PlusAchtergrond

Hoe klimt de Amsterdamse kunstsector uit het dal na de coronacrisis? ‘Richt je meer op Nederlandse toeristen’

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Langzaam keren toeristen en bezoekers terug in de stad. En daarmee ook de problemen. De gemeente gaat het aantal toeristen indammen, maar juist de Amsterdamse kunstsector, de musea, zijn afhankelijk van buitenlands bezoek. Dus zijn langdurige steun en een andere strategie noodzakelijk.

Toen de coronapandemie zich vorig jaar aandiende, merkte Jos Meis dat meteen in zijn winkel Gude & Meis Antieke Klokken in de Nieuwe Spiegelstraat. “De eerste mensen die stoppen met vliegen, zijn de mensen met geld. Want waarom zouden ze het risico nemen als het niet hoeft? Maar dat is precies het hoge segment waar ik en mijn collega-antiekhandelaren het van moeten hebben. Ongeveer 50 procent van mijn clientèle komt uit het buitenland: Duitsland, Amerika, Australië en China. Die heb ik al anderhalf jaar niet meer gezien. Ook niet toen we van de zomer een Art & Antiques Week organiseerden in het Spiegelkwartier.”

Meteen in paniek is Meis niet. “De handel in kunst en antiek kent altijd pieken en dalen, en onze handelswaar verliest zijn waarde niet, zoals bijvoorbeeld mode. Maar tijdens de eerste lockdown waren we bang maanden niets te verkopen. Uiteindelijk hebben we afgelopen jaar door heel proactief optreden toch 80 procent van de gebruikelijke omzet gedraaid, mede door The DAAF, een online beurs die door de Vereniging van Handelaren in Oude Kunst is georganiseerd. Maar dat lukt niet nog een jaar. We missen het klantcontact en hebben geen influx van nieuwe klanten.”

Terwijl theaters, bioscopen en festivals tijdens de coronaperiode hard werden geraakt door de lockdown, die het voornamelijk binnenlandse publiek buitensloot, ondervindt de kunstsector ook na heropening nadelige gevolgen van internationale reisrestricties en het wegblijven van toeristen.

“Vooral grote musea zijn tot wel 90 procent afhankelijk van buitenlandse bezoekers en een aanzienlijk deel van onze 35 Amsterdamse leden valt daaronder,” zegt Jan van Kooten, directeur van de Museumvereniging. “De algehele krimp in bezoekcijfers bedraagt 70 tot 75 procent. Dat betekent niet alleen minder inkomsten door kaartverkoop, horeca en museumwinkel maar is ook een flinke mentale tik.”

Buitenlandse gasten

De dramatische cijfers van het Anne Frank Huis spreken boekdelen. Na een recordjaar met meer dan 1,3 miljoen bezoekers daalde het aantal verkochte kaartjes vorig jaar met bijna een miljoen tot het niveau van 1981. Het ongesubsidieerde museum ontvangt gewoonlijk 85 procent buitenlandse gasten en doordat die wegbleven, draaide de stichting 2 miljoen euro verlies. Als de overheid niet met steun was bijgesprongen, was dat verlies nog groter geweest. Toch was een reorganisatie onvermijdelijk en werden vijftien medewerkers ontslagen, een vijfde van het personeel.

De woordvoerder van het Rijksmuseum, het best bezochte museum van Nederland, vertelt dat vóór de coronapandemie 63 procent van de bezoekers uit het buitenland kwam. “Dat is na heropening in 2021 gekrompen tot 14 procent. De capaciteit is door beperkende maatregelen bovendien gedaald tot 20-40 procent van het gemiddelde precorona. Daardoor is het herstel beperkt.”

En dat geldt voor de hele sector. “Ook na de vorige crisis was het bezoekcijfer niet snel terug op peil,” weet Van Kooten. “Experts denken dat het waarschijnlijk tot en met 2024 duurt voordat we weer op het oude niveau zijn. Dat heeft voor een groot deel te maken met het langzaam aantrekken van het toerisme.”

De Museumvereniging pleit dan ook voor langdurige steun van Rijk, provincie en gemeente. “Zonder overheidssteun zou een vierde van de musea al zijn omgevallen. Dus waarderen we de noodsteun enorm. Maar als eind september de generieke steunmaatregelen ophouden, wordt het echt spannend. Een nieuw steunpakket zou de vorm kunnen krijgen van liquiditeit om huur en salarissen te kunnen blijven betalen, maar ook van bijdragen voor innovatie en het ontwikkelen van nieuwe projecten en tentoonstellingen.”

Legotentoonstelling

De musea kunnen ook zelf iets doen, volgens Van Kooten. “Wij adviseren hun zich meer te richten op Nederlanders die vakantie in eigen land vieren. Sommige musea doen dat al actief. Met een Legotentoonstelling mikt de Hermitage bijvoorbeeld op Nederlandse gezinnen.”

Die strategie is minder makkelijk toe te passen voor internationaal opererende veilinghuizen, voor wie 2020 een dramatisch jaar was en de toekomst onzeker is. “We hadden vorig jaar geen live veiling of kijkdagen,” vertelt Arno Verkade, managing director van Christie’s Amsterdam. “Online veilingen hebben dat maar deels kunnen compenseren. De verschuiving naar internet zal ook in de toekomst doorzetten: het percentage live veilingen, dat vroeger op 90 lag, zal teruglopen naar 60. Maar voor bijvoorbeeld oude kunst is het essentieel dat kopers het werk in het echt kunnen zien. Bij de Oude Meesters­veilingen in Londen wordt het effect van de reisrestricties sterk gevoeld.”

Wat de kunstsector betreft kan het toerisme niet snel genoeg weer op gang komen. De Museumvereniging ziet de plannen van de gemeenteraad om het bezoek juist in te dammen niet als contraproductief. Van Kooten: “Dat beleid is gericht op toeristen die komen voor de Wallen en softdrugs. Musea trekken juist kwaliteitstoeristen en dragen bij aan het gewenste profiel van de stad.”

Cruiseschepen

Ook antiekhandelaar Meis is gekant tegen het massatoerisme, dat z’n sporen heeft getrokken in het Spiegelkwartier in de vorm van steeds meer fastfoodtenten en kledingzaken met hoge omloopsnelheid. “Maar het weren van cruiseschepen is niet het antwoord – die brengen juist de mensen met geld,” stelt de klokkenspecialist, die een afwachtende houding aanneemt wat betreft het herstel. “Na 9/11 vielen plots de Amerikaanse handelaren weg. Die zijn nooit meer teruggekomen want ze vonden in de tussentijd andere plekken om naartoe te gaan.”

null Beeld Marjolein van Damme
Beeld Marjolein van Damme

Cijfers

Van de 33 miljoen jaarlijkse bezoekers aan Nederlandse musea komt een derde uit het buitenland. In de Randstad ligt dat aandeel nog veel hoger.

Van de vier grootste musea in Amsterdam trok het Rijksmuseum in 2019 de meeste bezoekers: 2,7 miljoen. Het Van Gogh Museum verwelkomde 2,1 miljoen bezoekers, het Anne Frank Huis 1,3 miljoen en het Stedelijk Museum 670.000. De bezoekersaantallen daalden in 2020 met 58,6 tot 75,3%.

Zomerserie

‘De bezoeker keert terug’ onderzoekt het belang van toerisme voor de stad en de gevolgen van het toerismebeleid.
1.Economie en werkgelegenheid
2.Hotels
3.Horeca
4.Musea
5.Vervoer
6.Winkeliers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden