PlusReportage

Holocaust Namenmonument geopend: ‘Ik heb zo staan huilen bij het steentje van mijn moeder’

Koning Willem-Alexander praat met overlevenden van de Tweede Wereldoorlog na afloop van de onthulling van het Holocaust Namenmonument in Amsterdam. Beeld ANP
Koning Willem-Alexander praat met overlevenden van de Tweede Wereldoorlog na afloop van de onthulling van het Holocaust Namenmonument in Amsterdam.Beeld ANP

Het Holocaust Namenmonument van de Pools-Amerikaanse architect Daniel Libeskind aan de Weesperstraat is zondagmiddag door de koning geopend. Overlevenden en nabestaanden gingen na de plechtigheid op zoek naar hun vermoorde familieleden. Sommigen liepen met papiertjes met rijen familienamen langs de namenwanden.

Rudie Cortissos (84) valt Jacques Grishaver, initiatiefnemer en voorzitter van het Nederlands Auschwitz Comité, om de nek en legt zijn hoofd op diens schouder. Hij huilt. “Mijn moeder,” kan Cortissos nog net uitbrengen. De steen met de naam van zijn moeder emotioneert hem zeer. En hij is niet de enige die moet huilen bij het zien van het Holocaust Namenmonument.

Max Arpels Lezer (84) staat met rood betraande ogen voor het steentje van zijn moeder: Flora Lezer-Arpels. “Ze is thuisgekomen,” zegt hij, met fototoestel in de hand. “Ik heb net zo staan huilen bij haar steentje. Mark Rutte moest me helemaal troosten. Dit monument heeft me diep, diep getroffen.”

Voordat de aanwezigen het monument konden bekijken, waren er speeches, een minuut stilte en muziek uit onder meer Schindler’s List van John Williams, gespeeld door violist Simone Lamsma.

Joodse traditie

Ceremoniemeester Jeroen Krabbé haalde de geschiedenis van de plek van het monument, in het hart van de oude Jodenbuurt, aan: een huizenblok van een kleine 200 Joden die uiteindelijk allemaal vermoord zijn. “Hun namen zijn nu terug. Dat is belangrijk. Want volgens de Joodse traditie ben je pas vergeten als je naam niet meer genoemd wordt.”

Jacques Grishaver: “Het monument staat er. En het doet precies wat het moet doen. Het ontrukt al die uit het leven verwijderde mensen aan de vergetelheid. 102.000 mensen die stuk voor stuk een grote belofte waren voor de toekomst. Het staat er nu als een nooit meer uit te wissen eerbetoon, als een hard uitgesproken verwijt aan hen die dit hebben laten gebeuren en als een waarschuwing voor altijd.”

Demissionair minister-president Mark Rutte: “Dit monument zegt 102.000 keer nee. Wij staan niet toe dat jullie naam wordt uitgewist. Vandaag krijgen zij hun naam terug.”

Het Namenmonument dwingt volgens hem ‘tot rekenschap’ over bijvoorbeeld de “kille ontvangst van de kleine groep die wel uit de hel terugkeerde, een zwarte bladzijde in de geschiedenis van ons land. Ook in onze tijd is antisemitisme nooit ver weg. Dit monument schreeuwt: wees waakzaam.”

Halsema

Burgemeester Femke Halsema stelde dat Amsterdam tijdens en na de bezetting ‘ernstig tekortgeschoten’ is in de bescherming en behandeling van ‘onze Joodse inwoners’. “Zoals we allemaal weten, leefden er aan het begin van de bezetting 140.000 Joden in Nederland. 80.000 van hen woonden in Amsterdam. Slechts 15.000 hebben de Shoah overleefd: 65.000 Amsterdamse Joden zijn nooit meer teruggekeerd.”

En: “De in steen gebeitelde namen, deze muren, staan als een vesting tussen ons en het vergeten. In onze hoofdstad wonen nu voorgoed de namen van hen die er niet mochten zijn. Van hen die met miljoenen anderen uit de herinnering van ons continent en van de wereld moesten worden gewist. Hier kunnen wij hen bezoeken. Hier laten wij onze vingers langs de stenen glijden, noemen wij hun namen en gedenken wij hun levens.”

Grishaver wordt na afloop van het officiële deel door velen aangesproken. “Dankbaarheid overheerst,” zegt Grishaver (79), die in zijn strijd voor het Namenmonument te maken kreeg met protesten en juridische procedures van omwonenden. “Ik ben opgelucht dat het monument nu eindelijk klaar is.”

Op deze plek zijn de namen, geboortedata en leeftijden bij overlijden te vinden van ruim 102.000 Nederlandse slachtoffers van de Holocaust, zowel Joden als Sinti en Roma.  Beeld ANP
Op deze plek zijn de namen, geboortedata en leeftijden bij overlijden te vinden van ruim 102.000 Nederlandse slachtoffers van de Holocaust, zowel Joden als Sinti en Roma.Beeld ANP

Noodzaak

Ook oud-burgemeester Ed van Thijn (87), die op achttien adressen ondergedoken zat en de oorlog ternauwernood overleefde, is gekomen om zijn familie op te zoeken, onder wie zijn tante Alida Swart-Mok, het zusje van zijn moeder Selma. “Het monument is echt prachtig,” zegt een geëmotioneerde Van Thijn.

Ronny Naftaniel van het Centraal Joods Overleg heeft het steentje van zijn grootvader, Jacobus Walvisch, teruggevonden. Helemaal onderaan een van de muren. “Het is zo belangrijk dat dit monument er is. Kijk nu naar die demonstranten die tegen de covidmaatregelen zijn en met Jodensterren oplopen. Volstrekt ridicuul.”

De noodzaak van het monument is allang aangetoond, zegt Naftaniel. “Er is door de oorlog een enorme wond geslagen in Amsterdam. En die wond wordt hier uitgebeeld.”

Daniel Libeskind loopt intussen rond in ‘zijn’ monument, waar de stad wordt weerspiegeld in de roestvrijstalen elementen. Ook hij lijkt het een beetje te kwaad te krijgen bij het horen van de vele reacties. “Ik vind het fantastisch om te zien dat het monument er nu staat en om te zien dat mensen hun familienamen opzoeken. Het is pijnlijk en opbeurend tegelijk om de mensen terug te hebben in de stad.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden