PlusGeschiedenis

Hoe een van slavenhandel gebouwd grachtenpand de residentie van de burgemeester werd

Het Huis met de Kolommen, Herengracht 502, hier in 1973. Beeld Stadsarchief
Het Huis met de Kolommen, Herengracht 502, hier in 1973.Beeld Stadsarchief

Eerdere bewoners van het bijna 350 jaar oude huis aan de Herengracht 502 verdienden hun rijkdom in de slavenhandel. Hoe werd dit pand in 1927 de residentie van de Amsterdamse burgemeester?

Naast de deur van de Herengracht 502 ligt sinds 2006 een gedenksteen met de tekst: ‘Zolang de herinnering leeft, is het leed niet voor niets geleden’. Die duidt op de slavenhandel en het daaruit opgestreken geld, waarmee het grachtenpand is gebouwd. De rest van de tekst is moeilijker leesbaar. Een schande, vindt historicus Leo Balai, die onderzoek doet naar de trans-Atlantische slavenhandel. “Hij kan wel een opknapbeurt gebruiken, maar er is vanuit de gemeente kennelijk geen belangstelling voor de plaquette.”

Belangstelling voor zijn onderzoek en zijn boek is er wel, benadrukt Balai, die tijdens het schrijven van zijn in 2013 gepubliceerde boek Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel op het omstreden verleden van bewoners van tientallen panden aan de Herengracht stuitte. “Veel bewoners van de stadspaleizen uit de 17de eeuw aan de Herengracht hadden belangen in de slavenhandel. Wat dat betreft kan er voor veel panden aan de Herengracht een dergelijke ­plaquette worden neergelegd.”

Trans-Atlantische slavenhandel

De gedenksteen op de Herengracht 502 verwijst naar de bouwheer Paulus Godin, die mensen als slaven verkocht aan plantage-eigenaren in onder meer Suriname. Hij had een lange ­geschiedenis in zowel de trans-Atlantische ­slavenhandel als in het Aziatisch gebied, schrijft Balai. “Ik heb me altijd afgevraagd wie Godin en alle andere bewoners waren. Hoe zag hun leven eruit? Veel Amsterdammers kennen hun geschiedenis niet,” zegt de historicus.

Vanaf de bouw van het grachtenpand in 1672 tot aan 1927 waren de bewoners direct of in­direct betrokken bij de trans-Atlantische ­slavenhandel. Godin (1615-1690), koopman in linnen en wol, was bestuurder van de West-­Indische Compagnie (WIC) en directeur van de Sociëteit Suriname. Hij liet het grachtenpand in 1671 en 1672 bouwen.

Burgemeester Willem de Vlugt en zijn vrouw in de ambtswoning, circa 1935. Beeld Stadsarchief
Burgemeester Willem de Vlugt en zijn vrouw in de ambtswoning, circa 1935.Beeld Stadsarchief

Op de steen staat dat hij verantwoordelijk was voor het opkopen en verkopen van Afrikanen die tot slaven werden gemaakt. “Hij sloot op afstand contracten voor bijvoorbeeld de aanschaf van tienduizenden mensen, die later als slaven moesten werken. Hij verdiende er veel geld mee, maar was zelf nooit in Suriname geweest. Hij pleegde de misdaden niet zelf, maar hij, en zijn nazaten die tot 1804 eigenaar van het pand waren, droegen hier wel verantwoordelijkheid voor.”

Mensonterende omstandigheden

Een van die nazaten, Jean Godin, geboren in 1642, was eigenaar van de houtplantage Onverdagt in Suriname, later een koffieplantage. Aan het grachtenpand op de Herengracht 502 zelf noch aan het interieur is te zien dat het geld was verdiend met de slavernij. “Ze wisten wel dat zwarte mensen onder mensonterende omstandigheden moesten werken, maar zagen de ­slavenhandel puur als business. Slaven werden gezien als goederen. Ik ben geschrokken van die gevoelloosheid.”

In het boek Herengracht 502. Slaven­handel, geweld en hebzucht 1672-1927, dat Balai over het pand heeft geschreven, vertelt hij aan de hand van familie- geschiedenissen niet alleen over de onderdrukking in het Atlantisch gebied, maar ook over de misdragingen van de Nederlanders in het Aziatisch gebied, met name in Nederlands-­Indië.

De twee laatste bewoners, tussen 1907 en 1927, waren president-directeuren Jacob Cremer en Cornelis van Aalst van de Nederlandse Handel Maatschappij (NHM), een organisatie die berucht was om de koffieveilingen in Indonesië en de onderdrukking van het volk daar. Beiden hadden veel geld overgehouden aan hun ‘Indische verleden’, aldus Balai.

De laatste bewoner, Van Aalst, schonk het grachtenpand in 1927 als ambtswoning voor de burgemeester aan de gemeente Amsterdam. “Dat fascineerde me. Vanwaar deze schenking? Het roept nogal wat vragen op,” zegt Balai.

Tegenprestatie

In het archief van de NHM komt de schenking niet ter sprake, stelt Balai. “Van Aalst wilde graag door architect De Bazel een groot en mooi kantoor laten bouwen aan de Vijzelstraat. Er was een bouwhoogte van 21 meter afgesproken, maar Van Aalst wilde een pand van ongeveer 35 meter hoog. In het Hoorns Biografisch Woordenboek stond de reden zwart op wit: het was de tegenprestatie voor de coulante wijze waarop voor het nieuwe hoofdkantoor van de NHM ­tegen alle voorschriften in een bouwvergunning was verleend,” zegt Balai.

In het boek staat een foto waarin de Bazel, thans Stadsarchief, hoog uittorent boven de panden in zijn omgeving. Ook is er een foto van burgemeester Willem de Vlugt en zijn vrouw, die in 1927 hun intrek namen aan de Herengracht 502. Daarnaast is er een handgeschreven briefje van Van Aalst aan de burgemeester, gedateerd 7 september 1926, dat Balai in het Stadsarchief aantrof. “In het krabbeltje staat dat het geschonken pand uitsluitend de ambtswoning van de burgemeester mag zijn,” zegt Balai. Het briefje lekte voortijdig uit en er volgde een vergadering van de Amsterdamse gemeenteraad.

Balai: “De Vlugt was zo slim om daarbij niet aanwezig te zijn. Ik ben van plan om verder ­onderzoek te doen naar deze transactie. Ik wil precies weten hoe het in elkaar steekt.”

Stadspaleis

Historicus Leo Balai onderzocht voor zijn boek Herengracht 502 de geschiedenis van de bewoners van dit ‘stadspaleis’ voordat het in 1927 werd geschonken aan de gemeente Amsterdam als ambtswoning voor de burgemeester. Alle bewoners komen aan bod: vanaf de eerste bewoner Paulus Godin, die een fortuin maakte in de slavenhandel, tot aan de laatste, Cornelis van Aalst, een van de ­machtigste mensen van zijn tijd.

Leo Balai, Herengracht 502. Slaven­handel, geweld en hebzucht 1672-1927. LM Publishers, 144 blz., € 24,50.

Paulus Godin, portret uit 1674. Beeld RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis
Paulus Godin, portret uit 1674.Beeld RKD – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden