PlusExclusief

Het succes van de tijdelijke hotspots in Amsterdam: ‘Om het iedere keer mogelijk te maken is een vak apart’

Noorderlicht mag blijven, onder het motto: niets duurt zo lang als tijdelijk in Amsterdam. Amsterdamse pioniers over een even mooi als complex spel: ondernemen onder tijdelijk gemeentebeleid. ‘Je moet geen beren op de weg zien.’

Hans van der Beek
Post CS gebouw in 2009. Boven in het verlaten gebouw zat jarenlang Club 11. Beeld Klaas Fopma
Post CS gebouw in 2009. Boven in het verlaten gebouw zat jarenlang Club 11.Beeld Klaas Fopma

Na jarenlang soebatten viel deze week dan eindelijk de beslissing: Noorderlicht, pionier op het NDSM-terrein, mag blijven en het ontwerp voor nieuwbouw werd goedgekeurd. Van een leien dakje ging dat niet, mild gezegd. “We werden jarenlang van het kastje naar de muur gestuurd,” zegt mede-eigenaar Jasper Helmer. “Kafka zou zijn vingers aflikken bij dit dossier. Er is vooral veel misgegaan omdat iedere keer de spelregels weer werden veranderd.”

Steeds moest het ontwerp voor de nieuwbouw worden aangepast, of kwam een nieuwe beleidsmaker met eigen ideeën. Maar eind goed, al goed. Deze week kwam aan alle onzekerheid een eind. Helmer: “We zijn ook heel dankbaar voor de kansen van de afgelopen jaren, en het vervolg dat er nu aankomt. Ook omdat Noorderlicht een heel bijzondere plek is.”

Blijburg

Met evenknie Blijburg liep het minder goed af. Het populaire stadsstrand op IJburg moest, na vier verhuizingen in veertien jaar, in 2018 sluiten, toen de grond klaar moest worden gemaakt voor woningbouw, tien jaar eerder dan beloofd.

Blijburgoprichter Stanja van Mierlo: “Blijburg is aan bouwwoede ten onder gegaan. Het kost ontzettend veel energie om samen te werken met een kolos zoals de gemeente. Om het iedere keer mogelijk te maken en vergund te krijgen is een vak apart. Ondernemers zoals Jasper en ik, die keihard hun best doen om een beetje plezier in de stad te brengen, zijn afhankelijk van ambtenaren. Dat hou je alleen vol door heel erg mee te denken met de ambtenarij. Dus heel vaak je mond houden, slikken, en samen kijken waar de ruimte zit wat wél kan.”

Maar ondanks alle regelgeving is Amsterdam wel degelijk ruimhartig in het verlenen van tijdelijke vergunningen, zeker voor plekken die verlaten of nog onontgonnen zijn. Club 11 in het oude Post CS-gebouw bijvoorbeeld, dat overging in club Trouw. De twee tijdelijke contracten duurden uiteindelijk elf jaar. De Marktkantine aan de Jan van Galenstraat moest deze zomer na acht jaar sluiten om plaats te maken voor woningbouw.

Het is juist die tijdelijkheid die het mogelijk maakt dat broedplaatsen en (underground)horeca zich kunnen vestigen op plekken waar anders nooit een vergunning was verleend. “Zo ontstaat een juridisch speelveld, waar dingen eigenlijk een beetje op de grens van de wet gebeuren,” zegt architect en adviseur Christiaan Weiler, die voor Atelier Rijksbouwmeester creatieve broedplaatsen onderzocht, “en dat is soms heel vernieuwend en constructief.”

Als voorbeeld noemt hij De Ceuvel in Noord, waar woonboten boven op vervuilde grond zijn geplaatst. “Normaal mag je op vervuilde grond geen activiteiten exploiteren, maar in een contract van een tienjarige lease wel.”

Het Amsterdamse broedplaatsenbeleid vindt zijn oorsprong in de kraakbeweging, zegt Boukje Cnossen, hoogleraar ondernemerschap, organisatie en cultuur aan de universiteit van Lüneburg in Duitsland. “Grote kraakpanden werden gelegaliseerd en bleven als culturele plekken behouden. Dat heeft een precedent geschapen: de stad moet subculturen behouden. Als een van de weinige steden heeft Amsterdam een broedplaatsenbeleid, ook met een flink budget. Heel veel steden laten dat gewoon aan de markt over.”

Pionier

Een van de pioniers in Amsterdam is Koen Vollaers. Hij stond aan de wieg van vele roemruchte, tijdelijke projecten. Hij begon met West Pacific, toen het Westergasterrein nog een vervuilde bouwval was. Hij liet zich insluiten in het afgesloten Post CS-gebouw en zag op de bovenste verdieping Club 11 voor zich.

Vollaers: “Plekken zonder bestemmingsplan zijn het fijnst. Maar je moet geen beren op de weg zien, anders begin je er niet aan. Die mentaliteit is essentieel om erdoorheen te komen. Door te veel ambtenarij wordt het je feitelijk zo moeilijk mogelijk gemaakt, maar als je er eenmaal bent, en je laat zien wat je wilt, krijg je best wel veel medewerking van de gemeente. Je wordt alleen af en toe wat moedeloos.”

Als voorbeeld noemt hij het dak van Nemo, waar Vollaers wel een strandtent zag verschijnen, Amsterdam Plage. Voor de Welstandscommissie was dat onbespreekbaar. Vollaers: “Toen heb ik de architect van Nemo, Renzo Piano, een brief laten schrijven: ‘Eindelijk iemand die iets wil toevoegen op de plek die ik aan de stad wil geven.’ Toen was Welstand snel op de knieën.”

Een tijdelijk project heeft zo zijn voordelen. De regelgeving is soepeler, en over het algemeen wordt niet de hoofdprijs gevraagd voor de huur. Zo is er meer geld over voor programmering en aankleding. Het grootste nadeel: het is tijdelijk.

Vollaers: “Natuurlijk is het sneu als iets ophoudt, maar dat maakt het ook juist interessant. Want dan gaat het niet om geld.”

Van Mierlo: “Na een paar jaar is jouw tijdelijkheid niet meer zo schattig, en ben jij als ondernemer ook je schattigheid verloren. Je wil, nee, je moet investeren, maar zonder toekomst kan dat niet. Je moet je ogen wel op de horizon kunnen richten.”

Nu is tijdelijk in Amsterdam een relatief begrip, weet ook Eva de Klerk, die in Noord de NDSM Broedplaats opzette, en daarna Skatepark Noord. De Klerk: “NDSM Broedplaats was eerst voor vijf jaar, daarna tien en nu vijftien en is nu in eigendom. Een project in tijdelijkheid is altijd eigen risico, maar die tijdelijkheid is heel oprekbaar steeds. En in die tijdelijkheid is het heel tof om als bedrijf volwassen te worden.”

Haar Skatepark ligt in het Hamerkwartier, met onder meer bioscoop FC Hyena en de restaurants Stork en De Goudfazant, nachtclub Garage Noord en ontmoetingsplek De VerbroederIJ. Allemaal moeten ze wijken voor bouwplannen – onder meer 6700 woningen – die naar verwachting in 2024 beginnen. De Klerk: “We zijn met een collectief in overleg met de ontwikkelaar hoe we dit gebied kunnen vormgeven tot een levendige woon- en werkomgeving. Niet dat er straks alleen tandheelkundige praktijken en fysio’s zitten.”

Vollaers is nu bezig met Markt Centraal, in de Centrale Markthallen, en ook is hij oprichter van Pension Homeland op het Marineterrein. Vollaers: “Homeland heeft een tijdelijk contract voor tien jaar. Dat is weinig tijdelijk meer. Je hoopt altijd op langer, maar als het dan ophoudt, moet je niet lopen janken. De gemeente doet haar best.”

Boeman

Want zo gaat het vaak. De gemeente verleent een tijdelijke vergunning, de betreffende plek wordt een groot succes, nestelt zich in de buurt, en als het contract ten einde loopt, is de verontwaardiging groot, en de gemeente de boeman.

Goed voorbeeld is Pllek, buurman van Noorderlicht. Het was vanaf het begin af aan duidelijk dat het huurcontract liep tot 2022, maar toen dat bijna zover was, kwam een petitie die bijna zeventienduizend keer werd getekend en werd een motie in de Amsterdamse raad aangenomen dat Pllek moest blijven. Nu zijn ze in elk geval tot 2025 verzekerd van hun plek.

De pioniers in dit artikel vinden dat terecht, vooral moreel. Helmer: “Investeerders lopen vaak weg met miljoenen. Sfeermakers mogen blij zijn als ze na vijf jaar hun investering eruit hebben gehaald. Het is zonde als pioniers een gebied interessant maken, waar voorheen niemand iets in zag, en dan per definitie moeten inpakken voor dure appartementen. Niemand heeft er iets aan als creativiteit en tijdelijke gezelligheid worden weggevaagd.”

De Klerk: “Als iets succesvol is gebleken, moet het ook mogelijk zijn om in de definitieve ontwikkeling meegenomen te worden. Het is niet meer van deze tijd dat de gemeente alleen voor de hoofdprijs gaat. Er moet plaats blijven voor de plekken die identiteit en kleur aan de stad geven.”

Wat vindt verantwoordelijk wethouder Reinier van Dantzig ervan dat de gemeente regelmatig als boeman wordt gezien, zodra een tijdelijk contract daadwerkelijk afloopt? Van Dantzig: “De gemeente Amsterdam was nooit ontstaan als er niet iemand had bedacht dat het een goed idee was om eens iets uit te proberen langs de Amstel. Nog steeds hebben wij een mooie traditie om op tijdelijke locaties initiatieven te ontplooien. En inderdaad, wanneer deze succesvol en populair zijn in de buurt, dan is de gemeente – die het ooit mogelijk maakte – ook de boeman als het eindigt. Dat is voor mij geen reden om daarom te stoppen met dit soort mooie initiatieven, want die koester ik. Wel kijk ik graag hoe we dit qua verwachtingsmanagement beter kunnen doen.”

Ten slotte is er nog hoopvol nieuws: Blijburg keert misschien terug. Van Mierlo: “Blijburg zou voor dertig jaar zijn. We hebben een compensatie gekregen over tien jaar dat we er korter waren en afgesproken dat we later een bod krijgen op een definitieve plek aan het strand. Die afspraak staat nog steeds. Wanneer ze daar tijd en ruimte voor gaan maken, is niet duidelijk, maar we komen dan graag terug.”

Blijburg aan zee in 2018. Beeld Jesper Boot
Blijburg aan zee in 2018.Beeld Jesper Boot

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden