerichte maatschappij is nimmer aan Amsterdam besteed. Plesman wil het kantoor van zijn maatschappij per se niet op een vliegveld bouwen, laat staan op Schiphol. ”De atmosfeer van een vliegterrein is niet bevorderlijk voor een rustigen arbeid, welke toch op een hoofdkantoor zeer gewenscht is,” aldus Plesman.

Hij kiest zonder overleg in voor het Hofplein in Rotterdam, maar de geldschieters van de maatschappij schurken liever zo dicht mogelijk tegen de politiek aan en laten uiteindelijk een nieuw hoofdkantoor in Den Haag bouwen.

Als de maatschappij uit haar Haagse onderkomen groeit, strijkt ze in 1971 neer in Amstelveen dat nominaal dichterbij de luchthaven ligt dan de hoofdstad. Daar vertrekt KLM over vijf jaar, ondanks Plesmans waarschuwing naar Schiphol.

Passagekantoor

Zouden de BN-watchers van RTL Boulevard weten dat ze op de plek staan waar decennia KLM-tickets werden verkocht. Nog voor het de eerste intercontinentale vlucht had uitgevoerd, zette de maatschappij in 1921 haar eigen ‘passagekantoor’ op.

Die op het Leidseplein, aanvankelijk in een houten gebouw, was het eerste kaartkantoor voor een luchtvaartmaatschappij ter wereld. Er werden niet alleen tickets verkocht, ook briefkaarten met de afbeelding van KLM-piloten.

Eind 1939 nam KLM haar intrek in het pand op de hoek van het Leidseplein en de Leidsestraat. KLM verliet het gebouw in 1997. Het enige wat er nog aan herinnert, is de neonreclame op het dak.

Hotelketen

Wat doe je als je een handvol splinternieuwe Jumbo’s hebt besteld waardoor je in een klap 400 passagiers van de VS naar Nederland kan vervoeren en de hoofdstedelijke hotellerie is nog het domein van pappa-mamma herbergen?

Begin jaren zeventig zette KLM uit armoede zelf hotels op. Zoals het Alpha Hotel aan de Europaboulevard - inmiddels Novotel. Met ruim 600 kamers was de hoofdstad meteen Jumbowaardig.

De Hiltons in Amsterdam en Rotterdam, het Okura en Barbizon in Amsterdam; KLM participeert in de jaren zeventig in zestien hotels, goed voor 7.500 bedden. Met Golden Tulip heeft het zelfs zijn eigen hotelketen.

De hotelavonturen zijn snel over als topman Sergio Orlandini in 1986 voor 2,2 miljard gulden Hilton koopt, maar wordt teruggefloten door de KLM-commissarissen. In 1997 wordt het laatste KLM-hotel in Bangkok, verkocht.

KLM Busdienst

Terwijl KLM-passagiers in de beginjaren van KLM, eerst met een luxe Packard later met reisbussen, van Amsterdam, naar Schiphol reizen, moet het groeiende aantal werknemers maar zien hoe ze op het werk komen.

Als in 1928 het Amstelveense Van Poelgeest op voorspraak van KLM een busdienst vanaf het Leidseplein begint, grijpt de politie in. Openbaar vervoer is immers in handen van de Gemeentetram, het latere GVB, maar die komt niet verder dan de stadsgrens.

‘De splinternieuwe Brockway-bus werd door een groot vertoon van politie met den sterken arm verdreven,’ aldus persbureau Omega. ‘De ondernemer kon wel een deftige vergunning vertonen van de Gedeputeerde Staten, maar de gemeente Amsterdam wil de bus op haar eigen territoir niet toelaten.’ Het komt uiteindelijk tot een schikking.

Maar naar Schiphol reizen moet nog steeds via een omweg. Na de tweede wereldoorlog gaat KLM maar zelf met bussen rijden. Door de groeiende reizigersaantallen wordt het een hele busvloot en een busstation op het Museumplein. Nadat Schiphol in 1978 een station kreeg en de Schiphollijn in 1986 op het spoornet werd aangesloten, was het snel voorbij met de KLM-bussen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden