PlusGeschiedenis

Het werd stil toen de 'bijltjes' het werk neerlegden

Het is op 28 april 1869 opvallend stil op de kleine scheepswerven van de Amsterdamse Oostelijke Eilanden. Er wordt niet gewerkt. De 'bijltjes' staken: de scheepstimmerlieden. Voor het eerst leggen geschoolde arbeiders in Nederland georganiseerd het werk neer.

Het te water laten van de Manvantara op OostenburgBeeld Stadsarchief Amsterdam

'Op de scheepswerven te Amsterdam is de arbeid met kracht en lust hervat,' meldt de Delftsche Courant op 21 mei 1869.

Na ruim drie weken is de eerste staking van geschoolde arbeiders in Nederland voorbij. Het is geen toeval dat die juist op de Amsterdamse Oostelijke Eilanden is uitgebroken. De arbeidsomstandigheden op de kleine werven van Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg zijn na het instorten van de internationale scheepsvrachtmarkt slecht.

Een bekwame scheepstimmerman verdient rond deze tijd 1,80 gulden per dag. Maar in de winter en bij slecht weer kan er niet gewerkt worden en wordt er niet uitbetaald. Ook de lange werkdagen van twaalf uur zijn een doorn in het oog van de scheepstimmerlieden.

Na de werkdag kan de baas zijn personeel ook nog ­allerlei klusjes laten opknappen, het 'allegaren'. Bovendien worden ze geacht hun eigen gereedschap te bekostigen. Dat leidt tot onvrede onder de 'bijltjes', zoals de Amsterdamse scheepstimmerlieden bekend staan, naar het gereedschap dat zij op de werf gebruiken.

Stevig gesprek
Maart 1869 komen de scheepstimmerlieden van de particuliere werven bijeen. Deze bijeenkomst is niet bedoeld voor de arbeiders van de marinewerf, waar de arbeidsomstandigheden veel beter zijn. De politie krijgt lucht van de vergadering. De onderwerpen en de reputatie van de bijltjes zijn redenen genoeg om ze in de gaten te houden.

Het gebouw Tot Heil Des Volks aan de Recht Boomssloot zit bomvol. Hermanus Akkerman, een scheepstimmerman uit de Paternostersteeg, spreekt de vierhonderd aanwezigen toe.

Volgens een politierapport wordt er geklaagd 'dat de financiële toestand der werklieden achteruitgaat en de bazen rijker worden'. Er worden drie eisen geformuleerd: twee dubbeltjes loonsverhoging, werkdagen van tien uur en afschaffing van het allegaren. En er wordt een vakvereniging opgericht: Eendracht.

De informatie die de politie tijdens de bijeenkomst verzamelt, komt al snel onder ogen van de procureur-generaal van Noord-Holland. ­Akkerman wordt op het politiebureau ontboden voor een stevig gesprek. Eind april worden de werfeigenaren onder druk gezet: als de eerdere eisen niet worden ingewilligd, volgt een staking.

Burgemeester Cornelis den Tex doet nog een halfslachtige bemiddelingspoging. Maar uiteindelijk besluiten de bijltjes op 28 april niet voor zes uur 's ochtends aan het werk gaan. Door een uur later te beginnen, willen ze de eis tot arbeidstijdverkorting kracht bijzetten.

Die ochtend verzamelen de scheepstimmerlieden zich om vijf uur bij de werven, zonder naar binnen te gaan. Een uur later wordt hun de toegang geweigerd en is de staking een feit. Het politierapport van 28 april spreekt van een opmerkelijke stilte op de Oostelijke Eilanden.

Hoon van stakersvrouwen
Er is geen stakingskas. Dat betekent dat er een beroep wordt gedaan op de onderlinge solidariteit van de stakers: wie kan, helpt een armlastige medestaker.

Werknemers van de marinewerf doneren een deel van hun salaris en Amsterdamse typografen, timmerlieden en meubelmakers geven steun. De middenstand verleent sneller krediet. In totaal wordt voor de 800 stakers en hun gezinnen ongeveer 400 gulden ingezameld.

De meeste kranten vinden loonsverhoging een slecht idee, maar de eis tot arbeidstijd­verkorting billijk. In de rubriek Amsterdamsche Brieven van de Nieuwe Rotterdamsche Courant vraagt een lezer zich af waarom de scheepsbouwers de lonen niet laten stijgen, terwijl de ­kosten voor het levensonderhoud wel omhoog gaan: 'Wat hebben de meesters aan den arbeid van levende geraamten?' Maar over het algemeen hebben de kranten meer belangstelling voor de arbeidsonrust in België en Duitsland.

De staking duurt enige weken. Maar het wordt steeds moeilijker voor de stakers om het hoofd boven water te houden. Mondjesmaat melden werkwilligen zich weer bij de werven. Zij krijgen de hoon over zich heen van met name de ­stakersvrouwen, maar kunnen rekenen op ­bescherming van 25 op de Oostelijke Eilanden gelegerde huzaren.

Eind mei overleggen de bijltjes bij elke werf afzonderlijk over hervatting van het werk. Op 21 mei gaan 220 scheepstimmerlieden weer aan het werk. Een dag later is de staking definitief gebroken.

Is de staking verloren? Nee, het succes komt, zij het pas een maand later. Op vrijwel alle ­werven gaat het loon omhoog tot de gevraagde 2 gulden per dag en behoort het 'allegaren' vanaf dan tot het verleden. Voor de stakingsleiders, onder wie Hermanus Akkerman, zijn de gevolgen zuur: zij hoeven zich niet meer te melden bij de poorten. Akkerman vindt werk bij de Maatschappij voor Meel- en Broodfabrieken.

Bijltjes, een geuzennaam

De bijltjes op de Oostelijke ­Eilanden waren een gemeenschap op zichzelf. Ze hadden weinig op met de rest van de stad; ze vonden zichzelf niet eens Amsterdammers. Op een urinoir stond in 1869 gekrast: 'Dood aan de Amsterdammers, leven de scheepstimmerlieden.'

In de negentiende eeuw is het op de ­Eilanden regelmatig onrustig: dreigbrieven aan de deur van de Oosterkerk, protest op de Botermarkt en plannen voor een hongeroptocht naar de burgemeester. De bijltjes hadden een aanzienlijke macht in de stad. Ze waren sterk Oranje­gezind en deden meer dan eens gewelddadig van zich spreken: zoals in 1748, 1787 en in 1813.

Het woord 'bijltjesdag' als dag van afrekening, herinnert eraan tot op de dag van vandaag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden