Holleeder wil niet dat Amsterdams gerechtshof zijn hoger beroep behandelt

Willem Holleeder (61) wil dat niet het Amsterdamse hof maar bijvoorbeeld het Haagse gerechtshof zijn zaak in hoger beroep behandelt. Dat bepleitte zijn advocaat woensdagmorgen op een inleidende zitting. 

Rechtbanktekening van Willem Holleeder en zijn advocaten tijdens de uitspraak in de zaak tegen de Amsterdamse topcrimineel in juli. Beeld ANP Graphics

Willem Holleeder (61) heeft drie redenen te vrezen dat het Amsterdamse gerechtshof hem ongunstig is gezind. Het arrest in liquidatiezaak Passage, het arrest in zijn afpersingszaak en de uitspraak waardoor hij drie jaar extra moest uitzitten van zijn straf in die afpersingszaak na het bedreigen van Peter R. de Vries.

Daarom wil hij dat niet het Amsterdamse hof maar bijvoorbeeld het Haagse gerechtshof zijn zaak in hoger beroep behandelt.

In de grote liquidatiezaak Passage veroordeelde het Amsterdamse gerechtshof Holleeders ex-compagnon Dino Soerel tot levenslang.

“Uw hof heeft het nodig geacht Holleeder in dat arrest dat niet over hem ging zeer expliciet te benoemen als betrokken bij en schuldig aan met name de moord op (handelaar in hasj en vastgoed) Kees Houtman,” zei Holleeders advocaat Sander Janssen woensdagmorgen op een inleidende zitting in de zwaarbeveiligde rechtszaal op Schiphol. “Om het heel erg plat slaan: binnen en buiten deze zaal bestaat de indruk dat de heer Holleeder fors op achterstand staat in deze zaak. Het gaat niet om u, maar om uw instituut. Directe collega’s van u hebben dat arrest gewezen.”

De rechtbank sloot zich in Holleeders liquidatievonnis meerdere malen aan bij het oordeel van het hof in Passage. Janssen: “Dus uw hof zou moeten beoordelen in deze zaak of de rechtbank het goed heeft gedaan door zich aan te sluiten bij het hof.”

Holleeder lichtte zijn verzoek ook persoonlijk toe. Tot het hof: “U bent ook mensen van vlees en bloed. Ik denk heel simpel. Sinds ik (indirect) veroordeeld ben door dat hof in de zaak-Passage, heb ik het gevoel dat ik door uw hof al veroordeeld ben.”

Het idee al via de achterdeur te zijn veroordeeld door het hof, laat hem niet los. “Het heeft niks te maken met u, hè? Maar ik heb nog nooit meegemaakt dat een rechter iemand in een andere zaak al veroordeeld heeft voordat diegene daar terecht stond. Daar gaat het om. Dat zie ik niet als een onderbuikgevoel, maar als reëel. Ik ben tot op de dag van vandaag nog steeds in de veronderstelling dat ik al veroordeeld ben door de zaak-Passage.”

Aanklager Koos Plooij vroeg het gerechtshof het verzoek af te wijzen en de zaak gewoon te behandelen. De verdediging ‘speelt de verdediging vooral in op onderbuikgevoelens’, al onderbouwt Janssen dat met wetsartikelen. “De verdediging stelt dat bij het hof Amsterdam geen raadsheer meer is te vinden die onbevangen kan oordelen over deze zaak,” zei Plooij. “Wij stellen dat er geen enkele aanleiding is te denken dat deze uitzonderlijke omstandigheid zich voordoet. Geen van de raadsheren in uw hof heeft ook maar iets te maken gehad met de zaak-Passage.”

Het gerechtshof deelt op 2 december om 13.30 uur de beslissing over de kwestie mee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden