PlusAchtergrond

Hoe heter het wordt, hoe meer exotische griezels we hier zullen zien

Het kruipt, vliegt, prikt, bijt, of is gewoon goor. Wat teistert ons Amsterdammers elk jaar weer, en wat zijn de nieuwkomers? Een serie over 7 stadsplagen. Vandaag het slot: enge nieuwkomers. (Er is zelfs al een lieveheersbeestje dat bijt).

Hans van der Beek
Het Aziatische lieveheersbeestje, te herkennen aan de deukjes in het schild, kan bijten. Beeld Eva van Brummelen
Het Aziatische lieveheersbeestje, te herkennen aan de deukjes in het schild, kan bijten.Beeld Eva van Brummelen

Het wordt steeds warmer in Nederland. Dat kunnen sommige mensen wel ontkennen, maar daar trekken exotische beestjes zich niks van aan.

Steeds meer flora en fauna vinden Nederland, waar het tot voor enkele decennia te koud was om te overleven, een fijne plek om te settelen. Dat geldt in principe voor alle beestjes die in deze serie zijn besproken, de teek voorop.

Om daar maar meteen op door te gaan: de reuzenteek is gesignaleerd in Nederland. Hij komt uit Centraal-Europa, is een stuk groter en heeft nadrukkelijk warmte nodig. Stadsbioloog Remco Daalder: “Er zijn er nog maar een stuk of tien gevonden, maar hij komt eraan. Dus we zijn er nog niet wat enge beesten betreft. De meeste enge beesten zijn toch beesten die houden van warmte, dus je kunt er nog best een aantal bij verwachten.”

Knokkelkoorts

Een goed voorbeeld is de tijgermug. Die brengt de gevreesde knokkelkoorts over. Knokkelkoorts is niet zo dodelijk als malaria, maar zeer pijnlijk, en een mens kan er ontzettend ziek van worden, zelfs kreupel.

De tijgermug reist mee in sierbamboe uit Azië. Hij duikt in Nederland nu al regelmatig op, maar in het huidige klimaat lijkt hij zich nog niet goed te kunnen voortplanten. Daar is het wachten op. In Zuid-Limburg waren inspecteurs van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) vorig jaar al actief bezig om de vestiging van de Aziatische tijgermug te bestrijden. Limburgers werden opgeroepen om hun tuinen te controleren op broedplaatsen: plekjes met brak water.

Daalder: “Het schijnt dat zelfs de malariamug al op Schiphol voorkomt. Die komt met vliegtuigen uit Afrika mee. Al is er nog geen geval bekend van iemand die in Nederland malaria heeft opgelopen.”

Draaigatje

Ook het mediterraan draaigatje, een mierensoort uit Italië en Spanje, nadert Amsterdam. De mieren reizen mee met plantmateriaal zoals olijfbomen. Anders dan inheemse mieren, waar de koninginnen met elkaar concurreren, werken bij het mediteraan draaigatje koninginnen juist samen. Zo vormen ze superkolonies en dringen huizen binnen. Ze kunnen ook bijten.

Er zijn zo’n dertig kolonies van draaigatjes bekend, in grote delen van Rotterdam, Wageningen, de Achterhoek en ook in Almere. Ze komen dus dichterbij.

Al kunnen ze in principe al aanwezig zijn in elk tuincentrum om de hoek. Bastiaan Meerburg, tot voor kort directeur bij Stichting Kennis- & Adviescentrum Dierplagen (KAD): “Ik ken het verhaal van een Brabants stel dat een olijfboom voor hun huwelijksfeest kreeg. Twee jaar later zat er een enorme kolonie draaigatjes bij hen in de tuin. Het is wel een gedenkwaardig cadeau.”

Bijtend lieveheersbeestje

Er zijn zelfs lieveheersbeestjes die kunnen bijten, en dan moet het toch niet gekker worden. Dat is het Aziatische lieveheersbeestje. Een aantal soorten daarvan krijgt inmiddels vaste voet aan de grond in Nederland. “Ik heb hem gewoon hier in de tuin,” zegt bioloog en schrijver Geert-Jan Roebers. “Daar heeft hij al de overhand.”

Het beestje is iets groter dan het Europese lieveheersbeestje en te herkennen aan de deukjes in het dekschild. Hun beet is ook weer niet dramatisch, maar even vervelend is het wel. Daalder: “Niet dat je denkt: wat leuk, ik zet hem even op de arm van mijn kind. Daarna is het huilen natuurlijk.”

Overigens zitten de meeste exoten vooralsnog in het water. In sommige rivieren is naar schatting al zo’n 80 procent van de biomassa exotisch, met allerlei soorten rivierkreeften en kleine waterinsecten. Ook in het IJmeer.

Voor een positieve blik op al die bijtende en prikkende nieuwkomers, moeten we ook in deze slotaflevering weer bij Roebers zijn. De bioloog: “In de tropen zitten sowieso veel meer soorten insecten, dus in positieve zin wordt het hier rijker aan soorten insecten. Dus voor degenen die van insecten houden: er komen ook allemaal leuke sprinkhanen en krekeltjes. Of de koninginnenpage, een prachtige vlinder, die je twintig jaar geleden niet zag, maar nu wel. Maar wat irritante beesten betreft: de opkomst van de bedwants heeft natuurlijk ook met de stijgende temperatuur te maken.”

En Meerburg: “Sommige mensen zullen zeggen: het akeligste beest is de mens. Daar is iets voor te zeggen natuurlijk. Ik hou het zelf toch bij de bedwants.”

Wat te doen?

  • Hoe minder heet, hoe minder exoten, dus: schaf een elektrische auto aan, en zonnepanelen.
  • Isoleer het dak, de vloer, de gevel of de ramen. Zet de verwarming een paar graden lager, en doe een trui en sloffen aan.
  • Laat de cv-ketel op 60 graden afstellen in plaats van 65 graden.
  • Eet minder vlees. Dan is minder vee nodig, en dus minder stikstofuitstoot.
  • Gebruik in de zomer geen wasdroger.
  • Stop met vliegvakanties. Ga naar Bakkum, op de fiets.
  • Doe mee aan het NK Tegelwippen. Dat is een initiatief om stenen tuintegels te verwijderen en te vervangen door gras en groen.
  • Koester geveltuintjes en leg groene daken aan.
null Beeld Eva van Brummelen
Beeld Eva van Brummelen

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden