Plus Interview

Historicus: ‘Amsterdamse bestuurders wisten dat slavernij niet deugde’

Amsterdam heeft alle reden excuses aan te bieden voor de prominente rol die de gemeente vervulde in het slavernijverleden, vindt historicus Karwan Fatah-Black.

Karwan Fatah-Black (35), historicus aan de universiteit Leiden. Beeld Jussi Puikkonen/KNAW

Amsterdam had een grote betrokkenheid bij de toenmalige kolonie Suriname en speelde een belangrijke rol bij de slavenhandel, blijkt uit onderzoek van Fatah-Black, verbonden aan de Universiteit van Leiden.

Hij reageert op de wens van een ruime meerderheid van de gemeenteraad dat Amsterdam in 2020 excuses gaat aanbieden voor zijn rol in het slavernijverleden. Wethouder Rutger Groot Wassink is positief, maar wil eerst laten onderzoeken waarvoor de gemeente precies excuses aan moet bieden.

Amsterdamse ondernemers

Onlangs publiceerde Fatah-Black een boek over de Sociëteit van Suriname, die de spil vormt van de Amsterdamse betrokkenheid. De gemeente was een van de drie eigenaren van deze Sociëteit, het bedrijf dat tussen 1683 en 1795 Suriname bestierde. De andere twee aandeelhouder waren de West-Indische Compagnie en de familie Van Aerssen van Sommelsdijck.

“Het vroedschap, de voorganger van de gemeenteraad, heeft onderzocht of Amsterdamse ondernemers het zagen zitten om Suriname over te nemen van Zeeland,” zegt Fatah-Black. “De kolonie stond op het punt ten onder te gaan. Die ondernemers vonden het wel interessant, met name vanwege de handel in suiker en de mogelijkheden om schepen te bouwen voor de reizen naar Suriname.”

De Sociëteit sloeg het verzet van de inheemse bevolking neer, zette suikerplantages op en maakte een begin met de handel in slaven die daar moesten werken. Vanaf 1683 was dit bedrijf verantwoordelijk voor het transport van duizenden mannen, vrouwen en kinderen uit Afrika naar Suriname. De sterfte was enorm.

Het ging om de winst

De Sociëteit bestuurde Suriname als een bedrijf: het ging in eerste en enige instantie om de winst. Voor andere, menselijke zaken, was nauwelijks belangstelling. De bevolking van Suriname moest hoofdgeld betalen en dat vloeide rechtstreeks in de kas van de Sociëteit.

De Amsterdamse bestuurders, onder wie burgemeesters, waren uitstekend op de hoogte, zegt Fatah-Black. Het besluit om Afrikaanse slaven naar Suriname te verschepen was zonder verdere discussie genomen, blijkt uit de notulen. 

“Ze wisten niet alleen van de slavenhandel, maar hadden ook het morele besef dat dit niet deugde. In die tijd waren er al predikanten die zeiden dat het echt niet kon. De stad was zelf al slaafvrij, maar de gemeente heeft de keuze gemaakt om slavernij wel overzees toe te staan,” zegt Fatah-Black, die studeerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Volgens hem zou nader onderzoek gedaan kunnen worden naar de exacte betrokkenheid van Amsterdam bij de Vereenigde Oostindische Compagnie en de West-Indische Compagnie, die ook een grote rol speelden in slavenhandel.

Excuses van Amsterdam voor het slavernijverleden zouden een heel belangrijk gebaar vormen, zegt Fatah-Black. “Dat is erkenning. Ik denk dat er een last van de schouders zal vallen bij de nazaten.” Na de afschaffing van de slavernij is dit onderwerp heel lang niet besproken. “Vele generaties nazaten hebben nooit enige erkenning gekregen.”

Voortouw nemen

De laatste jaren heeft slavernij een grotere plek gekregen in onze geschiedenis. De plaatsing van het monument in het Oosterpark was belangrijk, vindt Fatah-Black, net als de vermelding in de canon van de Nederlandse geschiedenis en de aanwezigheid van koning Willem-Alexander en koningin Máxima bij de herdenking van de afschaffing van slavernij. 

Maar excuses ontbreken vooralsnog. Fatah-Black vindt het logisch dat Amsterdam het voortouw neemt, als hoofdstad, maar ook vanwege de langdurige slavernijgeschiedenis. “We zijn trots op de Gouden Eeuw, maar een samenleving wordt beter als ze ook de negatieve aspecten va de geschiedenis erkent.”

Nationaal Monument Slavernijverleden in het Oosterpark. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden