PlusAchtergrond

Hoe De Duivel uitgroeide tot hét hiphopcafé van de stad: ‘Dit moet een monument worden’

Eigenaar van café De Duivel: Daniel Eeuwens.Beeld Jakob Van Vliet

In 1992 begon Daniel Eeuwens café De Duivel, een klein en donker hok dat uitgroeide tot de hiphopambassade van Amsterdam. De toekomst van het legendarische café is onzeker, maar Eeuwens geeft niet zomaar op. ‘Zelfs geen pandemie bepaalt wanneer De Duivel stopt.’

Ik stop ermee, dacht Daniel Eeuwens (49) toen binnen een paar weken tijd zijn tent leegliep. Het is 1992 en hij heeft net café De Duivel geopend op de Reguliersdwarsstraat 87. Al snel begint hij de muziek te draaien waar hij als dertienjarige mee in aanraking kwam: hiphop. Sinds dat eerste TDK-bandje van Public Enemy liet het hem niet los en nu in z’n eigen zaak mag hij toch zeker draaien wat ie wil? Dat mag, maar de mensen blijven wel weg. “Het uitgaanspubliek in het centrum in die tijd verwachtte house, disco of rock, maar geen hiphop. Maar ik negeerde de opmerkingen van gasten, bleef hiphop draaien en daarmee joeg ik een hoop mensen weg, en werd het stil.”

Maar ondertussen groeit de rapcultuur en breekt Run-DMC in 1988 de Jaap Edenhal af. Er zijn concerten en er zijn feesten, zoals het populaire B-Boy Extravaganza in Paradiso (1991-1995), georganiseerd door Kees de Koning (49), oprichter van platenlabel Top Notch. “Het waren de jaren van een nieuwe glorietijd voor het genre”, ­vertelt hij. “Maar dat kwam echt helemaal los in de jaren negentig. Vanaf 1993 maakte ik met DJ Knowhow en 2Tall het radioprogramma Dutch Masters voor de VPRO. Dat was meteen ontzettend populair en na afloop gingen we altijd naar dezelfde plek, de hiphopambassade van Amsterdam: De Duivel.”

Guillaume Schmidt en Edson Sabajo (oprichters Patta) met tussen hen in Babs Gons, 1998.Beeld Yamandu Roos

Want er verandert iets, nadat het café eerst leegliep. Als een lopend vuurtje gaat het door de stad: er is een plek waar hiphop gedraaid wordt. Echte hiphop, goede hiphop. Eeuwens: “Bepaalde mensen pikten het op en een paar maanden later zat het stampvol. Er was geen concept, geen plan: gewoon de muziek en dat was genoeg. Er druppelden steeds meer liefhebbers binnen en daarmee werd het een afspiegeling van de stad. Alle geuren en kleuren kwamen binnen, en dat in een tijd waarin de Amsterdamse horeca heel erg gesegregeerd was. Maar de liefde voor hiphop bleek te verbinden.”

Draaien op colakratjes

Nu, 28 jaar later, bestaat De Duivel nog steeds en kijkt het terug op een nogal bewogen geschiedenis. In de krant kwam vooral het gedoe naar voren. Twee keer moest het café dicht na geweldsincidenten. Maar ondertussen bracht De Duivel ook samen, het verbond, verhief en voedde op. Door corona is het voortbestaan in gevaar gekomen. Een klein, donker, druk hok waar gedanst wordt: het is amper voor te stellen in deze tijd. Maar een wereld zonder De Duivel? Nog onvoorstelbaarder voor de liefhebber.

Vaste gast Niels Shoe Meulman maakt de graffiti voor Koninginnedag. Beeld prive-archief De Duivel

Een van die liefhebbers is Edson Sabajo (46), oprichter van Patta – sneakerwinkel, straatmodemerk en het geweten van de Amsterdamse straatcultuur. Maar dat is nu, in 1992 was hij nog een verlegen jongen die net begon als dj. “Ik draaide af en toe in een kledingzaak, Vibes. Tot iemand me vertelde over een nieuwe plek waar ze hiphop draaiden, een tent vlakbij het Rembrandtplein. Hij regelde dat ik er mocht draaien. Ik kwam binnen, het was ramvol en helemaal achterin – niet eens op een verhoging – stonden twee draaitafels op een paar colakratjes. Toen leerde ik wat draaien in De Duivel betekent: als je het hier kan, dan kan je het overal. Niks werkt zoals het moet werken, alles wat je thuis geoefend hebt kan overboord, mensen staan bovenop je neus en vinden overal wat van – echt een hel. Maar als het dan lukt, en je krijgt het voor elkaar om mensen te laten bewegen, dan kun je dit. Dan is alles daarna een gespreid bedje.”

Nog zo’n bezoeker van het eerste uur is rapper Brainpower (45). Toen nog met lange haren en altijd spa blauw. Een unieke meltingpot, noemt hij het café. “Een plek waar alles samenkwam en -komt, en all about hiphop. Ik scherpte er m’n skills in freestyle-sessies. Maar ik luisterde er ook, ik leerde er nieuwe dingen kennen. We hebben het over de jaren negentig hè? Geen Spotify, geen YouTube, gewoon helemaal geen internet. Maar ik had er alles voor over om nieuwe dingen te horen, en dat was hier te vinden. Dus op die manier kwam ik er ook: echt voor de muziek. Naast elkaar staand aan de zijkant en horen wat er gedraaid werd. Hoe komt ie eraan, wat is het? Ik heb er veel voor het eerst gehoord. Later ben ik er ook gaan draaien, elke week een avond met Edson. Met kratjes en sporttassen vol platen op de fiets door de stad, elke keer weer.”

Thuiskomen

“Het was geweldig om hier binnen te komen, op een plek waar je gewoon zwart mag zijn, zonder gedoe,” zegt schrijver en performer Babs Gons (48). “Opeens was er een café waar zwarte muziek gedraaid werd, waar zwarte cultuur vanzelfsprekend was. Dat was thuiskomen voor mij. Er kwamen natuurlijk ook genoeg witte mensen, maar dat bedoel ik: het maakte hier nu eens niet uit. Terwijl bruine kroegen in die tijd nog heel wit waren.”

Henk Schiffmacher schildert het dichtgetimmerde café, 1992.Beeld prive-archief De Duivel

Presentator Andrew Makkinga (37): “In een bruine kroeg voelde ik me niet altijd thuis, maar in De Duivel wél. Het werd een stamkroeg, en een stamkroeg kan een spiegel zijn. Soms ging ik lekker, soms ging ik slecht en in De Duivel werd dat dan meteen duidelijk. Als ik te hoog van de toren blies, dan werd ik er op m’n plek gezet. Maar ik kon er ook stoom afblazen, m’n hart luchten. Ik geloof niet dat ik ergens anders Amsterdam zó heb leren kennen als hier. Soms hard, maar uiteindelijk vol liefde en veilig.”

Veilig ja, hoewel De Duivel niet alleen lieverdjes trok. Als je muziek van de straat draait, dan komt de straat binnen. Dus kwamen er al snel lastige types uit Oost en de Bijlmer langs. “Daar heb ik meteen een understanding mee gemaakt,” vertelt ­Eeuwens. “Mijn tactiek was: meteen naar de grootste lopen en duidelijk maken: je bent nu in De Duivel, niet kloten hier. ­Trillende handjes had ik dan, maar ik kan doen alsof ik niet bang ben. Ik dacht: dit zijn míjn zestig vierkante meter en die verdedig ik met hand en tand. En het werkte: ik kreeg er respect voor terug.”

Sabajo: “Ik kan wel begrijpen dat mensen het een spannende plek vinden. Zeker in de jaren negentig, toen het nog blauw stond van de rook, zo’n donker hol met de bass heel hoog. Maar er is hier altijd ­sociale controle geweest. Van het personeel én van de vaste gasten.”

Brainpower: “Er werd onderling veel opgelost. Een beetje bijdehand doen hoorde erbij, maar als er iets niet goed zat, werd er meteen genivelleerd. Ga even met elkaar praten, luister even wat hij bedoelt. Op die manier werd een hoop ontzenuwd en gedeëscaleerd. Ik durf te zeggen dat ze van die aanpak nog veel kunnen leren in de politiek. “

Gangsters en gajes

Gons herinnert zich die keer dat ze in haar kont geknepen werd. Haar vriendinnen zeiden het tegen de barman van dienst en die bonjourde de kontknijper naar buiten met een levenslang Duivelverbod aan z’n broek. Ze zagen hem nooit meer.

Kees de Koning, Koninginnedag 1994 op de Hell’s Kitchen Blockparty (vroeger groot open terrein achter de Duivel waar nu Pathe bioscoop staat).Beeld prive-archief De Duivel

Des te pijnlijker dat het café twee keer voor maanden is gesloten door de burgemeester vanwege geweldsincidenten. Gons schreef daarover in een ode aan De Duivel: ‘En het wapen van één man maakte van ons allemaal gangsters en gajes in plaats van de studenten, kunstenaars en muziekliefhebbers die we waren.’

Eeuwens: “Het voelde als heel onrechtvaardig omdat het leek te gaan om wat voor muziek er gedraaid werd. Deze plek werd verkeerd begrepen, ze zagen het als een soort boevenhol. Terwijl er zoveel liefde voor was en is. Toen ze de eerste keer het café met hout hadden dichtgetimmerd, kwam Herman Brood – stamgast – een paar uur later met blikken verf aanrijden op z’n scootertje en begon het houtwerk te schilderen. Er kwam pers, honderden mensen en later nog een benefietavond in de Melkweg. Bij de tweede sluiting schreven honderden mensen brieven naar burgermeester Van der Laan om uit te leggen wat De Duivel voor hen betekent. Die verhalen heb ik met tranen in m’n ogen gelezen.”

Wereldberoemde klandizie

Sabajo: “Waar ik echt respect voor heb, is dat er geen concessies zijn gedaan na die sluitingen. Je zou kunnen zeggen: fuck it, ik ga wel loungemuziek draaien en dat is het dan. Maar De Duivel is gewoon altijd De Duivel gebleven. Met hiphop als verbinder, niet als probleem.”

En hoe divers was het pluimage. ­Herman Brood dus, bijvoorbeeld. Elders dronk hij Grand Marnier maar in De Duivel altijd het huisdrankje: tequila gold met een sinaasappelschijf en kaneel – en dan nooit ééntje. “Hij kwam hier graag, soms wel drie avonden per week,” zegt Eeuwens. “Het ging zelfs zo ver dat hij hier binnenliep toen in de Roelof Hartstraat zijn eigen café werd geopend. Had ie geen zin in, dus heeft hij hier aan de bar de hele avond tequila gedronken.”

Nog zo’n terugkerende klant: Henk Schiffmacher, die tevens het logo ontwierp. Hij bracht nogal eens wereldberoemde klandizie binnen. Dat ging zo: eerst een tattoo zetten en dan vol laten lopen in De Duivel. Vraag maar aan de leden van de Red Hot Chili Peppers – drummer Chad Smith kwam vaker. Cypress Hill ook.

Wu-Tang Clan

Nog even door dan: KRS-One, De La Soul, Public Enemy. Questlove, de drummer van The Roots heeft er gewoon een avond platen gedraaid. En dan was er nog Ol’ Dirty Bastard (Wu-Tang Clan), die zoveel gedronken had dat zijn management de volgende dag belde: of ze wisten waar hij was. Hij is gevonden, maar zijn concert in Duitsland die dag ging niet door.

Of die keer dat raplegende Guru van Gang Starr begon te flirten met het meisje van Eeuwens en die laatste hem pas herkende toen zijn collega hem aanwees op een cd-hoes. Legendarisch is ook Akwasi’s sprong van vijf meter hoogte in het publiek, Koninginnedag 2015. Over die Koninginnedagen gesproken: legendarisch. Op het toen braakliggende terrein achter Tuschinski werd de hiphopdroom geleefd: een blockparty tussen de afgebrokkelde muren vol graffiti – van Niels Shoe Meulman, ook vaste gast en later wereldberoemd geworden met zijn ­calligraffiti.

Er was geen concept, geen plan: gewoon de muziek en dat was genoeg.Beeld prive-archief

Het zijn sterke verhalen, absoluut, maar in het overtoepen der Duivel-anekdotes wint Babs Gons met straatlengte voorsprong. Zij raakte er op een avond in 1998 aan de praat met de dj – die ze écht lekker vond draaien trouwens – om er vervolgens achter te komen dat hij dezelfde voor- en achternaam had als haar vader. Hij bleek haar halfbroer te zijn, die ze daar voor het eerst ontmoette. “Ik weet niet veel meer van wat we daarna allemaal besproken hebben, maar wel dat ik elke drie seconden zei: wat bizar dit. Bizar.”

De Koning: “Maar zoals het hoort bij een goede kroeg: herinneringen vervagen, zeker na zoveel jaar. Dus ik weet het eigenlijk niet meer, welke avond ik daar nu met Redman zat, of met Ol’ Dirty Bastard. Of hoe vaak. Maar wat ik wel weet: alles kon in De Duivel, dus je kan iets bedenken en het zal wel gebeurd zijn ook.”

Maar of er nog veel aan die geschiedenis toegevoegd wordt, is de vraag. De ­Duivel heeft het moeilijk. Het is geen plek voor anderhalve meter afstand. Patta zamelde al geld in met een benefietavond – digitaal – en een speciaal T-shirt. Maar of het genoeg is?

De Koninginnedagen in de straat waren legendarisch.Beeld prive-archief De Duivel

Hiphop mag veranderd zijn, De Duivel is dat niet. Dat is nog altijd zestig vierkante meter rauwe, onversneden Amsterdamse straatcultuur, soms gruizig maar altijd oprecht en gelaagd. “De Duivel zou een monument moeten worden”, zegt Brainpower. “Met metalen plaatjes aan de muur of op de bar, met wie er gezeten heeft, welke pionier of smaakmaker.” ­Eeuwens: “Mijn zoon is nu twaalf en die kan niet wachten tot ie hier achter de bar kan staan. Ik weet niet of het zover komt, maar ik heb mezelf altijd één ding voorgenomen: niet de burgemeester, niet de ­politie, zelfs geen pandemie bepaalt ­wanneer De Duivel stopt. Dat beslis ik zelf. En wat mij betreft is dat nog lang niet.”

Op het braakliggende terrein achter Tuschinski werd de hiphopdroom geleefd, 1994.Beeld prive-archief De Duivel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden