Amsterdam Bewaar

Hoe haalt KLM een korte afstandsvliegtuig thuis?

Gezagvoerder Ronald Vermerris (r) bereid met piloot Reinout Verkerk op de luchthaven van Recife de naar Kaapverdië voor.
Gezagvoerder Ronald Vermerris (r) bereid met piloot Reinout Verkerk op de luchthaven van Recife de naar Kaapverdië voor. © Herman Stil

Hoe krijg je een vliegtuig dat is bedoeld voor de kortste Europese vluchten, maar bijna tienduizend kilometer van Schiphol is gebouwd, naar huis?

"Zie je die golven?" zegt gezagvoerder Ronald Vermerris in de cockpit van de gloednieuwe Embraer 190. "Wij hebben altijd geleerd dat als je het water ingaat, je parallel aan de golfslag moet landen."

Pilotenhumor, terwijl de Embraer langzaam richting Kaapverdië zakt.

De eilandengroep in de Atlantische Oceaan, halverwege Brazilië en Europa, is een onontbeerlijke tussenstop voor de twee nieuwste aanwinsten van KLM.

De vliegtuigen van de Braziliaanse fabrikant Embraer zijn, in tegenstelling tot de luchtreuzen waarmee KLM normaliter oceanen oversteekt, niet gemaakt om intercontinentaal te vliegen.

Cityhopper gebruikt ze om jaarlijks ruim 8 miljoen passagiers van de kleinste Europese vliegvelden naar Amsterdam te vervoeren. Vluchtjes van 800 kilometer, misschien 1000.

Maar niet van de 9700 kilometer die de geboorteplek van de toestellen net boven São Paulo scheidt van hun nieuwe thuis, Schiphol.

"We vliegen nooit zo lang over water met deze toestellen," zegt Vermerris, die met drie cockpitcollega's nauwkeurig de route van de twee nieuwelingen heeft uitgestippeld. "Op zich is dat niet anders dan we in Europa doen, alleen wel wat uitgebreider."

Aan beide Embraers kan niet veel worden veranderd om ze oceaanwaardig te maken. Er is tijdelijk een hogefrequentieradio geïnstalleerd en er is geen ontkomen aan de knalgele canvas balen die voor de eerste rij passagierstoestellen liggen geklemd. Ze bevatten de reddingsvlotten, accessoires die zelden aan boord van deze Europavliegers te vinden is.

Buitengaats
"Als je ze opblaast," adviseert vlootmanager Gertjan Lichtenveldt die bij afwezigheid van cabinebemanning de geïmproviseerde veiligheidsbriefing verzorgt, "houdt dan het koordje vast, anders zie je het vlot zo wegdrijven."

Iets dat je zelden hoort als stewardessen hun veiligheidsdans doen.

Het merendeel van de 100 stoelen blijft de terugvlucht leeg om gewicht te besparen. De bemanning, het afhaalteam, versnaperingen voor onderweg en heel veel brandstof, meer reist niet mee.

En nog is dat niet genoeg om vanaf de Embraerfabrieken de oceaanreis in één keer aan te vangen. Na 2,5 uur strijkt de duovlucht al neer in het Braziliaanse Recife.

Daar laat grondwerktuigkundige Andres de Vaan de Embraer opnieuw voltanken. "We moeten voldoende brandstof meenemen om eventueel te kunnen uitwijken naar andere vliegvelden."

Daarom ook voert de oceaanvlucht lang langs de Braziliaanse kust, om pas als het echt niet anders kan, met een schuin oog naar obscure Braziliaanse eilandjes, buitengaats te gaan. Dan wordt ook het radarscherm in de cockpit blanco.

De navigatie is in de handen van de vluchtcomputers die zijn gevoed met de gegevens die de piloten voor vertrek hebben verzameld.

Veel wind
Vier uur later duikt onder het wolkendek het barre Kaapverdië op. Het eerste deel van de overtocht is achter de rug. Het is niet alleen een tankstop, maar ook de plek waar de bemanning verplicht moet rusten.

Belangrijk, want op zaterdag vliegen ze het langste deel van de vlucht met een voor de Embraer onwaarschijnlijke vliegduur van bijna zes uur.

Als je ze opblaast, houd dan het koordje vast, anders zie je het vlot zo wegdrijven

Vlootmanager Gertjan Lichtenveldt

De grootste van de twee toestellen, de E195, kan als de wind mee zit, in één keer naar Schiphol vliegen. De kleinere Embraer E175 moet nog een tussenstop maken in Portugal.

Maar het weer zit niet erg mee. "Er is vrij veel wind langs de route," zegt Vermerris met een blik op zijn tablet vol vluchtgegevens. "Dat hoeft geen probleem te worden, maar het zal wel turbulentie veroorzaken." Ook de tanks zijn weer volgegooid.

Net als de E190 bij de Algarve Europa binnenvliegt, start het kleinere zustertoestel 11 kilometer lager, na een extra tankstop, voor het laatste deel van zijn vlucht. De timing pakt prima uit.

Beide toestellen landen drie uur later bijna in formatie op Schiphol-Oost. Op zondag mogen ze even uitrusten, worden er nog wat aanpassingen gedaan en wordt de aankoop, de boekwaarde van de twee toestellen bedraagt 98,9 miljoen euro, door de Douane ingeklaard.

Maandagochtend gaat het duo vol aan de bak. Europa in.

Meer zitplaatsen

Ook Cityhopper loopt tegen de groeigrenzen van Schiphol aan. "We zitten straks met beperkte capaciteit op onze thuishaven," zegt topman Warner Rootliep, "als de situatie daar niet snel verandert nu Lelystad is uitgesteld, zoals KLM wil."

In de huidige situatie is groei onwaarschijnlijk. Het ligt volgens Rootliep voor de hand dat, áls het tot een verdere vlootuitbreiding komt, KLM ook voor grotere toestellen kiest.

De maatschappij overweegt ook in een deel van haar toestellen meer stoelen te plaatsen, zodat met hetzelfde aantal vluchten meer reizigers kunnen worden vervoerd. "We bekijken of we het aantal zitplaatsen kunnen uitbreiden van 100 naar 106 of 108 door dunnere stoelen te plaatsen."