PlusGeschiedenis

Het galgenveld aan de overkant van het IJ: soms had je geluk en werd je begraven

Wintergezicht aan de Volewijk, met enkele toeschouwers bij de galgenput (1816) van Gerrit Lamberts. De datering van het tafereel ligt tussen 1790 en 1795.Beeld Gerrit Lamberts / Stadsarchief

Het galgenveld aan de overkant van het IJ was een geliefd onderwerp voor kunstenaars. Bepalend ook voor het collectieve geheugen. Maar de rechtspraak omvatte meer dan galg en rad, beschrijft Frans Thuijs.

De 18-jarige Deense dienstbode Elsje Christiaens kwam in april 1664 in Amsterdam aan, twee weken later sloeg ze de hersens in van haar hospita. Ze werd op het schavot op de Dam gewurgd, waarna haar haar hoofd met twee bijlslagen werd verminkt. Haar stoffelijk overschot werd overgebracht naar het galgenveld, op landtong de Volewijck aan de overzijde van het IJ (zie kader). Elsje werd het symbool van een arm migrantenmeisje dat in Amsterdam haar geluk kwam zoeken, maar gruwelijk aan haar einde kwam. Met dank ook aan Rembrandt, die zich over het IJ liet roeien voor het maken van twee beroemde tekeningen van haar ontzielde lichaam.

Gekleurd beeld

Het zijn die sterke beelden die volgens Frans Thuijs – auteur van Moord & Doodslag, in drie eeuwen rechtsgeschiedenis – ons beeld van de rechtspraak uit het verleden kleuren: ‘Gruwelijk en nauwelijks meer omvattend dan galg en rad.’ Toch was de werkelijkheid zo droevig niet, stelt Thuijs. Volgens hem is het aantal doodstraffen sinds begin 1600 alleen bij benadering vast te stellen, maar meer dan duizend waren het er zeker niet. En de definitieve eindbestemming van de veroordeelden was lang niet altijd het galgenveld. Wie ‘geluk’ had kreeg namelijk als strafvermindering, na de voltrekking van het doodvonnis, recht op een begrafenis.

In het vroegmoderne Amsterdam had vrijwel iedere jongen of man met een wapen op zak, meestal een mes. Door alcoholgebruik ging het daar vaak mis mee. Wie als eerste een mes trok, werd beschouwd als dader. Bij verwondingen viel de straf mee. Bezweek een van de messentrekkers, dan was het al gauw doodslag waarop de doodstraf stond: eervol met het zwaard of – minder eervol – aan de galg. Op buitensporig geweld, gepaard met beroving, stond meestal radbraken: de veroordeelde werd op een kruis gebonden, waarna met een ijzeren staaf armen en benen werden stukgeslagen, met als negende slag een genadeklap op het hart. Er waren variaties, al naar gelang het misdrijf. Er kon ook eerst een verminking plaatsvinden, als nabootsing van het gebruikte geweld bij het slachtoffer.

Van de duizenden gearchiveerde strafzaken hebben er zeventig het boek gehaald. De selectie bestaat niet alleen uit moord en doodslag, maar ook uit kleine criminaliteit, geweldpleging, zedenmisdrijven en godslastering. Veelal gepleegd door mensen aan de zelfkant van de samenleving, die in het rijke Amsterdam moesten zien te overleven in gangen, stegen of op straat. Misdaden werden vaak hard gestraft. Ze bevestigen juist weer het door Thuijs bekritiseerde beeld van louter gruwelijke executies.

Bigamie

De negen leden van het schepenenberaad voerden soms pittige discussies. Bij gebrek aan vastlegging van het materiële strafrecht – wat is strafbaar met welke strafmaat – in een Wetboek van strafrecht waren ze aangewezen op uiteenlopende bronnen, vanaf de Bijbel via de Romeinse rechtstraditie tot het Rooms-Hollands recht. Dat ging gepaard met een enorme hoeveelheid interpretaties van eigentijdse en vroegere rechtsgeleerden en leverde een bont scala aan straffen op, van verbanningen tot verdrinkingen in een waterton. Scheepstimerman Andries Cornelisz, die in 1707 terechtstond voor bigamie, werd vanwege zijn drie gelijktijdige huwelijken te kijk gezet op het schavot met drie rokken om zijn hals en een brief op zijn borst, waarop de delicten waren beschreven. Daarna volgde een geseling, zes jaar tuchthuis en verbanning uit de stad voor zes jaar.

Elsje Christiaens (1664), Rembrandt van Rijn.Beeld Metropolitan Museum of Art New York

Nog maar nauwelijks twee weken in Amsterdam werd Trijn Pieters (18) op 2 november 1606 voor die jaar verbannen uit de stad, voor diefstal van beddengoed. Net voor het aflopen van die straf was ze alweer terug in de verhoorkamer. En werd ze voor diefstal van zilverwerk en sieraden met een strop om de hals onder de galg gezet, als laatste waarschuwing. In 1612 stond ze daar weer te kijk, maar nu werden na geselingen en brandmerking ook haar oren afgesneden. Vijf jaar later had Trijn Pieters alle krediet verspeeld, haar verbanning was inmiddels opgelopen tot 103 jaar. Op 30 december 1617 eindigde haar leven aan de galg, haar lijk werd op de Volewijk aan de natuur prijsgegeven.

Zwaarmoedigheid

Dat moord niet altijd werd bestraft met de doodstraf bewijst de rechtszaak van textielverver Harmen Alfkens, die in 1795 na de ontdekte diefstal van een stapel brandhout in paniek zijn twee dochters de keel doorsneed. Het Comité van Justitie, dat na de Bataafse omwenteling de plaats had ingenomen van het college van schepenen, riep de hulp in van drie professoren. Die kwamen tot de conclusie dat Harmen vanaf zijn jeugd door zwaarmoedigheid werd gekweld. De procureur had er geen boodschap aan, eiste radbraking met een begrafenis op het Pestkerkhof. Het Comité volgde die eis niet. Harmen werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en veroordeeld tot vijftig jaar eenzame opsluiting in het rasphuis, met alleen de Bijbel als vertier.

Frans Thuis: Moord & Doodslag, in drie eeuwen rechtsgeschiedenis. Noordboek, €24,90.

Galgenveld op de Volewijck als uitje

De keuze van het Amsterdamse stadsbestuur voor aanleg van een galgenveld op de Volewijck, ter hoogte van het huidige Overhoeks, was niet toevallig. Door de ligging van de landtong waren de door wurging opgehangen of gevierendeelde misdadigers goed te zien vanuit de stad, ter afschrikking. Ook voor wie over het water Amsterdam naderde, was gewaarschuwd. En het was een populair uitje, zo maakte Rembrandt daar zijn twee beroemde tekeningen van het tentoongestelde lijk van Elsje Christiaens. Ook Antonie van Borssum legde het Galgenveld vast, met vijf ter dood veroordeelden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden