Op het grootste deel van de Sarphati­straat zijn fietsers sinds enige jaren de baas.

Plus

Hoe krijgt Amsterdam zijn bewoners in beweging?

Op het grootste deel van de Sarphati­straat zijn fietsers sinds enige jaren de baas. Beeld Dingena Mol

Buiten spelen, sporten, lopen en fietsen moet veiliger, makkelijker en leuker worden in Amsterdam. Een rondgang langs de eerste uitingen van de ‘bewegende stad’.

Martine de Bruijne, hoogleraar sociale geneeskunde, zet haar fiets op de standaard. Het ­Frederiksplein ligt er deze doordeweekse middag aantrekkelijk bij. Ook voor De Bruijne, die het plein taxeert op ‘beweegvriendelijkheid’. Brede, goed begaanbare wandelpaden, groen, veel zitmogelijkheden, een speeltuin met veel keus. En verderop – op het stukje tussen de ­Sarphatistraat en de Weteringschans – de fietsstraat: een donkerroze kamerbreed stuk asfalt dat ruim baan geeft aan de fiets. Auto’s mogen er wel komen, maar zijn er te gast.

Het Frederiksplein is vanuit het perspectief van de ‘bewegende stad’ goed gelukt, stelt De Bruijne tevreden vast, terwijl ze gaat zitten op een groen bankje op het Frederiksplein. “Jammer, nét te laag voor ouderen,” zegt ze.

Ouderen zitten liever op een hogere bank, want dan kunnen ze er makkelijker uit opstaan. Ook armleuningen om op te steunen bij het overeind komen, worden zeer gewaardeerd. Daar ontbreekt het bij dit exemplaar ook aan.

Overgewicht bij kinderen

Bankjes in de openbare ruimte zijn onmisbaar als rustpunt voor ouderen. Ze stemmen er hun wandelroutes op af, is uit Amsterdams onderzoek gebleken. Dikke kans dat ouderen meer bewegen en meer mensen ontmoeten als er buiten meer bankjes zijn, wat weer helpt tegen eenzaamheid en isolement. Maar hoeveel bankjes zet je neer? En waar? In de schaduw of juist in de zon? En aan welke ergonomische eisen moeten die voldoen? En dat is dan alleen nog maar het bankje.

Eenzelfde studie kun je doen naar het bewegingstimulerende effect van straatverlichting, groen, betegeling, stoepranden, perkjes en ga zo maar door. Dat gebeurt ook, al is het onderzoek nog pril. Er ligt wel onderzoek uit andere landen – Noord-Amerika, Australië of Engeland – maar volgens onderzoeker Jeroen Lakerveld kun je dat vanwege de culturele en stedenbouwkundige verschillen niet zomaar vertalen naar Amsterdam. Wat we wel weten: in buurten met veel groen binnen een straal van een halve kilometer wordt 10 procent meer buiten gespeeld. Ook komt in groene wijken 15 procent minder overgewicht voor bij kinderen.

40 procent van Amsterdammers heeft overgewicht

Ook de gemeente Amsterdam probeert bij het inrichten van nieuwe wijken of het herinrichten van straten en pleinen de stad beweegvriendelijk in te richten. De stad heeft daartoe De Beweeglogica opgesteld, een lijstje met uitgangspunten die de stad beweegvriendelijk moet maken. Het doel is een stad waarbinnen je, als vanzelf, eerder de fiets pakt dan de auto. Een stad die uitnodigt naar de supermarkt te wandelen en met genoeg plekken om te spelen. Dat zou uiteindelijk, in combinatie met andere maatregelen in de stad die de gezondheid bevorderen, moeten leiden tot gezondere Amsterdammers.

Kinderspeel­plaats met water en zand op het Frederiks­plein. Dit soort speel­plaatsen zet kinderen meer aan tot bewegen dan traditionele speelplaatsen. Beeld Dingena Mol

Nu nog heeft 40 procent van de inwoners overgewicht of obesitas, blijkt uit cijfers van de GGD. Een andere studie stelde vast dat 71,5 procent van de dertien- en veertienjarige Amsterdammers meer dan twee uur per dag achter een beeldscherm doorbrengt.

De afgelopen jaren zijn er in Amsterdam onder meer onderzoeken gedaan naar de inrichting van de groene speeltuinen (zie hieronder) en looproutes voor ouderen. De onderzoeken worden verricht onder de koepel van Amsterdam Public Health (APH), het instituut waar ruim 1500 onderzoekers van Amsterdam UMC, de VU en de UvA onderzoek doen naar een gezonde samenleving. De wetenschappers werken daarbij samen met de gemeente Amsterdam en de GGD, zodat de kennis die de onderzoekers vergaren niet in de la belandt, maar bij de ontwerpers terechtkomt die er in de praktijk wat aan hebben.

Ongure plekken

“Kijk, daar hebben ze een speeltoestel met een waterpomp en zand. Dat vraagt een andere manier van spelen dan een klimrek of een glijbaan,” zegt De Bruijne, die haar hoogleraarschap combineert met een directeurspositie bij het APH. “Na schooltijd blijft het plein open, zodat ook andere kinderen er profijt van hebben.”

In een tweejarig onderzoek hebben de onderzoekers van APH, het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu, de GGD en de gemeente Amsterdam gekeken naar de ‘walkability’ van de stad: hoe kun je te voet ergens komen? Daarbij kregen 150 Amsterdammers een gps mee.

Hoogleraar Martine de Bruijne op de Laagte Kadijk. Beeld Dingena Mol

De hamvraag: wanneer is een route in de buurt uitnodigend en wanneer niet? Voor de hand liggende antwoorden drongen zich op, maar er kwamen toch ook nieuwe inzichten uit het onderzoek naar voren.

Veel ongure plekken, bijvoorbeeld met hangjongeren, bleken de deelnemers aan het onderzoek – geheel tegen de verwachting in – niet uit de weg te gaan. En ouderen bleken een voorkeur te hebben voor wandelingen tussen de bomen, ook als het een omweg was. Volgens De Bruijne omdat het ‘open’ groen is. “Als je valt, moeten mensen je wel kunnen vinden. Ouderen willen dus ook graag dat er mensen in de buurt zijn. Het helpt al als er woonkamers aan de straat grenzen. Dat voelt toch geborgen.”

Verder, zegt De Bruijne, is de walkability groter als er genoeg keuze en variatie in routes is. “Mensen moeten uit verschillende weggetjes kunnen kiezen. Bij ouderen is het daarbij ook van belang hoe de straat bekleed is. Zij willen graag een mooi egaal, maar toch betegeld oppervlak. In Nederland zijn we immers gewend aan tegels op de stoep. Als ouderen over asfalt moeten lopen, vinden ze dat als een snelweg aanvoelen. Dat maakt hen onzeker.”

Belangrijk: probeer Amsterdammers geen ‘goed gedrag’ door de strot te duwen, want dan werkt het niet. “Je moet mensen verleiden het goede te doen. Nudging, nomen ze dat. Wat dat betreft leren we veel van marketingstrategieën.”

Uitnodigen werkt

Een voorbeeld komt uit de scholen. De GGD heeft samen met onderzoekers van het Sarphati Instituut in scholen waterpunten geïnstalleerd, waar kinderen hun flesjes kunnen vullen. Wat bleek? “Kinderen drinken minder frisdrank en meer water, zonder dat je zegt: ‘Pas op hè, niet te veel frisdrank drinken.’ Je nodigt uit tot gezond gedrag, zonder dat je een bestraffende of belerende houding hebt over het negatieve gedrag. Het heeft veel meer effect als je het gewoon makkelijker maakt.”

De Bruijne stapt weer op haar fiets en steekt de weg over. De route gaat verder richting Sarphatistraat waar, zoals gezegd, de fietser sinds enkele jaren de baas is. “Als je wilt dat mensen meer gaan lopen en fietsen in de stad, moet je het eigenlijk ook minder fijn voor ze maken om in de auto te stappen.”

Het Roeters­eiland met ontmoetings­plaatsen aan weerszijden van het water; een modern stadsplein. Beeld Dingena Mol

Op zo’n fietsstraat kun je niet lekker doorjakkeren. Sterker: de fietser is vaak sneller. “Je moet het één stimuleren en tegelijkertijd het andere ontmoedigen, anders werkt het niet.”

In de buurt van de Roetersstraat zien we ook hoe het niet moet: we fietsen langs een rijtje garageboxen. “Dit voelt onveilig, toch?” zegt De Bruijne. Om daaraan toe te voegen: “Je kunt nog zo’n mooie speeltuin hebben, als het door garageboxen wordt omringd, komen mensen er niet graag met hun kinderen, omdat je je er kwetsbaar en geïsoleerd voelt.” Maar, zegt ze erbij, het hangt ook van de doelgroep af. “Jongeren willen juist geen plek waar er te veel op ze wordt gelet.”

Sport trekt kijkers

Op het Buikslotermeerplein, voorbij het naargeestige parkeerdek, op de route naar de halte van de Noord/Zuidlijn, is een skatebaan aangelegd. Een succes, volgens De Bruijne. Skaters houden van zo’n rafelrand. “Nu sporten er kinderen en dan komen er vanzelf ook mensen kijken, waardoor het levendiger wordt. Daardoor voelen mensen die er langs moeten lopen zich ook veiliger.”

Er zijn tevens experimenten die minder goed uitpakken. In de Indische Buurt is door de gemeente een proef gedaan waarbij herkenbare tegels werden gelegd tussen het Flevohuis en het winkelcentrum in de Javastraat. “Zodat ook mensen die dement worden de weg makkelijker zouden kunnen vinden.”

Dat pakte minder goed uit dan gehoopt. Het was aan de bewoners niet goed verteld wat de bedoeling was van die tegels. Bovendien waren ze niet goed zichtbaar en lagen ze te ver uit elkaar.

Een brede stoep, zoals hier op de Laagte Kadijk, stimuleert wandelen, spelen en het onderhouden van onderlinge contacten tussen de buren. Beeld Dingena Mol

Intussen zijn er overal in de stad initiatieven die ons in beweging moeten krijgen. De voorgenomen nieuwe fietsstraten zijn niet op één hand te tellen, hier en daar worden trottoirs verbreed en in de nieuwe wijk het Bajeskwartier moet worden geëxperimenteerd met fijnstof­afvangend groen en een buurtkeuken.

“In de arme wijken leven de mensen achttien jaar minder in goede gezondheid. Ze leven in totaal zeven jaar korter. Als je op de gezondheidsmonitor kijkt, zie je: het is én overgewicht én werkeloosheid én armoede én eenzaamheid én een lage opleiding én meer mentale problemen én meer lichte handicaps waardoor iemand zich minder goed kan redden. Het is een heel pakket. Er is dus ook niet één oplossing. Je moet dus ook vanuit al die richtingen werken aan een gezondere stad.”

Groen prikkelt de fantasie

De vertrouwde klimiglo, wipkip en glijbaan worden bij de herinrichting van een speeltuin steeds vaker vervangen door een groene speeltuin. Denk aan een speeltuin met boomstronken, waterpompen, hutten van wilgentakken en dergelijke. Geen rubberen tegels, maar zand, water, gras, bloemen en beestjes.

Zo’n groene speeltuin is duurder en vergt meer onderhoud. De vraag is dus of het loont.

Jolanda Maas, senior onderzoeker Omgeving en Gezondheid van de Vrije Universiteit, heeft dat, met onderzoekers van de Hogeschool Leiden, uitgezocht.

De groene speeltuin blijkt op punten beter te scoren dan een traditionele speeltuin. De 680 leerlingen die meededen aan het onderzoek werden gedurende een jaar geënquêteerd en geobserveerd in hun spel. Meer dan driekwart van de kinderen gaf aan het vergroende plein fijner te vinden dan het oude plein. De kinderen die er niet blij mee waren, gaven aan dat zij niet altijd wisten hoe ze moesten spelen. Rek­stokken en de speelauto werden gemist.

Maar de onderzoekers keken ook verder. “Opvallend genoeg zagen wij dat de meisjes iets actiever werden in hun spel. Ze waren minder druk met kletsen. Over de hele groep zagen we dat er creatiever en onderzoekender werd gespeeld. Kinderen lijken uitgedaagd te worden om meer de fantasie te gebruiken.”

Een ander hoopvolle uitkomst was dat de kinderen zich na de pauze (iets) beter konden concentreren in de les, zegt Maas. “We weten uit andere onderzoeken dat groen een stressherstellende werking heeft.”

Kortom: het is zeer de moeite waard, zo’n groene speeltuin, maar, waarschuwt Maas: “Doe het wél goed. Met veel verschillende elementen, hoogteverschillen, verstopplekken en iets met water. We zien ook wel eens een ontwerp met een boomstronk op een stuk kunstgras. Dat werkt dus niet. Veel variatie en echt groen zijn nodig, met bloemen en de geur van gras om alle zintuigen te prikkelen.”

Beweeglogica

De gemeente Amsterdam heeft een lijst opgesteld die bij de inrichting van de stad als uitgangspunt wordt gehanteerd. De zaken op deze lijst zijn de bouwstenen van de ‘Amsterdamse beweeglogica’. Een greep:

- In nieuwe buurten wordt gestreefd naar een fijnmazig stratenpatroon, omdat dit uitnodigt tot bewegen.

- Bij de inrichting van de openbare ruimte en routes door de stad wordt eerst aan voetganger en fietser gedacht. Zij moeten zo veel mogelijk ruimte krijgen.

- In wijken met veel winkels pakken buurtbewoners minder snel de auto, omdat alles wat zij nodig hebben in de buurt zit. Er wordt dus gestreefd naar een goede mix van winkels en wonen.

- Fietsonvriendelijke kruispunten worden veiliger gemaakt.

- Schoolpleinen worden na schooltijd opengesteld voor de buurt.

- De directe omgeving van scholen is autoluw.

- Braakliggende terreinen worden niet afgesloten, maar geschikt gemaakt om (tijdelijk) op te spelen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden