PlusGeschiedenis

Het verhaal van de 14-jarige die werd uitgeruild tegen Duitse krijgsgevangenen

Ze vluchtte uit Berlijn en belandde via Amsterdam en Westerbork in Bergen-Belsen. Daar werd de toen 14-jarige Irene Hasenberg uitgeruild tegen Duitse krijgsgevangenen. Het boek over haar door de oorlog getekende kinderjaren is nu in het Nederlands vertaald.

Irene met haar broer Werner aan de Nederlandse kust in 1939, op een achteraf bewerkte foto.

Zondagmorgen, 20 juni 1943. Bij een grote razzia in Amsterdam-Oost en -Zuid werden 5542 Joodse inwoners opgehaald en weggevoerd naar Westerbork. Onder wie ook de 11-jarige Irene Hasenberg.

Ze verbaasde zich over de Amsterdammers op straat. ‘Ze keken niet onze kant op, alsof ze ons niet opmerkten. Alsof het normaal was dat er Joden werden weggevoerd uit Amsterdam. Ze stonden veilig aan de kant terwijl een rivier van Joden langs hen stroomde.’

Het wegkijken was in april 1942 begonnen, met de invoering van de Jodenster. ‘Mensen keken naar de ster, en niet meer naar mij. Ze keken weg of dwars door me heen. Ik was elf en aan het verdwijnen.’

Jaren sprak ze zelden over de oorlogsjaren, uit angst het verleden te dichtbij te laten komen. Keerpunt was haar deelname aan een panelgesprek in het Detroit Holocaust Center. Na afloop realiseerde ze zich dat zes miljoen ooggetuigen van de Holocaust het zwijgen was opgelegd. Als we vrijwillig het verleden laten rusten, zouden alle slachtoffers tevergeefs gestorven zijn. Ze begon alsnog haar herinneringen op te schrijven. Van dat boek is nu de Nederlandse vertaling verschenen: Reni’s reis.

Irene Butter werd in 1930 in Berlijn geboren als dochter van John en Gertrude en zusje van Werner Hasenberg. Na de machtsovername van Adolf Hitler moest opa Julius Mayer afstand doen van de bank die hij had opgericht en raakte ook haar vader zijn baan bij de familiebank kwijt. John Hasenberg vond een nieuwe betrekking bij de American Express Company in Amsterdam. Met de benodigde uitreispapieren verhuisde het gezin naar Scheldestraat 40. Amsterdam voelde als een tweede thuis voor Reni: ‘De schaduw van Duitsland was een wolk ver weg aan de weidse Nederlandse hemel.’

Na de Duitse inval in mei 1940 werden de touwtjes geleidelijk aangetrokken. Eerst verschenen overal bordjes met ‘Verboden voor Joden’, later werd haar schoolklas leger en leger. ‘Elke dag werd er iemand weggehaald, weggevoerd om te gaan werken.’

Maart 1943 stopte de overvalwagen voor haar bij de school. ‘Een gedrongen Nederlandse politieagent wees naar de achterkant van de vrachtauto. Hij droeg een donkerblauw uniform met glimmende knopen en hoge, smerige laarzen. “Instappen,” zei hij.’

Ze werd naar de Hollandsche Schouwburg gebracht. Daar werden de Joden verzameld voor transport naar Westerbork. Ook haar ouders en haar broer Werner waren daar. Wonderwel waren ze twee dagen later weer thuis in de Scheldestraat. ‘Waarom ze ons hebben laten gaan, was echt een raadsel.’

De vrijlating dankten ze vermoedelijk aan Leo Buschoff, een oude dienstmaat van John uit de Duitse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.

Drie maanden later belandde Reni alsnog in Westerbork, na de grote Amsterdamse razzia van 20 juni 1943. Bij binnenkomst wachtte tot haar grote schok een inspectie, naakt. ‘Oude en niet meer zo heel jonge vrouwen, moeders met slappe borsten en jonge meisjes nog strak in hun vel. Bruin haar, rood haar, zwart en blond. Lichamen in de knop, op het punt van ontluiken, en littekens op oudere lijven, het was allemaal open en bloot te zien, al hield iedereen de armen om zich heen geslagen, hoe warm het ook was.’

Elke maandagavond groeide de spanning in het kamp. ‘Men liep door het kamp, langs de zwarte, slapende trein. Als het beest wakker werd, had het honger.’ Elke dinsdag vertrokken de transporten naar de vernietigingskampen.

Dankzij de Ecuadoraanse paspoorten die haar vader had bemachtigd, ontkwam het gezin aan deportatie naar Auschwitz. In plaats daarvan belandde het gezin in Bergen-Belsen in het ‘sterkamp’, het deel met ‘waardevolle’ Joden.

Op 20 januari 1945, een dag na het vluchtige weerzien van Reni met haar buurtgenootje Anne Frank (zie kader), werden de Hasenbergs medisch gekeurd voor een uitruil met Duitse krijgsgevangenen. In de trein naar het neutrale Zwitserland bezweek Reni’s vader aan de verwondingen die hij had opgelopen bij een afranseling door een jaloerse kapo.

Gescheiden van moeder en broer belandde Reni in een vluchtelingenkamp in Algerije en op eerste kerstdag 1945 zette ze voet op Amerikaanse bodem. ‘Ik was een 15-jarige vluchteling met niet meer dan lagere school, sprak gebrekkig Engels en had alleen een rugzakje waarin al mijn bezittingen zaten.’ Een half jaar later werd ze er herenigd met haar moeder en haar broer.

Irene Butter: Reni’s reis. Balans, €21,99.

Anne Frank

Op 19 januari 1945 zag Reni in Bergen-Belsen haar Amsterdamse buurtgenootje Anne Frank weer. Anne zat met haar zus Margot in een strenger kampgedeelte. Het weerzien met Anne was schokkend. ‘Ze ging gehuld in een donkere deken zoals ik me vrouwen van eeuwen, zo niet duizenden jaar geleden voorstelde. Ze leek er volledig in te verdwijnen.’

Reni en haar vriendin Hanneli slaagden erin een bundel met wat kleren en eten over het prikkeldraad te gooien. Niet Anne, maar een ander ging ermee vandoor. De volgende dag werd het gezin Hasenberg op transport gezet richting Zwitserland, voor uitruil met Duitse krijgsgevangenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden