Plus Achtergrond

Hoe de Amsterdamse middenklasse in de knel raakte

Terwijl Amsterdam floreert, zit de middenklasse in de knel. Op Prinsjesdag zal het kabinet financiële hulp bieden, maar dat is niet genoeg. ‘Alle pilaren wankelen onder het bestaan van de middenklasse.’

‘Ze trekken weg en elke dag rijdt een grote groep loodgieters, leraren en verplegers de stad weer in.’ Beeld Ted Struwer

Nederlanders zijn over het algemeen tevreden met hun leven, zo meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau deze week, maar de mate van tevredenheid verschilt nogal. Die hangt af van opleiding, afkomst en inkomen.

De middenklasse – die bestaat uit, pak ’m beet, verplegers, docenten, loodgieters en middelbaar opgeleide ict’ers – is minder tevreden dan voorheen. Natuurlijk, deze groep geeft zijn leven nog altijd een 7,8 en zit dus niet depressief op de bank televisie te kijken, maar in 2008 waardeerde de middenklasse haar tevredenheid nog met een 8,0. Dat is opvallend, want in 2008 was het crisis, viel de Amerikaanse bank Lehman Brothers om en zat Nederland in een recessie.

Nu zitten we in, wat men noemt, economische hoogtijdagen. De werkloosheid neemt af. Toch zijn al die mensen die we scharen onder de middenklasse minder tevreden.

“De middenklasse zit knel,” zegt Arjan Vliegenthart, directeur van het Nibud, instituut voor geldzaken en voormalig wethouder van Amsterdam.

Hoe kan dat?

Misschien eerst goed om de middenklasse te definiëren en dat is lastig zat. Deze groep is veel diverser dan vroeger. Verplegers en docenten zijn ongeveer het cliché van de middenklasse, maar ook nieuwe beroepen behoren tot deze groep. Bij ict-bedrijven werken beginnende internetontwerpers en niet iedere expat bij een boekingssite verdient direct enorme bedragen. De definities verschillen, maar over het algemeen behoren inkomens tussen 36.000 en 55.000 euro bruto per jaar, inclusief vakantiegeld, tot deze groep.

Een deel van het ongenoegen heeft een economisch karakter. De middenklasse leest in de krant dat het beter gaat met de economie, maar merkt daar zelf weinig van. Vaste lasten, zoals huur, gas en licht, vreten vooral bij middengroepen een relatief groot deel van het inkomen op, blijkt uit onderzoek van het Nibud.

Aangewezen op vrije sector

Een gezin met een modaal inkomen in een huurhuis is ruim 60 procent van het inkomen kwijt aan vaste lasten. Voor alleenstaanden is dat zelfs meer dan 65 procent.

Bij hogere inkomens is dit veel lager, minder dan 45 procent. Ook bijstandsgerechtigden houden een groter deel van hun, verder schamele, inkomen over: ongeveer 50 procent.

Dit komt doordat de middenklasse overal naast grijpt, zegt Vliegenthart, “Kopers hebben hypotheekrenteaftrek, huurders niet,” zegt hij. En bijstandsgerechtigden krijgen weer allerlei toeslagen.

Vooral in Amsterdam zitten de midden­groepen klem. Ze verdienen te veel voor sociale huur en te weinig voor een koophuis en zijn veelal aangewezen op de vrije sector, waar de huren snel stijgen. “In Amsterdam zijn nauwelijks middeldure woningen verkrijgbaar. Wie voet aan de grond wil krijgen, heeft het erg lastig,” aldus Vliegenthart.

Niet voor niets zal de middenklasse komende dinsdag, op Prinsjesdag, een belangrijke rol spelen in de troonrede. Het kabinet kondigt dan bij monde van de koning aan de koopkracht van deze groep te herstellen.

Even naar de chinees

Meer koopkracht is onvoldoende om de positie van de middenklasse te herstellen, zegt Monique Kremer, bijzonder hoogleraar aan de UvA en een van de auteurs van De val van de middenklasse, een publicatie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). “Er is veel meer aan de hand dan koopkracht die achterblijft.”

Naast koopkrachtverlies is onzekerheid het grootste probleem voor de middenklasse. Onzekerheid over hun vaste baan, huisvesting en de toekomst, vooral die van de kinderen.

“Alle pilaren onder het bestaan van de middenklasse zijn wankel,” zegt Kremer. Vaste banen zijn schaars, flexibele contracten zijn zo langzamerhand de norm. Huisvesting is vaak onbetaalbaar en de toekomst is om tal van rede­nen onzeker.

Het is niet zo dat deze Nederlanders zulke hoge eisen stellen aan het leven dat teleurstelling en ontevredenheid onvermijdelijk zijn, zo blijkt uit de WRR-publicatie van Kremer. Ze hoeven heus niet instagrammend de wereld rond te reizen, ze snappen dat een kast van een huis onbereikbaar is. Hun werk moet het liefst een beetje interessant zijn, maar vormt geen essentieel onderdeel van hun identiteit.

De ‘belofte’ van de middenklasse bestaat volgens Kremer uit een vaste baan, voldoende middelen om de kinderen op te voeden en een duwtje richting hun toekomst te geven, een leuk huisje en, wie weet, een beetje sparen. Het is een drieluik van stabiliteit, vastigheid en weinig risico’s. Of, zoals een 48-jarige Amsterdamse het verwoordt in de publicatie, ‘voldoende ruimte om gewoon even wat bij de chinees te kunnen halen zonder gelijk in de financiële problemen te komen’.

Betrokken bij de buurt

In Amsterdam is de middenklasse een uitstervend ras. Deze groep is allang gevlucht naar Purmerend, Zaanstad of elders in de regio. Volgens de recentste gegevens van de gemeente Amsterdam bestaat slechts 19,6 procent van de bevolking uit middeninkomens. In 2011 was dat nog 21 procent. In heel Nederland beslaat de middenklasse ongeveer de helft van de bevolking, waarbij aangetekend dat Amsterdam een krappere definitie hanteert.

De stad merkt de effecten: midden­klasse­gezinnen verlaten de stad, die ze te duur of niet meer passend vinden. En elke dag rijdt een grote groep leraren, verplegers, loodgieters de stad weer in. Broodnodig, want Amsterdam heeft deze mensen onvoldoende in huis.

Het is een gemis voor de stad, zegt Vliegent­hart, tot vorig jaar wethouder Sociale Zaken. “De middengroep bestaat uit mensen die op het schoolplein staan, die vrijwilligerswerk doen, die zorgen voor een diverse stad. Ze vormen het cement van de stad, zijn betrokken in de buurt.”

Kremer sluit zich hierbij aan: “De middenklasse is essentieel voor de stad.”

Geen wonder dat het Amsterdamse stads­bestuur zwaar inzet op de bouw van middeldure woningen, al komt die zeer moeizaam op gang. Leraren en verplegers krijgen inmiddels voorrang op een beperkt aantal betaalbare huur­woningen. Wat Vliegenthart betreft zou de stad deze voorrangsregel moeten uitbreiden. “Maar de belangrijkste re­medie is meer bouwen voor middeninkomens. Al is dat in Amsterdam een zware opgave.”

Wat is de middenklasse?

Middenklasse, modaal, Jan met de Pet, Jan Modaal, middeninkomens, middelbaar opgeleiden, middenkader; de termen waarmee we de helft van de Nederlandse bevolking proberen te definiëren zijn talrijk. Het toont ook aan hoe divers deze groep is.

“Eigenlijk is het heel moeilijk om iets algemeens te zeggen over zo’n grote groep,” zegt hoogleraar Monique Kremer. “We proberen er ook steeds bij te zeggen over wie we het precies hebben.”

Eén algemene definitie van de middenklasse ontbreekt. Sommige gaan over inkomen. Het Nibud beschouwt Nederlanders met een modaal – circa 36.000 euro bruto per jaar – tot anderhalf modaal inkomen tot de middenklasse. Ook de gemeente legt de grens bij anderhalf keer modaal. De WRR gaat uit van een grotere inkomensgroep, van 20.000 tot 65.000 euro netto per jaar.

Andere definities gaan over opleidingen. De middenklasse bestaat dan uit de middelbaar opgeleide Nederlanders. Ook het beroep kan bepalend zijn: verplegers, docenten en agenten wel, ict’ers niet. Loodgieters wel, weg- en waterbouwkundigen niet.

De middenklasse valt ook te onderscheiden aan de hand van levensstijl: huisje, boompje, beestje, niet te veel risi­co’s, sparen voor een goede toekomst voor de kinderen. Maar dit is de meest ingewikkelde en generaliserende variant, met laatdunkende trekjes.

‘We vallen in de groep die niets meer van de overheid krijgt’

“We moeten elke maand weer puzzelen,” zegt Fatima Afkir (41). Zij woont met haar man en vier kinderen op het KNSM-eiland in Amsterdam. Met haar werk als peuterjuf verdient Afkir 1800 netto in de maand, haar man, die werkt als beveiliger op Schiphol, brengt maandelijks 2200 euro binnen.

“Daarmee vallen we in de groep die niets meer van de overheid krijgt,” zegt Afkir. “We krijgen bijvoorbeeld geen zorgtoeslag, we mogen niet in een sociale huurwoning, hebben geen recht op een stadspas, maar meekomen met alles is met ons inkomen ook niet mogelijk.”

Wat is alles? “Afgelopen zomer moest ik bijvoorbeeld kiezen: of op vakantie of het huis opknappen waar we sinds kort wonen.” Afkir koos voor het laatste, maar moest halverwege toch stoppen vanwege de finan­ciën. “Ik heb twee kinderen die naar de middelbare school gaan. Die hebben allebei een iPad nodig voor school, ik moet de overblijf voor de twee jongsten betalen en de zwemlessen à 40 euro per maand. We betalen ruim 300 euro voor onze zorgverzekering en voor gas, water en licht, daar komt nog de afvalstoffenheffing bovenop en

1030 euro aan huur per maand, omdat we met ons inkomen in de particuliere sector moeten huren.”

“Het is veel geld, maar we kunnen niet anders. Ja, of we moeten de stad uit, maar we hebben ons werk hier, de kinderen en wij zijn hier geboren en getogen.”

Dan hebben de oudste twee ook nog een beugel. “Ze zijn verzekerd tot een bepaald bedrag, de oudste is daar overheen en je gaat niet zeggen: haal die beugel er maar eerder uit. Dus dat is weer 40 euro extra voor elke driewekelijkse controle.”

Afkir wil niet klagen.

“We zijn gelukkig allemaal gezond. We hebben een huis en eten, maar het is wel heel oneerlijk als je dag in, dag uit hard werkt en nog steeds elk dubbeltje moet omdraaien. Je gaat je bij alles afvragen: is dit wel nodig? Even naar de film in de vakantie, naar het zwembad met de kinderen of uit eten, dat kan maar sporadisch.”

“Ik moet nadenken welke kosten er nog aan­komen. Als mijn was­machine nu kapotgaat, kan ik inder­daad geen nieuwe ­kopen. Dan is er de ouderbijdrage voor school, die is dan wel vrijwillig, maar toch. Ik wil dat mijn kinderen meekunnen op schoolreisje.”

Raounak Khaddari

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden