PlusAchtergrond

Hoe Amsterdam een stevige vinger in de pap van de slavenhandel had

Tussen de 16de en de 19de eeuw speelde Amsterdam een belangrijke rol in slavenhandel en slavernij. Een aantal voorbeelden uit het dinsdag gepresenteerde boek De slavernij in Oost en West. 

Een bezoeker bij het Nationaal Monument Slavernijverleden tijdens de nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Oosterpark.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

De mondiale handel vanuit Amsterdam ging van start tegen het einde van de 16de eeuw. De Compagnie van Verre, opgericht door negen Amsterdamse kooplieden, stuurde een vloot onder leiding van Cornelis de Houtman naar Azië. De initiatiefnemers stamden uit voorname families. Reynier Adriaensz Pauw maakte zelfs deel uit van het vroedschap. De Amsterdamse predikant en geograaf Petrus Plancius leverde kaarten aan voor de reis en ook het boek Itinerario van Jan Huygen van Linschoten ging mee aan boord. Daarin onder meer een advies over de slaven en slavinnen uit Mozambique, volgens de schrijver door hun kracht geschikt om ‘het vuijlste ende grofste werck te doen’.

Opstand

In 1707 brak een opstand uit op de plantage van Jonas Witsen, stadssecretaris van Amsterdam, bewoner van de Gouden Bocht en neef van de bekende regent Nicolaes Witsen, die dertien keer burgemeester was van de stad en betrokken was bij de VOC, de WIC en de Sociëteit van Suriname, die het land en de plantages bestierde. De opstand brak uit omdat Jonas Witsen de vrije zaterdag afschafte en de werktijden van de tot slaaf gemaakten opvoerde. De opstand werd met geweld onderdrukt en de leiders werden ter dood veroordeeld. Ze moesten langzaam worden verbrand en met gloeiende nijptangen geknepen tot de dood erop volgde. Daarna moesten de hoofden op stokken worden gespiest, in naam van de Staten-Generaal en van de Sociëteit van Suriname, waarvan de gemeente Amsterdam mede-eigenaar was.

Bestuur VOC

Amsterdamse bestuurders hadden de belangrijkste stem in het bestuur van de VOC, die zich in 1615 schaarde achter het advies van de Amsterdamse koopman Jacques l”Hermite en Jan Pietersz Coen uit Hoorn om de Banda-eilanden te ‘destrueren en te verwoesten’. Vanuit Amsterdam werd de agressieve koers van Coen bepaald, die leidde tot verwoesting van Jakarta en de volkerenmoord op de Banda-eilanden, waarbij de 10.000 tot 15.000 inwoners werden vermoord of verdreven. Na deze slachtpartij werd de economie op Banda ingericht op slavernij. De geteelde nootmuskaat en foelie maakten Amsterdam tot een Europees centrum in de specerijenhandel.

Ten tijde van de eerste West-Indische Compagnie (1621-1674) was het de Amsterdamse afdeling die de infrastructuur ontwikkelde voor de slavenhandel. Onderhandelaars werden uitgestuurd naar Afrika om lokale vorsten om toestemming te vragen voor het bouwen van forten langs de kust van Benin, Senegal en Ghana. De Amsterdamse Kamer leverde bijvoorbeeld de hand- en polsboeien waarmee opstandige tot slaaf gemaakten aan boord konden worden vastgezet. Om de mensenhandel buiten de WIC aan banden te leggen, besloten de bestuurders in Amsterdam om alle slaven op Curaçao te brandmerken.

Van de 374 Amsterdamse burgemeesters en schepenen, die de stad bestuurden van de eind 16de tot eind 18de eeuw, was bijna de helft bewindvoerder van de VOC, de WIC of directeur van de Sociëteit van Suriname, die alle drie een belangrijke en directe rol speelden in de slavenhandel. Onder de burgemeesters was dat zelfs meer dan de helft. Onder deze notabelen zaten diverse generaties van bestuurdersgeslachten als Witsen, Van Collen, Backer, Geevinck, Hinloopen, Van de Pol en Deutz. De Amsterdamse burgemeesters hadden ook persoonlijke belangen in slavernij en gebruikten hun positie ook om de slavenhandel te beschermen en te rechtvaardigen.

Kinderen

De slavenhandel strekte zich ook uit tot kinderen. De WIC waarin het Amsterdamse stadsbestuur was betrokken, telde slaven niet in mensen, maar per stuk. Iedereen tussen 15 en 36 jaar was ‘één stuk’. Jongere kinderen waren twee derde of een derde stuk. Uit contracten van de Amsterdamse handelaren Jochem Matthijs en Coenraad Smitt, in de tweede helft van de 18de eeuw, blijkt dat zij kapiteins de opdracht gaven 320 jonge slaven te verkopen voor minimaal tachtig- tot honderdduizend gulden. Voor hogere opbrengsten kregen de kapiteins een premie.

In 1753 introduceerde de Amsterdamse burgemeester Willem Gideon Deutz het negotiatiesysteem, een investeringsfonds voor de plantages in de koloniën. Investeerders brachten geld in waarmee plantages konden worden opgezet of uitgebreid. De geldstroom verliep via een fondsdirecteur die zijn investeerders een hoog rendement beloofde. Het starten van een plantage was een kostbare aangelegenheid, met name door de kosten van de tot slaaf gemaakten die doorgaans een derde van de waarde van de plantage vertegenwoordigden. De planter moest in ruil voor de investering zijn inkopen doen in Amsterdam, en ook de producten van de plantage weer in de stad verkopen. Zo vloeide de investering terug in de lokale economie.

Jacob Baron de Petersen (1703-1780) is een van de vele stadsbestuurders die ook carrière maakten als WIC-ambtenaar en slavenhandelaar. Hij was gelieerd aan de Amsterdamse regentenfamilie Bicker, die ook burgemeesterschap combineerde met slavenhandel en bezit van plantages. De Petersen, die het ver schopte binnen de WIC, handelde ook zelf in slaven en was eigenaar van plantages. Zoals veel andere Amsterdamse regenten investeerde ook hij in transporten van slaafgemaakten. Hij groeide uit tot een van de meest gefortuneerde Amsterdammers.

Over de slavernij in Suriname, de Antillen en Brazilië is veel gepubliceerd, maar minder bekend zijn de activiteiten van Amsterdamse bestuurders en handelaren in Zuid-Azië. In de zeventiende eeuw werden naar schatting 100.000 tot slaaf gemaakten uit India overgebracht naar Batavia, Ceylon en Zuid-Afrika. Het ging om mensen die door lokale oorlogen in gevangenschap waren beland en werden verkocht aan de handelaren uit Nederland. In tijden van hongersnood kwam het voor dat ouders kinderen aanboden. Voor de handel was een certificaat verplicht waarin het eigendom werd bevestigd. Deze papieren konden worden verkregen op de kantoren van de VOC. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden