Nhow is in het interieur, bedacht door een Spaanse stylingexpert, typisch een geval van ‘meer is meer’.

PlusArchitectuur

Het nieuwe Nhow hotel is een uitbarsting van ultrahippe exotica

Nhow is in het interieur, bedacht door een Spaanse stylingexpert, typisch een geval van ‘meer is meer’.Beeld Eva Plevier

Het splinternieuwe Nhow Amsterdam RAI is een hotel dat zich met niets laat vergelijken. Een landmark aan de Ring A10 met een interieur waarin de wereldculturen over elkaar heen buitelen.

Disrupting lifestyle, het is waarschijnlijk het best te vertalen met een ontregelende manier van leven. Het is de filosofie of het concept achter hotel nhow bij de RAI. Zo zijn er nog wat kwalificaties van toepassing op het interieur, zoals supercool, ultrahip en vet wow. Een ­hotel, ­kortom, dat grossiert in adjectieven en super­latieven. Hoe kan het­ ­anders met het grootste nieuwbouwhotel van de Benelux, met 650 ­kamers?

Wie dagelijks over de zuidelijke Ring A10 rijdt, kan het niet zijn ontgaan: hier staat een nieuw icoon aan de horizon van Amsterdam, hoe versleten dat woord icoon ook is. Drie driehoeken boven elkaar gestapeld boven een ronde glazen sokkel: het lijkt de zwaartekracht te tarten. Je kunt het constructieve waaghalzerij noemen, gepleegd door Reinier de Graaf, architect bij OMA (het bureau van Rem Koolhaas). Zoveel heeft OMA niet ontworpen in Amsterdam, dus dat op zich is al bijzonder.

Koolhaas/De Graaf namen als inspiratiebron het Signaal voor de RAI, de 60 meter hoge totempaal met advertenties op het voorplein. De ruimte voor het hotel was beperkt. Op een onmogelijk klein stukje grond, een restruimte zou je kunnen zeggen, tussen de RAI en het treinstation, verrees nhow. De driehoekige postzegel en het Signaal als referentiepunt bepaalden de vorm. Met de RAI zal een innige relatie worden gelegd, omdat een legioen congresgangers hier moeiteloos te logeren kan worden gelegd.

Het Signaal is vertaald in drie sterke driehoeken, die naar buiten toe een raadselachtige, introverte indruk wekken. Het idee hotel komt niet direct naar boven, het cyclaamkleurige logo ten spijt. Het zou evengoed het hoofdkantoor van een multinational kunnen zijn.

Vreemde gast op de muur

Binnen verandert het spectrum. Alsof je een Bollywoodfilm binnenstapt, zo bont zijn de decoraties op de wanden, vloer en in het meubilair. Nhow is typisch een geval van ‘meer is meer’, een plek waar de internationale reiziger zich helemaal op zijn gemak zal voelen. Indiase mandala’s op de vloer, Mexicaanse doodshoofden, Japanse kersenbloesem, je kunt het zo gek niet bedenken. Hotelgasten kunnen bij elk bezoek een nieuwe ervaring hebben.

Het is even schrikken als je binnenkomt: een levensgrote vreemde gast achter het bed?Beeld Eva Plevier

Verrassend is het dat dit interieur is uitgewerkt door Next en MVSA, twee bureaus die gewoonlijk zakelijke gebouwen ontwerpen. Ze gingen uit van een concept van een Spaanse stylingexpert die voor alle nhowhotels een formule uitstippelde, die per stad verschilt.

De driehoeken zijn uitgebuit door de windrichting waarnaar de punten wijzen een eigen identiteit te geven. De kant die naar het zuidoosten wijst, heeft een Arabische sfeer, met zandkleuren en stemmige stoffen. Naar het noordwesten vinden we een vleugje Engeland, naar het noorden toe kun je een Lapse vrouw in de hotelkamer aantreffen. Op de achterwand wel te verstaan. Het is even schrikken als je binnenkomt: een levensgrote vreemde gast achter het bed? Ook de geschiedenis van Amsterdam is niet vergeten, met de namen van specerijen voor de conferentiezalen en beelden uit de Gouden Eeuw in de gangen.

De driehoeken bieden tal van mogelijkheden, zoals een buitenterras voor het restaurant op 15 verdiepingen hoog en geen doorsnee hotelkamers, maar kamers in een J-vorm bijvoorbeeld. Wie hoogtevrees heeft, moet de gordijnen gesloten houden, want de ramen lopen van vloer tot plafond, en onder je gaapt de RAI.

Door het interieur zo vol te stoppen met exotica ontstaan bizarre contrasten, zoals die tussen een geabstraheerde bedoeïenentent en de snelweg, of tussen de lampen in de vorm van karpers en het strenge silhouet van de RAI. Die vissen vormen trouwens een rode draad in het interieur – op elke kamer is er eentje verstopt op het nachtkastje.

Zoeken naar de juiste lift

Zoveel kleur en zoveel spektakel kon de grauwe Zuidas wel gebruiken, net als de gedurfde vorm en constructie. Dat feestje heeft ook een keer­zijde. De lobby op de begane grond is noodgedwongen beperkt en zal bij een volle bezetting van de 650 kamers benauwd zijn. Het oriëntatievermogen wordt door de gedraaide driehoeken op de proef gesteld en het kiezen van een lift heeft iets van een loterij. Liften en lifttoegangen nemen relatief veel ruimte in. Daar staat een exotisch avontuur tegenover dat je in een traditioneel hotel niet zult vinden. 

Het gebouw wekt een raadselachtige, introverte indruk. Beeld Eva Plevier
Beeld Jamie Groenestein
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden