PlusAchtergond

Historisch Amsterdam rook naar tabak, chocola en urine

Gezicht van het Damrak naar de Vismarkt op de Damsluis, begin 17de eeuw. Hoe zou het hebben geroken?  Beeld Visscher, prent Claes Jansz
Gezicht van het Damrak naar de Vismarkt op de Damsluis, begin 17de eeuw. Hoe zou het hebben geroken?Beeld Visscher, prent Claes Jansz

Hoe ruikt de geschiedenis? Een Europees onderzoek gaat geuren van vroeger in kaart brengen en reproduceren. Op de planning staat onder meer een geurtoer door oud Amsterdam.

De suikerbakker, de bierbrouwerij, de visbank en niet te vergeten de grachten: het Amsterdam van de zeventiende eeuw had een uitgebreid repertoire aan geuren in de aanbieding. Volgend jaar wordt het mogelijk dat oude Amsterdam nog eens op te snuiven tijdens een geurtoer door de historische binnenstad. “Het stereotype wil dat het vroeger vreselijk stonk in de stad,” vertelt Inger Leemans. “Er waren beslist uitdagende geuren, zoals de baden met urine waarin de leerlooier zijn huiden liet weken. Maar het rook ook naar tabak, koffie en chocolade. Dat willen we allemaal laten ruiken.”

Odeuropa

De geurtoer is een van de actiepunten op het lijstje van Leemans, hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de VU en projectleider van een nieuwe onderzoeksgroep van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen die zich bezighoudt met de Nederlandse cultuur en identiteit. De komende vijf jaar coördineert de Amsterdamse ook een onderzoek met de naam Odeuropa. Dat klinkt als een nieuwe luchtverfrisser, maar is in werkelijkheid een groot Europees onderzoek naar de geur van het Europees erfgoed. Centraal staat de vraag: hoe rook het vroeger?

De Europese Unie heeft bijna 3 miljoen euro vrijgemaakt voor het onderzoek, dat in vijf lidstaten wordt uitgevoerd. Leemans: “Er is de afgelopen jaren heel veel geld geïnvesteerd in de digitalisering van historische collecties. Er is op allerlei plekken in Europa een schat aan informatie beschikbaar, maar het blijft weinig tastbaar omdat een gemeenschappelijk verhaal ontbreekt. Het geurenonderzoek moet daar verandering in brengen. Geur is een perfect middel om de aandacht te vestigen op het grote verhaal van de Europese geschiedenis en cultuur.”

Europese geurenbank

Het onderzoek valt uiteen in een aantal onderdelen. Met behulp van speciaal ontwikkelde software gaat de computer in de eerder genoemde historische collecties op zoek naar geuren. “We gaan de computer leren ruiken,” vertelt Leemans. “Dat is een heel complex proces. De computer is gewend om plaatsen, mensen en sentimenten op te sporen, maar nu gaat hij ook op zoek naar allerlei verwijzingen naar geuren. Dat moet uiteindelijk leiden tot een Europese encyclopedie van geuren. Wat waren de specifieke geuren in Slovenië? Welke geuren waren typisch Frans of Brits?”

Daarnaast komt er ook een Europese geurenbank. Leemans: “Dat doen we samen met de geurindustrie die een ongelooflijk repertoire aan geuren heeft en ook ontzettend goed is in het samenstellen van geuren. Het plan is om dramatische geurmomenten uit de geschiedenis te reconstrueren en te recreëren. Hoe rook het op een VOC-schip? Hoe rook de eerste stoomtrein? Maar ook: wat rook Frans Hals toen hij een stilleven met bloemen schilderde?” De verzamelde geuren kunnen worden ingezet in musea en bibliotheken, maar ook dienen als instrumentarium voor een excursie door oude steden.

Het onderzoek moet ook inzicht verschaffen in wat Leemans omschrijft als de geurstrategie van onze voorouders. “De mensen leerden prettige geuren te gebruiken om de kwalijke dampen tegen te gaan. Dat gebeurde met bij voorbeeld poeder, kruiden, rook van hars en teer of reukwater. Een kwalijke reuk werd beschouwd als een teken van ziekte. In het sociale verkeer was het dus belangrijk om lekker te ruiken. Geur had ook een religieuze betekenis. In de kerken werden wierook en kaarsen gebrand. Ik hoop dat ons onderzoek vooral de enorme rijkheid aan geuren laat zien.”

Heeft de hoogleraar zelf een favoriete geur? “Ik heb nu vooral even een niet-favoriete geur, als dat ook mag. Mijn man heeft in huis gemorst met een chemisch goedje, isobutyl-quinoline, een behoorlijk significante geur. Waar ik erg van kan genieten is de geur van aarde en water. We wonen in Buitenveldert en daar zijn veel open stukken met water. Dat vind ik een heerlijke lucht. Dat is trouwens ook een van de gunstige effecten van de coronacrisis. Dat we ons toch een beetje meer bewust zijn geworden van hoe belangrijk het is om te kunnen ruiken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden