Plus Achtergrond

Het Haga Lyceum: net niet behandeld als elke andere school

Een school die wordt behandeld als alle andere, maar toch ook niet helemaal. Het Amsterdamse stadhuis zit in haar maag met het Cornelius Haga Lyceum, blijkt uit interne communicatie, verkregen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

Het Cornelius Haga Lyceum. Beeld Eva Plevier

‘Het handelen van de gemeente mag niet overkomen als pesten.’ Het lijkt een open deur, de zinsnede uit een vertrouwelijk ambtelijke memo uit de zomer van 2017 aan Jozias van Aartsen, dan nog burgemeester van Amsterdam. Want hoezo zou het stadsbestuur zich bezondigen aan pesten?

Toch hangt die verdenking boven de markt bij het Cornelius Haga Lyceum. Met een lange reeks rechtszaken is de school, gelegen op een steenworp afstand van station Sloterdijk, jarenlang getraineerd door het ministerie van Onderwijs en de gemeente. Dat kwam, omdat de initiatiefnemers ook een rol speelden bij het Islamitisch College Amsterdam, dat wegens teruglopende leerlingenaantallen en zwak onderwijs in 2010 werd gesloten. Ook is er het vermoeden dat de oprichters radicale ideeën hebben. Maar de bewijsvoering tegen hun Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) oogt mager en de rechter heeft hen keer op keer in het gelijk gesteld.

‘Wij maken ons zorgen’

Als op 26 juli 2017 de Raad van State moet bepalen of SIO recht heeft op overheidsgeld, voelt het stadhuis de bui hangen. ‘De verwachting (..) is dat (..) SIO wint en bekostiging direct moet plaatsvinden,’ schrijven ambtenaren aan de vooravond van de uitspraak aan Van Aartsen. Per 1 augustus 2017 kan de school een feit zijn, waarschuwen ze. De teleurstelling sijpelt tussen de regels door: ‘Ondanks dat een volledig beeld ontbreekt, valt bovendien niet uit te sluiten dat voldoende leerkrachten en leerlingen zich hiervoor aanmelden.’

De volgende dag geeft de Raad van State SIO gelijk. Vanaf dan volgt het stadsbestuur een tweesporenbeleid. Het Cornelius Haga Lyceum mag niet anders worden behandeld dan andere scholen. Tegelijkertijd werkt de gemeente de school tegen.

In interne mails en stukken hameren ambtenaren op het gelijkheidsbeginsel uit artikel 1 van de Grondwet, dat de overheid gebiedt gelijke gevallen op gelijke wijze te behandelen. Daarom gelastte toenmalig wethouder Simone Kukenheim dat de gemeente ‘direct haar verplichtingen moet nakomen’. De school krijgt geld en een gebouw en gaat in september 2017 open.

Het mantra van het gelijkheidsbeginsel duikt zo vaak op in de interne gemeentelijke communicatie, dat je er wantrouwig van zou kunnen worden. Citaat uit notulen van intern beraad een dag na de uitspraak van de Raad van State: ‘Er is een juridisch discours, waarin de vrijheid van onderwijs belangrijk is, en er is een maatschappelijk discours, waarin er zorgen zijn over de te verwachten onderwijskwaliteit. In de juridische wereld zijn die zorgen niet stevig genoeg, maar in de bestuurlijke wereld zijn die zorgen omtrent SIO er nog steeds.’

Met het oog op voorziene vragen van ouders heeft de gemeentelijke dienst Onderwijs, Jeugd en Zorg een standaardformulier paraat met wenselijke antwoorden. Vraag: ‘Zijn er risico’s waar ik rekening mee moet houden als ik mijn kind bij deze school aanmeld?’ Antwoord: ‘Wij [maken] ons zorgen (..) over de kwaliteit van het onderwijs. Dit heeft als reden dat de school heel weinig tijd heeft om voor de start van het schooljaar alles in gereedheid te brengen om een goede kwaliteit van onderwijs te garanderen.’

Onorthodoxe maatregelen

Dan volgt nóg een waarschuwing: ‘Mocht u na plaatsing van uw kind op deze nieuwe school halverwege het schooljaar van mening veranderen, dan attenderen wij u erop dat het gedurende een lopend schooljaar niet altijd eenvoudig is om een school te vinden waar uw kind kan worden ingeschreven.’

Naast dit subtiele ontmoedigingsbeleid worden onorthodoxe middelen overwogen. Al een paar uur na de uitspraak van de Raad van State gaan onderwijsambtenaren te rade bij het Van Traateam, belast met bestrijding van de georganiseerde misdaad. Gedacht wordt over inzet van de Wet Bibob, bedoeld om zakelijke activiteiten van criminelen in de bovenwereld te dwarsbomen. Zo’n zwaar middel, waarbij de financiële handel en wandel van betrokkenen minutieus wordt onderzocht, is in de onderwijswereld nog nooit gebruikt.

Het stadhuis onderkent de risico’s. ‘De kans is groot dat het doen van een screening openbaar wordt (bijv. SIO zoekt media op met framing dat ze in verdomhoekje/op strafbank worden geplaatst),’ waarschuwen ambtenaren. Eind september ziet het college dan ook ‘in dit stadium’ af van Bibobscreening.

Begin 2019 legt de Onderwijsinspectie de laatste hand aan een rapport over het Haga Lyceum. Op wat kanttekeningen na is het positief, met voldoendes op alle punten. Maar publicatie wordt doorkruist door een ambtsbericht dat de AIVD op 15 januari stuurt aan het Openbaar Ministerie, de Inspectie en burgemeester Halsema. Het stelt dat het schoolbestuur zich omringt met salafistische ‘aanjagers’ die een parallelle samenleving nastreven en dat Soner Atasoy en een broer die beleidsmedewerker is op de school, banden hebben met een aan IS gelieerde terreurbeweging.

Het heeft enorme impact. De Inspectie begint nieuw onderzoek; het nog net niet gepubliceerde positieve rapport belandt in de prullenbak. De gemeente bevriest alle besluitvorming over uitbreiding van de school, die in een krap bemeten gebouw zit, en schort alle subsidies op.

Het zijn ‘rare mensen’

De waarschuwing van de AIVD raakt nadien omstreden. Zijn de beschuldigingen niet te zwaar aangezet? Een onderzoek daarnaar door de toezichthouder van de inlichtingendienst, de CTIVD, is nu gaande.

Dat is niet te voorzien als burgemeester Halsema begin dit jaar wikt en weegt over het AIVD-bericht. Moet ze ermee naar buiten?

De juistheid van de AIVD-informatie is dan geen issue: ‘Een geadresseerde van het ambtsbericht dient uit te gaan van de feiten omschreven in het ambtsbericht,’ schrijft de gemeentelijke afdeling voor openbare orde en veiligheid op 4 februari in een voorstel om het Haga Lyceum niet langer ‘te zien als elke andere school’. Eventuele groei van de school is ‘zorgelijk omdat daarmee het beïnvloedingspotentieel van antidemocratische actoren binnen de school kan worden vergroot’.

Het stuk waarschuwt dat half maart de inschrijving voor nieuwe leerlingen sluit. ‘Indien we op korte termijn de schoolkeuze van komend seizoen willen beïnvloeden, is urgentie noodzakelijk.’

Impliciet is het advies dat Halsema in elk geval een deel van het ambtsbericht openbaart om ouders en leerlingen te waarschuwen. Het officiële doel is het terugdringen van de invloed van de ‘aanjagers’ en het bestrijden van het ‘aanbieden van antidemocratisch gedachtegoed aan kinderen – die in de vormende en soms kwetsbare fase van hun leven zitten’.

Het ambtelijk apparaat werkt een communicatiestrategie uit. De gemeente is niet tegen islamitisch onderwijs, stelt een op 20 februari geschreven document. ‘We zijn tegen een school waar kinderen wordt geleerd met hun rug naar de samenleving te staan.’

Begin maart maakt Halsema de AIVD-informatie openbaar en roept ze het schoolbestuur op tot aftreden. Premier Rutte valt haar bij: “Wij hebben grote zorgen over die school. Ik zou mijn kinderen er niet heen sturen.” Directeur Atasoy ontkent alle aantijgingen en weigert op te stappen.

Zaterdagavond 9 maart ontvangt Halsema in haar ambtswoning islamitische organisaties. Zij zijn blijkens het verslag niet verbaasd over de omstreden ‘richtinggevende personen’ rond de school. ‘Als je hoort wie daar gastcolleges komen geven, welke stromingen ze aanhangen, wat je op sociale media te zien krijgt, dat ze mensen excommuniceren en de burgemeester een randdebiel noemen. Dat is geen vroom islamitisch gedrag.’ Het zijn ‘rare mensen’, wordt opgemerkt.

Intern noemt Halsema het nadien ‘een goede en hoopvolle bijeenkomst’. Maar het vervolg is moeizaam. Bijeenkomsten met ouders van het Haga Lyceum mislukken; eerst komen er te veel, daarna te weinig.

‘Bestuurlijke guerrilla’

Dat naburige scholen ruimte maken voor spijtoptanten, blijkt overbodig. Van een uittocht uit het Haga Lyceum is geen sprake. Sterker nog, er melden zich voor het nieuwe schooljaar ruim 130 leerlingen.

Begin februari hebben ambtenaren gewaarschuwd dat de overheid moet waken voor ‘stigmatisering en het (verder) laten afkeren van (delen van) de Islamitische gemeenschap’. Dat dreigt nu toch te gebeuren. Een deel van de moslimgemeenschap is kritisch over de AIVD-informatie. Ook van andere kanten klinken verwijten over niet onderbouwde beschuldigingen.

Als in april bekend blijkt dat het ministerie van Onderwijs de Wet Bibob inzet, spreken rechtsgeleerden van een ‘bestuurlijke guerrilla’ en het meten met twee maten. Zo belandt de overheid, dus ook de gemeente Amsterdam, verder in het defensief.

Dezelfde periode adviseert de dienst Onderwijs, Jeugd en Zorg (DJZ) het stadsbestuur het voortouw te nemen bij het oprichten van een concurrent van het Haga Lyceum. In voorgaande jaren was het stadhuis op de achtergrond betrokken bij informele pogingen om bestaande middelbare scholen met veel moslimleerlingen ‘om te katten’ in een islamitische school. Nu moet het college het voortouw nemen, stelt DJZ.

Onderwijswethouder Marjolein Moorman wil er niet aan, en het college verwerpt het voorstel. Het is geen overheidstaak om een bijzondere school te stichten, redeneren ze.

Intussen is het nog altijd wachten op de Onderwijsinspectie. Een nieuw rapport is afgerond, maar nog niet officieel verschenen. Uit uitgelekte passages blijkt dat er geen aanwijzingen zijn voor salafistisch of antidemocratisch onderwijs. Voor critici nieuw bewijs dat het AIVD-ambtsbericht niet (zo) naar buiten had moeten komen. 

Onderwijsinspectie

Niet banden met radicale moslims, maar financiën staan centraal in een langverwacht rapport van de Onderwijsinspectie over het Cornelius Haga Lyceum, waarvan de inhoud al is uitgelekt. De Inspectie heeft harde kritiek op de omgang met gelden. Als het rapport wordt vrijgegeven, kan onderwijsminister Arie Slob vervanging van zittende bestuurders gelasten. Hagadirecteur Soner Atasoy tracht met een kort geding publicatie te verhinderen. Donderdag doet de rechter uitspraak. Daarnaast is de Inspectie nieuw onderzoek begonnen, naar aanleiding van het tonen van een filmpje in de klas van prediker Fouad el Bouch, alias Abou Hafs. Hij is een van de ‘salafistische aanjagers’ waartegen de AIVD heeft gewaarschuwd. Het betrof een onschuldig betoog over pesten. Eerder had Atasoy gezegd dat leerlingen op geen enkele manier in aanraking zijn geweest met de vermeende aanjagers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden