Albert Kramer met Seppetoni (Josef Fässler) op de arm, bij Liverpool Station in Londen, 1924.

PlusAchtergrond

Het verhaal van de 2.42 meter lange Amsterdammer Albert Kramer

Albert Kramer met Seppetoni (Josef Fässler) op de arm, bij Liverpool Station in Londen, 1924.Beeld Collectie Wouter de Herder

De 2.42 meter lange Amsterdammer Albert Kramer zwierf met zijn zwager, de dwerg Seppetoni, de halve wereld over. Hij ontmoette talloze beroemdheden en verdiende met zijn optredens in bioscopen en variététheaters een klein fortuin. Zijn dood in 1976, in verpleeghuis De Drie Hoven in Slotervaart, bleef echter vrijwel onopgemerkt.

Albert Kramer mocht graag vertellen dat hij als baby zeventien pond woog en op zijn zevende al twee meter lang was, waardoor hij in geen enkele schoolbank paste. Op 19-jarige leeftijd was hij nog 22 centimeter meter langer en een opvallende verschijning in Amsterdam. Uiteindelijk werd hij 2,42 meter. Hij is vrijwel zeker de langste
Nederlander die ooit heeft geleefd.

Kramer werd geboren op 15 juni 1897 en bracht zijn jeugdjaren door in de Kuiperstraat in De Pijp. Hij groeide op in een eenvoudig arbeidersgezin, met een broer en vier zussen. Zijn vader werkte als mandenmaker. Terwijl zijn broer en zussen allemaal van gewone lengte waren, groeide Albert uit tot ongekende proporties. Landelijke
bekendheid kreeg hij toen in 1917 het weekblad Het Leven op zoek ging naar ‘den kleinsten en den grootsten
Nederlander’. Albert won met zijn 2,22 meter een bedrag van 25 gulden. Hij mocht samen op de foto met de slechts 67 centimeter grote Leendert Zwemmer, de ‘Dwerg uit Zandvoort’.

De publiciteit leverde hem een contract op bij een Duitse impresario. Na zijn showdebuut voor drieduizend mensen in een Berlijnse theaterzaal, vond hij emplooi bij de kermisshows van Schippers & Van der Ville, geleid door de Duitse reus Joseph Schippers (2,18 meter) en de voormalige koorddanser en degenslikker Otto Ernst Wilhelm van der Ville. De Schotse showman Fred Collins nam Kramer mee naar Engeland en veranderde zijn naam in Lofty (‘uit de hoogte’). De Amsterdamse reus verdiende in Engeland veel geld met zijn optredens.

Amerikaans avontuur

Kramer vermeldde graag dat hij de langste mens ter wereld was, maar die titel ging in de ­jaren dertig toch echt naar de Amerikaan Robert Wadlow, met zijn 2,72 meter. Kramer accentueerde zijn lengte door bijna altijd met een dwerg op te treden. Zo werkte hij jarenlang samen met Josef Fässler, een man van 87 centimeter, die de artiestennaam Seppetoni droeg. In 1926 trouwde Albert met diens zus Wilhelmina. Het con­sequent overdrijven van zijn lengte werkte. In kranten en tijdschriften doken de meest fantastische lengtematen op, tot aan 2,86 meter toe, en journalisten vonden het prachtig om Kramer bloemrijk te omschrijven. Zo was hij een ‘enormiteit van vleesch en been’ en droeg hij schoenen ‘waarin een rhinoceros een voetbad’ kon nemen.

Kramer was een internationale beroemdheid, getuige deze ansicht over ‘Der Riese aus Holland’. Beeld Collectie Wouter de Herder
Kramer was een internationale beroemdheid, getuige deze ansicht over ‘Der Riese aus Holland’.Beeld Collectie Wouter de Herder

De Amerikaanse showman Ike Rose strikte hem in 1920 voor een Amerikaanse tour. Het moet voor Albert, die slechts een paar woorden Engels sprak, een geweldig avontuur zijn geweest. Rose zette hem aan het werk in de shows van Clarence A. Wortham, waarin hij optrad met verschillende dwergen. In 1924 liet hij Amerika achter zich en ging hij in Londen optreden. Het Rotterdamsch Nieuwsblad wist in 1924 te melden dat ‘Van Albert’ daar net zoveel bekijks trok als een vorst op staatsbezoek: ‘Wanneer hij op straat wandelt, loopen de nieuwsgierigen samen en wordt het verkeer gestremd.’

In 1930 had Kramer voor even genoeg van het artiestenbestaan. Hij begon in Amsterdam een sigarenwinkel op de Ceintuurbaan. Ook daar bleef hij een bezienswaardigheid. Wie een pakje sigaretten of een doos sigaren kocht, kreeg ‘de attractie van zijn formidabele lengte’ erbij ­cadeau. De bezoekers konden met eigen ogen zien dat hij
‘alles zoo van de plank’ afhaalde.

Gent aan de Schinkel

Na de oorlog trad hij op in wonderlijke Engelse revues als Would you believe it?, You’ll Never ­Believe It en A Date With Danger. Met als collega’s de man met de xylofoonschedel (op zijn hoofd werden liedjes gespeeld), het ‘Menselijk Aquarium’ MacNorton (de Fransman Louis Claude Delair, die een grote hoeveelheid water dronk, vervolgens een aantal goudvissen en kikkers doorslikte en ze daarna, levend en wel, weer tevoorschijn bracht), de Menselijke Ben­zinetank (een vuurspuwer die een vlam voortbracht waarmee hij een omelet kon bakken) en de Vrouw met de Tien Hersenen (de Duitse Thea Alba, die met tien vingers tegelijk kon ­schrijven).

In 1955 begon Kramer een café op de hoek van de Sloterkade en de Theophile de Bockstraat. Beeld Stadsarchief
In 1955 begon Kramer een café op de hoek van de Sloterkade en de Theophile de Bockstraat.Beeld Stadsarchief

In 1949 hield Kramer het artiestenleven definitief voor gezien en werd hij eigenaar van een hotel-café-restaurant in Anna Paulowna, De Vlas- en Korenbeurs. Amsterdam bleef echter trekken en in 1955 begon hij Café Kramer op de hoek van de Sloterkade en de Theophile de Bockstraat, tegenwoordig Gent aan de Schinkel. In 1958 werd in dat café de Klub van Lange Mensen (KLM) opgericht. De belangenvereniging bestaat nog steeds.

De uitvaart van Robert Wadlow, de langste mens ter wereld, trok in 1940 duizenden mensen. In Nederland kwamen in 1959 honderden nieuwsgierigen af op de begrafenis van Rigardus Rijnhout, de Reus van Rotterdam. De dood van Albert Kramer bleef opgemerkt, op een kleine rouwadvertentie in De Telegraaf na. Kramer overleed in april 1976 in verpleeghuis De Drie Hoven in Slotervaart. Daar verbleef hij sinds ­juni 1975, nadat beide benen
waren geamputeerd vanwege vaat- en circulatieproblemen.

Jaco Berveling is wetenschapsjournalist. In het ­novembernummer van ‘Ons Amsterdam’ staat een langere versie van dit artikel: onsamsterdam.nl

Cinema Royal op de Nieuwendijk

Reus Albert Kramer en zijn vaste dwergpartner Seppetoni streken zo nu en dan ook in Nederland neer. In 1925 werd het duo gefilmd in Amsterdam en verschenen zij in het Polygoon Journaal. De opname moet het hebben van het grote contrast tussen de twee. De reus neemt de dwerg op de arm, ze wandelen een stukje door de stad en stappen in een auto, waarbij Kramer zich diep voorover moet buigen. Februari 1926 traden ze samen op in Cinema Royal op de Nieuwendijk, met verder op het programma de film De dame uit de nachtkroeg en humorist Maurice Dumas met pikante liedjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden