PlusDe Puinruimers

Hier zijn ze de hele zomer druk met het inhalen van uitgestelde operaties

Chirurg Marlies Schijven Beeld Nina Schollaardt
Chirurg Marlies SchijvenBeeld Nina Schollaardt

Terwijl Nederland vakantie viert, zijn er mensen heel druk met het puinruimen van de pandemie. Een zomer bikkelen om wachtlijsten en achterstanden weg te werken. Vandaag deel 2: de chirurg die druk is met uitgestelde operaties.

Chirurg Marlies Schijven (51) verlaat met een beker latte macchiato de koffiezaak in het ­ziekenhuis, kijkt achterom en concludeert ­tevreden: “Er staat weer een rij!” Ze staat op het Voetenplein in Amsterdam UMC, locatie AMC. Overal mensen, patiënten, bezoekers, dokters in witte jassen. “Het lééft weer,” zegt Schijven. “Ik heb fotootjes van momenten dat ik hier rondliep en dat het he-le-maal leeg was. De ­publieke ruimtes waren verlaten, maar de ­verpleegafdelingen lagen vol. Een ziekenhuis dat leeg oogt, maar aan de binnenkant overstroomt, dát is een rare contradictie.”

Nu alles weer normaal lijkt, is er een nieuwe ­situatie ontstaan. De ziekenhuizen in het land ogen bijna weer als vanouds. Toch stromen ze nog steeds over. Ze zien door de oplopende besmettingen de aanwas van covidpatiënten groeien. Ook moeten zeker 140.000 uit­gestelde operaties begin 2022 zijn ingehaald, een volgens velen welhaast onmogelijke opdracht doordat veel personeel thuis zit – ziek vanwege de nasleep van een covidinfectie, uitgeput of, eindelijk, met een welverdiende ­vakantie.

Whizzdokter

Hoe complex de puzzel van de inhaalzorg is, zal Schijven zo in haar kamer toelichten, maar eerst stapt ze stevig door richting haar kantoor. “Kijk, hier heb ik laatst meegeholpen met het vaccineren van de medewerkers. Onwijs leuk vond ik het. Als je tijden incidenteel patiëntencontact hebt en bij gods gratie af en toe een dagje mag opereren, dan is het heerlijk om een hele dag mensen te prikken. Het doet ook wat met een dokter als je niet meer aan je patiënten toe komt.”

Schijven is behalve een supergespecialiseerde chirurg, ook de whizzdokter van het Amsterdam UMC. Ze ontwikkelt apps, begeleidt innovaties als het installeren van een zwarte doos in de operatiekamer en ze is een van de initiatief­nemers van prullenbakvaccin.nl – een site die mensen die meteen een prik willen, koppelt aan zorgverleners met een vaccinrestant.

‘De dokter verzuipt’

“Maar ik kan nog zo digi-enthousiast zijn, ik ben natuurlijk geen dokter geworden om achter een beeldscherm te zitten.” Dat is wel wat ze het ­afgelopen anderhalf jaar vooral heeft gedaan. De poli’s deed ze deels vanuit huis, met de witte jas aan in de studeerkamer, de hond en de echtgenoot op ‘mute’.

Tijdens haar diensten opereerde ze spoed­gevallen als gescheurde darmen, maar haar ­eigen specialisme, de goedaardige buikoperaties, die gingen niet door, op een handjevol na. Reden: gebrek aan OK-personeel, dat sprong bij in de ­covidzorg. In februari, toen ze een patiënt die al een jaar op de wachtlijst stond voor de derde keer moest afbellen voor zijn operatie, deed ze een noodkreet op LinkedIn: ‘Een stuwmeer aan patiënten – help, de dokter verzuipt.’

Schrijnende gevallen

En nu? Inmiddels is het aantal covidpatiënten in de ziekenhuizen enorm geslonken. En ja, ook Schijven kan sinds drie weken haar patiënten weer inplannen voor een operatie. Schrijnende gevallen kunnen weer onder het mes, toch moet het overgrote deel nog wel geduld hebben. Onduidelijk is hoe lang. Misschien wel maanden, zegt Schijven.

Want ook hier geldt weer: er is een schreeuwend tekort aan gespecialiseerd personeel in de OK. Dus is er slechts ruimte voor een beperkt aantal operaties. En die tijdslots moet ze met haar collega-chirurgen delen. “De trauma­chirurgen hebben patiënten bij wie er pennen in zijn gegaan, die er weer uit moeten, vaat­chirurgen hebben patiënten die een bypass moeten krijgen.”

Chirurg Marlies Schijven Beeld Nina Schollaardt
Chirurg Marlies SchijvenBeeld Nina Schollaardt

Schijven opereert mensen met een ernstige refluxziekte en ze is een van de weinige chirurgen in Nederland die patiënten met achalasie opereert. Dat is een zeldzame, pijnlijke, chronische aandoening waarbij voedsel in de slokdarm blijft hangen, vlak boven de sluitspier. Tijdens de operatiestop kreeg een deel van de patiënten een noodoplossing: de slokdarm werd dan door de maag-lever-darmchirurg met een ballonnetje bij de onderste kringspier opgerekt, zodat het voedsel er beter door kan. Een extra verrichting, met een risico op lekkages, zegt Schijven. Het kon niet anders, zegt ze ook, maar het is niet de zorg die je wil geven. Het was plan B. En dat gaat ze nu bij de operaties merken, voorspelt ze. “Bij het oprekken van de onderste slokdarmkring­spier ontwikkelt zich daar littekenweefsel. Als ik daarna precies tussen de slijmvlieslaag en de spierlaag in moet werken en dat is allemaal verplakt, verkleefd en met elkaar verbakken, dan kan ik die lagen niet zo mooi meer van elkaar scheiden.” Ook dit gaat weer gepaard met meer risico’s op complicaties voor de patiënt. En zo heeft elke arts, met zijn eigen specialisme, weer zijn eigen verhaal. “Mijn collega’s voelen de nood net zo zeer als ik.”

Intense gesprekken

Schijven maakt het rooster voor het Dag­centrum, waar patiënten worden geopereerd die dezelfde dag weer naar huis kunnen. Ze krijgt de verzoeken van haar collega-chirurgen er niet ingepast – nooit. Dat leidt tot intense gesprekken. “We voelen elkaars noden heus wel, en we kunnen goed met elkaar door een deur, maar elke chirurg is gewoon ook advocaat van zijn eigen patiënten.” Punt is: er is geen alwetende specialist die kan aangeven welke patiënt ­urgenter is dan de andere. “Wat is erger? Een ­patiënt van de vaatchirurg met pijn in zijn tenen omdat het bloed er niet meer goed naartoe kan stromen? Of een patiënt van mij die niet meer kan eten?” Schijven kan niet kiezen en wíl niet kiezen. “Dus proberen we terug te gaan naar hoe het was: hoeveel dagen had iedereen ongeveer? We proberen het weer net zo te verdelen.” Het is lastig en het schuurt, ja, maar dat is helemaal niet erg. Sterker nog, het heeft iets moois, zegt Schijven. “Het zou pas erg zijn als niet iedereen op de bres zou staan voor zijn of haar patiënten.”

320.000 uitgestelde operaties, 140.000 nog in te halen

Omdat de ziekenhuizen hun handen vol hadden aan coronapatiënten, en verpleegkundigen en zorgverleners uit het hele ziekenhuis moesten bijspringen in de covidzorg, ging er een dikke streep door veel ‘gewone’ ­geplande operaties.

Sinds de corona-uitbraak in maart 2020 zijn tot mei 2021 naar schatting 320.000 operaties uit­gesteld. Dat is bijna een kwart van het aantal ­operaties dat normaal in een jaar wordt uitgevoerd. Deze inschatting maakt de Nederlandse Zorg­autoriteit (NZa). Vooral niet urgente operaties werden op de lange baan geschoven: ingrepen aan de bovenste luchtwegen en het middenoor, operaties aan de ogen en knie- en heupvervangingen.

Dit wil overigens niet zeggen dat al deze operaties ook nog gedaan moeten worden. Sommige ­patiënten hebben een ­andere ingreep ondergaan, de klacht is vanzelf overgegaan of er was ­gewoon minder vraag. Zo zijn van het verwijderen van amandelen en het plaatsen van buisjes 65.000 ingrepen minder geweest sinds de corona-uitbraak in maart 2020.

De Nederlandse Vereniging van Heelkunde schatte het aantal operaties dat nog moet worden ingehaald op 140.000. ­Minister Tamara van Ark wil dat die nog dit jaar worden ingehaald, met een kleine uitloop in 2022. Maar al veel betrokkenen, van de beroepsvereniging van verpleegkundigen V&VN tot de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie, hebben laten weten dat dit onhaalbaar is. Die laatste berekende dat er, als je de capaciteit met 10 procent verhoogt, zo’n twee jaar voor nodig is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden